Liquiditeits-management en financiering

4.8. Liquiditeitsmanagement en financieringEDTF 2EDTF 3

Liquiditeitsrisico is het risico dat de bank op korte of lange termijn niet kan beschikken over voldoende liquide middelen om te voldoen aan haar financiële verplichtingen, zonder dat dit gepaard gaat met onaanvaardbare kosten of verliezen. Dit geldt zowel onder normale omstandigheden als in tijden van stress. Onder liquiditeitsrisico valt ook de situatie waarin de balansstructuur zich dusdanig zou kunnen ontwikkelen dat de bank bovenmatig wordt blootgesteld aan verstoring van haar financieringsbronnen.

Liquiditeitsmanagement ondersteunt de strategie van de bank binnen onze risicobereidheid.

4.8.1 RisicoprofielEDTF 18

De bank beschikt over een sterke liquiditeitspositie, zodat zij voortdurend aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. We beheren de liquiditeitspositie zodanig dat deze de gevolgen van bankspecifieke en marktbrede stressfactoren – zoals spanningen op de geld- en kapitaalmarkten – kan opvangen.

Bij de financiering van haar liquiditeitsbehoefte en in lijn met de strategie richt de bank zich op diversificatie van financieringsbronnen.

4.8.2 Management en beheersingAuditedEDTF 4EDTF 7EDTF 8EDTF 18

Liquiditeitsrisicomanagement vastgelegd in cyclus


Het liquiditeitsrisicomanagement bestaat uit zeven elementen. Deze elementen vormen samen een geïntegreerd intern proces waarin we de liquiditeitspositie continu evalueren en beheersen.

De cyclus voor liquiditeitsmanagement kent de volgende elementen:

  1. Jaarlijks bepalen we de risicobereidheid voor liquiditeitsrisico in samenhang met de algemene risicobereidheid en de strategische doelstellingen van de bank.

  2. Op basis van de risicobereidheid voor liquiditeitsrisico bepalen we vervolgens, aan de hand van concrete risico-indicatoren, het niveau waarboven we ons comfortabel voelen. Daarnaast stellen we een interventieladder vast met per risico-indicator bandbreedtes voor wanneer opvolging noodzakelijk is.

  3. De liquiditeitsstrategie herijken we jaarlijks. We leggen daarin de richtlijnen vast voor een zo efficiënt mogelijke balansstructuur. Daarbij houden we rekening met de doelstelling van liquiditeitsmanagement: een toereikend liquiditeits- en financieringsprofiel.

  4. Tenminste één keer per jaar bepalen we in het kapitalisatie- en liquiditeitsplan acties waarmee we de verwachte financierings- en liquiditeitsbehoefte invullen die voortvloeien uit het operationeel plan. Dit plan heeft een horizon van meerdere jaren. Hiervoor maken we prognoses van relevante risico-indicatoren ten opzichte van de interne normen en werken we diverse scenario’s uit.
    We sturen op de gewenste liquiditeitspositie op basis van de businessplannen, risicolimieten en de vereisten van toezichthouders, kredietbeoordelaars en investeerders.

  5. Liquiditeitsmanagement is een continu operationeel proces en omvat het identificeren, meten en managen van de liquiditeitspositie van de bank in lijn met haar risicobereidheid, risicolimieten, beleid en richtlijnen.

  6. De liquiditeitstoereikendheid stellen we op maandbasis vast (in het Liquidity Adequacy Assessment Report) en monitoren we op kwartaalbasis (in het Financial Risk Report) en jaarbasis (in het Internal Liquidity Adequacy Assessment Process report). Het actuele risicoprofiel vergelijken we met de risicolimieten. Bevindingen gebruiken we om bij te sturen in de daadwerkelijke liquiditeitspositie, risicobereidheid, beleid of richtlijnen en om het proces van risicomanagement te verbeteren. De (interne) beoordeling van de toereikendheid van de liquiditeitspositie en het liquiditeitsrisicomanagement is onderdeel van het ILAAP, dat input vormt voor het Supervisory Review & Evaluation Process (SREP) van de ECB.

