Kredietrisico

4.6. KredietrisicoEDTF 2EDTF 3

Kredietrisico wordt binnen de Volksbank beschreven als: ‘het risico dat de bank een financieel verlies lijdt of te maken krijgt met een materiële afname van de solvabiliteit doordat een leningnemer of tegenpartij niet tegemoet komt aan de financiële of andersoortige contractuele verplichtingen aan de bank, of door een significante verslechtering van de kredietwaardigheid van de specifieke leningnemer of tegenpartij.’

4.6.1 RisicoprofielEDTF 26

We beoordelen intern de kredietwaardigheid van onze klanten of tegenpartijen en proberen zo goed mogelijk in te schatten wat de kans is dat onze klant niet kan voldoen aan de contractuele verplichtingen van de leningovereenkomst. Het gevolg is een potentieel financieel verlies voor de bank.

Binnen ons kredietrisicomanagement clusteren wij leningen in portefeuilles. We hebben beleid opgesteld om te voorkomen dat er een ongewenst concentratierisico ontstaat en daar wordt actief op gemonitord. Feit is dat de Volksbank een hoge concentratie heeft van particuliere hypothecaire leningen in Nederland. Dit past bij onze strategie als retailbank die uitsluitend actief is in Nederland. Andere leningportefeuilles op de balans van de Volksbank, ook passend bij onze strategie, zijn veel kleiner van omvang. Binnen ons beleidsraamwerk hebben we bepaald op basis van welke eigenschappen we klanten en leningen in een van onze portefeuilles plaatsen. Dit gebeurt op basis van het soort klant: een natuurlijk persoon, een zakelijke klant, de overheid, of een financiële instelling. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt op de aanwezigheid van dekking: hypothecaire zekerheden tegenover ongedekte leningen zoals doorlopende kredieten, kredietfaciliteit op betaalrekeningen of persoonlijke leningen. Een andere vorm van zekerheid die een rol kan spelen is een overheidsgarantie of een garantie vanuit een fonds, zoals bijvoorbeeld van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Ons beleid schrijft ook voor wat de maximale blootstelling op een enkele tegenpartij mag zijn. Hiermee wordt voorkomen dat we zelf in financiële problemen raken als de betreffende tegenpartij haar verplichtingen aan ons niet meer kan nakomen. De limieten op blootstellingen worden regelmatig opnieuw beoordeeld.

Binnen de Volksbank worden de rapportages in lijn met de gehanteerde clustering opgesteld, zodat monitoring en eventuele bijsturing effectief kan plaatsvinden. De volgende paragrafen beschrijven de verschillende kredietrisicoportefeuilles en onderliggende kenmerken in meer detail.

4.6.2 Management en beheersingAuditedEDTF 7EDTF 27

Bij kredietrisicobeheer kijken we naar de individuele klant. Tevens sturen we op portefeuilleniveau op instroom, uitstroom, omvang en status van de gezonde en de achterstandsportefeuille. Het kredietbeheerproces van de Volksbank is hieronder visueel weergegeven.

Particuliere hypotheken

Bij de verstrekking van nieuwe hypothecaire leningen (instroom) stellen we het klantbelang voorop en hanteren we interne normen, die in lijn zijn met de wettelijke kaders. De klant moet de rentebetalingen en aflossingen nu en in de toekomst kunnen betalen. We gebruiken de acceptatiescorekaart om te voorspellen of klanten op lange termijn aan hun verplichtingen kunnen voldoen. We zien erop toe dat de verstrekte hypotheken voldoen aan onze interne normen met betrekking tot het inkomen van de klant en de waarde van het onderpand. Kredietrisico beperken we door voorwaarden te stellen aan de zekerheden, zoals de waarde van het onderpand en al dan niet een garantiestelling van de NHG. Zie ook paragraaf 4.6.11 Risicomitigering over risicomitigerende maatregelen.

De Nederlandse economie bevond zich het afgelopen jaar in een hoogconjunctuur. Daarom hebben we gedurende 2018 onze risicoacceptatie aangescherpt met betrekking tot de instroom van nieuwe klanten. Dit moet ertoe leiden dat indien het economisch tij keert, we geen onverwachte stijging van eventuele verliezen registreren.