  7. Het herstelplan bevat mogelijke maatregelen om de liquiditeitspositie te versterken in nadelige omstandigheden. Door jaarlijks het herstelplan te actualiseren, dragen we bij aan de continuïteit van de bank (zie ook paragraaf 4.9.2 Management en beheersing).

Beheersinstrumenten

Kaspositie

Onder normale omstandigheden is de kaspositie de bron van liquiditeit waarmee we reguliere verplichtingen nakomen. De kaspositie zoals gedefinieerd door de Volksbank omvat:

  • centrale bankreserves;

  • het saldo op rekeningen bij correspondent-banken;

  • contractuele kasstromen van tegenpartijen op geld- en kapitaalmarkten, die binnen tien dagen plaatsvinden.

Liquiditeitsbuffer

De Volksbank houdt een liquiditeitsbuffer aan, waaronder de kaspositie, om onverwachte stijgingen in de liquiditeitsbehoefte op te vangen. Naast de kaspositie bestaat de liquiditeitsbuffer uit (zeer) liquide beleggingen die beleenbaar zijn bij de ECB en die verkoopbaar zijn in (zeer) liquide markten of die kunnen worden gebruikt in een repo-transactie. Per juni 2018 is de definitie van de liquiditeitsbuffer gewijzigd. Omdat voor de kaspositie ook een tiendaagse horizon wordt gehanteerd, wordt voor de (zeer) liquide activa nu ook bepaald welke onbezwaarde ECB-beleenbare obligaties binnen tien dagen in de DNB onderpandpool kunnen worden geregistreerd. De vergelijkende cijfers zijn overeenkomstig aangepast.

De liquiditeitsbuffer bestaat voornamelijk uit staatsobligaties en op eigen boek gehouden obligaties van eigen securitisaties van de Volksbank, zogenoemde Residential Mortgage Backed Securities (RMBS) waaraan hypotheken van de bank ten grondslag liggen. We bepalen de liquiditeitswaarde van de obligaties in de liquiditeitsbuffer op basis van de marktwaarde van de obligaties na toepassing van de door de ECB bepaalde procentuele afslag.

Stresstesten op liquiditeitEDTF 8

Met stresstesten toetsen we de robuustheid van de liquiditeitspositie. We hebben diverse scenario’s gedefinieerd waarvan de zogenoemde gecombineerde zware stresstest de meeste impact heeft. In dit scenario houden we onder meer rekening met:

  • een krachtige uitloop van spaar- en creditgelden;

  • het opdrogen van de financieringsmogelijkheden op de geld- en kapitaalmarkt;

  • een daling van de marktwaarde van de obligaties in de liquiditeitsbuffer;

  • additionele onderpandbehoefte als gevolg van een drie notch afwaardering van de kredietwaardigheid van de bank;

  • een daling van de marktwaarde van derivaten;

  • een mogelijke liquiditeitsuitstroom indien gecommitteerde kredietlijnen worden getrokken.

De liquiditeitssturing van de bank is erop gericht om in dit zware stress-scenario minstens gedurende een bepaalde periode te overleven. De invloed van het stress-scenario op de liquiditeitsbuffer dient dan ook als inbreng voor het bepalen en monitoren van de risicocapaciteit en de risicobereidheid van de bank.

De gecombineerde zware stresstest voeren we maandelijks uit. De uitgangspunten voor de stresstesten herijken we jaarlijks.

Belangrijke liquiditeitsratio’s

De Liquidity Coverage Ratio (LCR) van de Volksbank is gebaseerd op de LCR Delegated Act-definitie. Het doel van de LCR is toetsen of banken voldoende liquide activa hebben om een dertig daags stress-scenario op te vangen. De Net Stable Funding Ratio (NSFR) heeft als doel vast te stellen in welke mate langer lopende activa worden gefinancierd met stabielere vormen van financiering. Voor beide liquiditeitsmaatstaven geldt een (toekomstig) wettelijk minimum van 100%. 

Naast de LCR en NSFR sturen we op de Loan-to-Deposit-ratio en de mate waarin activa zijn bezwaard. Ook monitoren we de potentieel te genereren liquiditeit vanuit onze activa. Op basis hiervan beoordelen we in welke mate we bepaalde stress en extreme uitstroom van financiering kunnen opvangen.

4.8.3 Cijfers, ratio's en trendsAuditedEDTF 4EDTF 18 EDTF 20

De bank behield in 2018 een sterke liquiditeitspositie die ruim voldeed aan zowel haar interne doelstellingen als wettelijke eisen.

Belangrijkste liquiditeitsindicatoren

2018

2017

LCR

177%

177%

NSFR

>100%

>100%

Loan-to-Deposit ratio

106%

107%

Liquiditeitsbuffer (in miljoenen euro's)

15.152

10.751

De LCR en de NSFR bleven ruim boven het (toekomstige) wettelijke minimum van 100%. Ultimo 2018 bedroeg de LCR 177% (2017: 177%). De verhouding tussen uitstaande kredieten en aangetrokken deposito’s (Loan-to-Deposit-ratio) daalde van 107% ultimo 2017 naar 106% ultimo 2018. Dit werd veroorzaakt door een hogere groei in deposito's dan in kredieten:

  • Deposito’s namen toe met € 1,3 miljard, waarvan € 0,6 miljard als gevolg van een toename van particuliere spaartegoeden en het restant hoofdzakelijk als gevolg van een toename van rekening-courantsaldi;

  • Kredieten namen toe met € 1,0 miljard, gedreven door groei van de particuliere hypotheken.

Samenstelling van de liquiditeitsbufferAudited

in miljoenen euro's

2018

2017

Kaspositie1

2.447

3.753

Staatsobligaties

2.393

1.759

Regionale/lokale overheden en supranationals

975

850

Overige liquide activa

437

421

Beleenbare interne RMBS

8.900

3.968

Liquiditeitsbuffer2

15.152

10.751

  1. De hier gepresenteerde kaspositie omvat de centrale bankreserves, het saldo op rekeningen bij correspondentbanken en contractuele kasstromen van tegenpartijen op geld- en kapitaalmarkten, die binnen maximaal tien dagen plaatsvinden. De kaspositie wijkt hierdoor af van het in de balans opgenomen saldo kas en kasequivalenten.
  2. Per juni 2018 is de definitie van de liquiditeitsbuffer gewijzigd. Naast de kaspositie bestaat de liquiditeitsbuffer uit (zeer) liquide activa waarvoor nu wordt bepaald welke onbezwaarde ECB-beleenbare obligaties over tien dagen in de DNB onderpandpool zijn geregistreerd, omdat voor de kaspositie ook een tiendaagse horizon wordt gehanteerd. We bepalen de liquiditeitswaarde van de obligaties in de liquiditeitsbuffer op basis van de marktwaarde van de obligaties na toepassing van de door de ECB bepaalde procentuele afslag. De vergelijkende cijfers zijn overeenkomstig aangepast.

De liquiditeitsbuffer steeg tot € 15,2 miljard (2017: € 10,8 miljard). Dit is ruim afdoende om het gecombineerde zware stress-scenario gedurende een bepaalde periode te weerstaan (zie ook paragraaf 4.8.2 Management en beheersing).

In 2018 nam de kaspositie met € 1,3 miljard af tot € 2,4 miljard. Aan de financieringsbehoefte, die met name voortvloeide uit een groei van de particuliere hypotheekportefeuille van € 1,3 miljard en de aflossing van kapitaalmarktfinanciering van € 0,7 miljard, werd meer dan voldaan vanuit een groei van deposito’s van € 1,3 miljard en de uitgifte van € 1,8 miljard kapitaalmarktfinanciering. De resulterende netto instroom van kasmiddelen werd echter tenietgedaan door een € 2,3 miljard lager volume aan geldmarktfinanciering met een resterende looptijd langer dan tien dagen ultimo 2018 in vergelijking met ultimo 2017.

De liquiditeitswaarde van de overige liquide activa in de liquiditeitsbuffer steeg tot € 12,7 miljard eind 2018 (2017: € 7,0 miljard):

  • Het bedrag aan onbezwaarde staatsobligaties steeg met € 0,6 miljard, voornamelijk doordat deze minder werden ingezet als onderpand bij (repo)transacties.

  • De liquiditeitswaarde van beleenbare op eigen boek gehouden obligaties van eigen securities nam met € 4,9 miljard toe. Dit is het gevolg van vervanging van twee aflopende transacties door twee transacties met een significant hogere omvang. Daarnaast zijn er beleenbare interne RMBS als onderpand vrijgevallen.

De omvang van de kortlopende cash management-beleggingen buiten de definitie van de kaspositie bedroeg eind 2018 € 0,4 miljard (2017: € 0,5 miljard). Deze beleggingen zijn ook beschikbaar als liquide activa op korte termijn.

4.8.4 Bezwaarde en onbezwaarde activa AuditedEDTF 19

De mate waarin activa zijn bezwaard geeft inzicht in gebruikt en beschikbaar onderpand voor aan te trekken financiering of andere redenen.

Bezwaarde en onbezwaarde activaAudited

2018

2017

Bezwaarde activa

Onbezwaarde activa

Bezwaarde activa

Onbezwaarde activa

in miljoenen euro's1

Boekwaarde

Reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Activa van de rapporterende instelling

9.973

51.604

9.637

51.285

Aandelen

-

-

6

6

-

-

18

18

Schuldpapieren

2.120

2.189

3.202

3.252

1.705

1.705

3.268

3.268

Overige activa

8.310

48.196

7.550

43.690

- waarvan hypotheken

6.939

40.046

6.842

38.814

  1. De getoonde bedragen zijn gebaseerd op de mediaan van de vier kwartalen in het boekjaar in tegenstelling tot de toelichtende cijfers in de tekst welke ultimo standen betreffen.

Totaal bezwaarde activa

Van de activa is ultimo 2018 € 9,7 miljard bezwaard (2017: € 9,9 miljard), vooral vanwege:

  • gedekte obligaties;

  • uitstaande securitisaties;

  • repotransacties;

  • USD tender;

  • een spaarhypotheekarrangement met VIVAT;

  • de lening aan VIVAT ter financiering van (sub-)participaties in de securitisatie-entiteiten;

  • gestort collateral in relatie tot derivatenposities;

  • vreemde valuta-transacties;

  • betalingsverkeer.

De daling in 2018 ten opzichte van ultimo 2017 is met name een gevolg van een lager volume aan repotransacties en een USD tender. Daartegenover staat het additioneel meenemen van bezwaring uit hoofde van spaarhypotheken op grond van het spaarhypotheekarrangement met VIVAT en gedeeltelijke bezwaring van de lening aan VIVAT ter financiering van (sub-)participaties in de securitisatie-entiteiten. Ultimo 2018 bedraagt deze bezwaring samen € 1,7 miljard.

Het totaal aan bezwaarde activa bestaat voor het grootste deel uit hypotheken die als onderpand dienen in de gedekte obligaties. Het totaal van de verplichtingen dat is gerelateerd aan bezwaarde activa bedraagt € 8,4 miljard (2017: € 7,5 miljard). Het grootste deel betreft obligaties die binnen het gedekte obligatieprogramma zijn uitgegeven. Bij gedekte obligaties is sprake van over- collateralisatie. Dat betekent dat er een groter volume hypotheken is bezwaard dan de nominale hoofdsom van de gedekte obligatie.

Onbezwaarde activa

Het onbezwaarde deel van de activa bedraagt € 51,2 miljard en kunnen we gedeeltelijk liquide maken, bijvoorbeeld door middel van securitisaties. Gesecuritiseerde hypotheken waarvan de bank zelf de obligaties bezit worden niet als bezwaard aangemerkt, behalve als deze obligaties zijn ingezet als onderpand voor bijvoorbeeld een repotransactie.

Potentiële onderpandsstorting

Bij een drie notch afwaardering van de kredietwaardigheid van de bank, zouden we € 71 miljoen aan additioneel onderpand moeten storten bij tegenpartijen. In de LCR en de gecombineerde zware liquiditeitsstresstest nemen we deze potentiële onderpandstorting mee als uitstroom.

Ontvangen collateral

De bank heeft in totaal een bedrag van € 174 miljoen (2017: € 212 miljoen) aan onderpand ontvangen ultimo 2018. Dit bestaat bijna volledig uit ontvangen kasgelden die als onderpand dienen voor de positieve marktwaarde van uitstaande derivatenposities.

4.8.5 FinancieringsstrategieEDTF 21

De financieringsstrategie ondersteunt de strategie van de bank. Daarbij richten we ons op het optimaliseren en garanderen van toegang tot gediversifieerde financieringsbronnen. Dit met het oog op het behoud van de langetermijnfinancieringspositie en het liquiditeitsprofiel van de bank.

Particuliere spaartegoeden zijn de primaire financieringsbron van de bank. Daarnaast trekken we financiering aan via de kapitaalmarkt waarbij we streven naar diversificatie van financieringsbronnen. Hiertoe gebruiken we verschillende financieringsinstrumenten met een spreiding in looptijd, markt, regio en type beleggers.

De bank financiert zichzelf op de kapitaalmarkt langer dan één jaar via:

  • senior (niet-achtergestelde) ongedekte financiering;

  • (hypothecaire) securitisaties (RMBS);

  • gedekte obligaties (covered bonds);

  • achtergestelde leningen.

Onder het gedekte obligatieprogramma geven we naast publieke gedekte obligaties ook onderhandse obligaties uit. Verder verkrijgen we langetermijnfinanciering met onze liquide activa als onderpand, bijvoorbeeld in een repotransactie.

Voor financieringen korter dan één jaar financiert de bank zichzelf op de geldmarkt met haar Euro Commercial Paper (ECP) en Negotiable European Commercial Paper (NEU) programma’s.

In onderstaand overzicht per eind 2018 zijn de verschillende publieke financieringsprogramma's (inclusief maximale volume en uitstaande nominale waarde) waarover de bank kan beschikken weergegeven. In aanvulling daarop zijn andere belangrijke financieringsbronnen weergegeven.

Via onze verschillende merken trekken we termijndeposito’s, direct opvraagbaar spaargeld en rekening-courantsaldi van particuliere klanten aan. Bovendien financieren we onszelf met spaartegoeden en rekening-courantsaldi van mkb-klanten. In 2018 steeg de van klanten afkomstige financiering naar € 47,2 miljard, van € 45,9 miljard ultimo 2017.

Onderstaande diagrammen geven een overzicht van de samenstelling van de totale passiva per eind 2018 en 2017, gebaseerd op de boekwaarde. Het percentage van onze financiering dat bestaat uit spaartegoeden en overige schulden aan klanten steeg van 77% ultimo 2017 naar 79%.

De figuren geven een overzicht van de uitstaande kapitaalmarktfinanciering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar ultimo 2017 en 2018. In de balans is deze kapitaalmarktfinanciering opgenomen onder schuldbewijzen, schulden aan banken en overige schulden aan klanten. De gepresenteerde informatie is gebaseerd op de nominale waarde van de (afgedekte) posities. Deze nominale waarde verschilt van de IFRS-waardering in de balans, die hoofdzakelijk is gebaseerd op de geamortiseerde kostprijs.

Samenstelling vermogen en schulden 31 december 2018: € 60,9 miljard

(Boekwaarde)

In 2018 heeft de Volksbank met succes een aantal kapitaalmarktfinancieringstransacties uitgevoerd, namelijk:

  • € 0,5 miljard aan senior ongedekte financiering (publieke transactie) met een looptijd van vijf jaar;

  • € 0,4 miljard aan senior ongedekte financiering (onderhandse transactie) met een looptijd van 1,5 jaar;

  • € 0,5 miljard aan gedekte obligaties (publieke transactie) met een looptijd van tien jaar;

  • € 0,4 miljard aan gedekte obligaties (onderhandse transacties) met een looptijd van vijftien tot twintig jaar.

Samenstelling vermogen en schulden 31 december 2017: € 60,9 miljard

(Boekwaarde)

Samenstelling kapitaalmarktfinanciering 31 december 2018: € 6,9 miljard

(Nominale waarde)

Samenstelling kapitaalmarktfinanciering 31 december 2017: € 5,8 miljard

(Nominale waarde)

Naast de uitgevoerde financieringstransacties wijzigde de kapitaalmarktfinancieringsmix in 2018 (van € 5,8 miljard naar € 6,9 miljard) voornamelijk als gevolg van de aflossing van:

  • schuldbewijzen onder de Holland Homes Oranje-securitisatie (€ 0,4 miljard);

  • senior ongedekte financiering (€ 0,2 miljard).

Verval kapitaalmarktfinanciering

(in miljarden euro's)

Bovenstaande figuur geeft een overzicht van het verval van de uitstaande kapitaalmarktfinanciering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat deze financieringen op de eerst mogelijke data worden afgelost. De verwachting is dat we in 2019 met name senior (al dan niet preferente) obligaties en gedekte obligaties zullen uitgeven om aan onze behoeften op het gebied van kapitaalmarktfinanciering te voldoen.

Looptijd van activa en passivaAudited

We kunnen de activa en passiva uitsplitsen naar resterende contractuele looptijd. De netto (activa minus passiva) vervallende nominale bedragen per looptijd geven een indicatie van:

  • het liquiditeitsrisico;

  • de verplichtingen die mogelijk niet tijdig kunnen worden voldaan uit de instroom.

In de tabellen hieronder is het liquiditeitsprofiel van de bank ultimo 2018 en 2017 weergegeven op basis van de contractuele resterende looptijd. De kasstromen zijn niet verdisconteerd. De direct opvraagbare spaargelden en creditgelden staan in de kolom ‘< 1 maand’. In de tabellen houden we de contractuele looptijd aan zonder rekening te houden met gedragstypische aspecten, zoals vervroegde aflossing op hypotheken.

Bij het balansmanagement houdt de bank rekening met gedragstypische aspecten. Daarbij hanteren we voor hypotheken een kortere looptijd vanwege verwachte vervroegde aflossingen. Voor direct opvraagbare spaargelden en saldi op betaalrekeningen van klanten hanteren we een langere looptijd, omdat klanten deze producten onder normale omstandigheden vaak voor een langere periode aanhouden.

Onder ‘Vorderingen op banken’ en ‘Schulden aan banken’ zijn ook gestorte en ontvangen onderpandbedragen opgenomen die zijn gerelateerd aan derivatentransacties. De toedeling van deze onderpandbedragen over de looptijdcategorieën vindt plaats conform de looptijdindeling van de derivatentransacties.

Resterende contractuele looptijd activa en passiva 2018AuditedEDTF 20

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Onbepaald

Totaal

Activa

Beleggingen

133

-

250

1.897

2.505

-31

4.782

Derivaten

54

38

27

348

265

-

732

Vorderingen op klanten

787

112

695

2.736

46.335

-1292

50.536

Vorderingen op banken

2.644

153

23

161

608

-

3.589

Overige activa

839

-

-

329

-

141

1.309

Totaal activa

4.457

303

995

5.471

49.713

9

60.948

Passiva

Eigen vermogen

-

-

-

-

-

3.571

3.571

Achtergestelde schulden

-

-

3

499

-

-

502

Schuldbewijzen

131

36

185

2.396

3.074

-

5.822

- waarvan senior unsecured

21

6

49

1.421

162

-

1.659

- waarvan covered bonds

-

-

-

975

2.303

-

3.278

- waarvan RMBS

-

-

51

-

609

-

660

- waarvan CP/CD (korte termijn)

110

30

85

-

-

-

225

Derivaten

72

38

30

205

775

-

1.120

Spaargelden

32.961

51

399

2.264

1.701

-

37.376

- waarvan direct opvraagbaar

32.871

-

-

-

-

-

32.871

Overige schulden aan klanten

7.033

11

221

840

2.736

-

10.841

- waarvan senior unsecured

-

-

77

267

221

-

565

- waarvan covered bonds

-

-

-

266

94

-

360

Schulden aan banken

900

29

6

117

64

-

1.116

- waarvan senior unsecured

-

-

-

34

-

-

34

- waarvan other wholesale

-

-

-

-

-

-

-

- waarvan secured (korte termijn)

820

-

-

-

-

-

820

- waarvan overig

80

29

6

83

64

-

262

Overige passiva

481

-

14

28

-

77

600

Totaal passiva

41.578

165

858

6.349

8.350

3.648

60.948

  1. Dit betreft de voorziening voor kredietverliezen van beleggingen.
  2. Dit betreft de voorziening voor kredietverliezen van vorderingen op klanten.

De tabel hieronder geeft een verbijzondering van de bovenstaande liquiditeitstypische profielen voor financiële verplichtingen en derivaten op de passivazijde van de balans ultimo 2018. Deze tabellen bevatten bovendien de gerelateerde toekomstige kasstromen, zoals (niet verdisconteerde) rentebetalingen.

Vervalkalender financiële verplichtingen 2018Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Achtergestelde schulden

-

-

19

519

-

538

Schuldbewijzen

132

43

245

2.498

3.327

6.245

Spaargelden

32.862

51

468

2.429

1.809

37.619

Overige schulden aan klanten

7.414

24

265

1.075

2.887

11.665

Schulden aan banken

900

29

8

117

64

1.118

Totaal

41.308

147

1.005

6.638

8.087

57.185

Vervalkalender derivaten op de passivazijde 2018Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Rentederivaten

26

54

240

727

-49

998

Valutacontracten

68

38

11

5

-

122

Totaal

94

92

251

732

-49

1.120

Resterende contractuele looptijd activa en passiva 2017AuditedEDTF 20

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Onbepaald

Totaal

Activa

Beleggingen

101

-

433

1.607

2.953

-

5.094

Derivaten

131

83

71

280

510

-

1.075

Vorderingen op klanten

648

61

473

2.357

46.069

-1491

49.459

Vorderingen op banken

2.091

38

78

100

336

-

2.643

Overige activa

2.265

-

20

144

-

192

2.621

Totaal activa

5.236

182

1.075

4.488

49.868

43

60.892

Passiva

Eigen vermogen

-

-

-

-

-

3.714

3.714

Achtergestelde schulden

3

-

-

498

-

-

501

Schuldbewijzen

546

62

308

1.694

2.310

-

4.920

- waarvan senior unsecured

-

-

28

631

160

-

819

- waarvan covered bonds

-

-

21

996

1.438

-

2.455

- waarvan RMBS

376

-

-

67

711

-

1.154

- waarvan CP/CD (korte termijn)

150

64

260

-

-

-

474

Derivaten

225

71

146

186

624

-

1.252

Spaargelden

32.236

73

224

2.351

1.872

-

36.756

- waarvan direct opvraagbaar

32.114

-

-

-

-

-

32.114

Overige schulden aan klanten

6.261

18

277

689

3.061

-

10.306

- waarvan senior unsecured

-

-

144

192

366

-

702

- waarvan covered bonds

-

-

-

269

78

-

347

Schulden aan banken

2.452

16

24

90

101

-

2.683

- waarvan senior unsecured

-

-

-

35

-

-

35

- waarvan other wholesale

-

-

-

-

-

-

-

- waarvan secured (korte termijn)

2.264

-

-

-

-

-

2.264

- waarvan overig

188

16

24

55

101

-

384

Overige passiva

590

-

14

27

84

45

760

Totaal passiva

42.313

240

993

5.535

8.052

3.759

60.892

  1. Dit betreft de voorziening op vorderingen op klanten.

Vervalkalender financiële verplichtingen 2017Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Achtergestelde schulden

-

-

19

538

-

557

Schuldbewijzen

527

64

363

1.761

2.489

5.204

Spaargelden

32.170

73

316

2.587

1.957

37.103

Overige schulden aan klanten

6.667

38

333

842

3.127

11.007

Schulden aan banken

2.450

16

25

90

101

2.682

Totaal

41.814

191

1.056

5.818

7.674

56.553

Vervalkalender derivaten op de passivazijde 2017Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Rentederivaten

110

52

287

474

131

1.055

Valutacontracten

134

50

11

2

-

197

Totaal

245

102

298

476

131

1.252

4.8.6 Credit ratings

Belangrijkste ontwikkelingen in 2018

In 2018 steeg de lange termijn credit rating voor senior unsecured schuld van de Volksbank bij Moody’s met één notch naar A3. Credit ratings bij S&P en Fitch bleven in 2018 ongewijzigd.

Ratingambitie

De Volksbank streeft naar solide lange termijn stand-alone ratings die passen bij haar bedrijfsprofiel, waar mogelijk ondersteund door additionele verhogingen als gevolg van een sterke en zich verbeterende balansstructuur. Om dit laatste te bereiken is de Volksbank voornemens haar kapitaalbasis verder te diversifiëren. Belangrijk voor solide stand-alone ratings is een stabiele ontwikkeling van de hypotheekportefeuille en een adequate winstgevendheid. De focus van de Volksbank op Nederlandse hypotheken wordt door rating agencies in het algemeen als een concentratie-risico gezien. De sterke kapitaalpositie biedt hiervoor echter voldoende compensatie.

Ontwikkelingen in chronologische volgorde

Op 13 april 2018 verhoogde Moody’s de lange termijn credit rating van de Volksbank met één notch van Baa1 (outlook: positief) naar A3 met een stabiele outlook. De korte termijn rating bleef onveranderd op P-2. De rating-upgrade reflecteerde volgens Moody’s het lage risicoprofiel en de zeer sterke kapitaalpositie van de Volksbank.

Op 6 augustus 2018 publiceerde S&P een rapport over de Volksbank waarin de lange termijn rating van de Volksbank werd bevestigd op A- (outlook: positief). De rating weerspiegelt aldus S&P het herstel van de commerciële franchise van de Volksbank en de zeer sterke kapitaalpositie. De positieve outlook is gerelateerd aan de gunstige economische omstandigheden in Nederland, die op termijn kunnen resulteren in een upgrade van de credit rating.

Op 13 november 2018 bevestigde Fitch de lange termijn credit rating van de Volksbank op A- (outlook: stabiel). Deze rating reflecteert volgens Fitch de solide kwaliteit van de leningenportefeuille, het gematigde risicoprofiel en de hoge risicogewogen kapitaalratio van de Volksbank.

De rating-rapporten van S&P, Moody’s en Fitch zijn toegankelijk via de website van de Volksbank.

Lange termijn rating

Korte termijn rating

Outlook

S&P

A-

A2

Positief

Moody's

A3

P-2

Stabiel

Fitch

A-

F2

Stabiel

Stel uw jaarverslag zelf samen