De ontwikkeling van de leningportefeuille monitoren we op kredietkwaliteit, dekkingswaarden, het percentage NHG-dekkingen en het gemiddelde verwachte kredietverlies. Hiertoe worden maandelijkse rapportages opgesteld en voorgelegd aan het senior management en het tweedelijns krediet-risicomanagement. Laatstgenoemde stelt kaders, monitort op de kwaliteit van de portefeuille en de uitvoering van het beheerproces en adviseert over verbetermogelijkheden.

Bij uitstroom besteden we aandacht aan de redenen van de klant om af te lossen. In het kader van portefeuillebeheer kijken we ook naar de kenmerken van deze klanten zoals kwaliteit en het ingeschat verwacht kredietverlies.

Als onderdeel van het kredietrisicobeheer evalueren we voortdurend de effectiviteit van de beheerprocessen en voeren we waar mogelijk verbeteringen door.

Aflossingsvrij en Aflossingsblij

In 2018 hebben we onverminderd aandacht besteed aan aflossingsvrije hypotheken. Bij een aantal klanten met een aflossingsvrije hypotheek bestaat het beeld dat de lening nooit afgelost (terugbetaald) hoeft te worden. We leggen proactief contact met klanten van wie we menen dat ze in een hoog-risicocategorie vallen. Bijvoorbeeld omdat het einde van de looptijd nadert en het op basis van hun leeftijd aannemelijk is dat zij met pensioen gaan, wat een inkomensterugval kan veroorzaken. Aan de hand van deze gesprekken kunnen we achterhalen of deze klanten op basis van hun pensioeninkomen kunnen worden geherfinancierd en of zij vermogen hebben opgebouwd om aan het einde van de looptijd (gedeeltelijk) af te lossen. Daarnaast is de Volksbank een van de deelnemende banken in de ‘Aflossingsblij’-campagne van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Hiermee wordt landelijk bewustwording gecreëerd omtrent de eigenschappen van deze hypotheekvorm. De AFM volgt onze activiteiten omtrent aflossingsvrije hypotheken.

Preventief en bijzonder beheer particuliere klanten

De Volksbank ziet een vertrouwensband met de klant als basis voor een duurzame klantrelatie. We beheersen het kredietrisico met een actief en specifiek beleid ten aanzien van klanten met betalingsachterstanden.

Er wordt vanuit de afdeling Preventief Beheer in een zo vroeg mogelijk stadium contact met de klant gelegd als daar vanuit de beheerprocessen aanleiding toe is. Dat contact wordt bijvoorbeeld geïnitieerd op het moment dat een gemiste termijn (automatische incasso) wordt geregistreerd. In de meeste gevallen resulteert dit contact in de betaling van de gemiste termijn. Hiermee voorkomt de bank dat de klant langdurig een geregistreerde achterstand oploopt, die voor de klant gevolgen kan hebben bij de bepaling van de kredietwaardigheid en bij toekomstige renteherzieningen.

Als de klant financiële moeilijkheden ondervindt, wordt het dossier overgedragen aan de afdeling Bijzonder Beheer. Daar krijgt de klant een eigen vaste behandelaar. Als het nodig is, gaan we bij de klant langs om samen te zoeken naar oplossingen die zowel het belang van de klant als van de bank dienen. Uitgangspunt is dat de klant in zijn huis kan blijven wonen en aan zijn hypotheeklasten kan blijven voldoen. Als een klant werkelijk niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, kunnen we in samenspraak overgaan tot een betalingsmaatregel of herstructurering, de zogeheten ‘forbearance’ maatregelen. Indien er geen oplossing kan worden gevonden om de financiële moeilijkheden op te lossen, begeleiden we de klant bij de verkoop van het huis.

De Volksbank onderhoudt zelf het contact met de klant en borgt daarmee een optimale relatie. We streven ernaar geen externe incassobureaus of deurwaarders in te zetten. Inzet van externe partijen leidt tot extra kosten voor de klant en daarmee tot grotere financiële problemen. Gedurende 2018 heeft de Volksbank de meeste klantdossiers die eerder waren overgedragen aan incassobureaus teruggehaald om samen met de klant aan een oplossing te werken. De bank schakelt alleen een deurwaarder in als een klant wel zou kunnen maar niet wil meewerken.

Forbearance

Een forbearance maatregel kunnen we toepassen in situaties waarin een klant financiële moeilijkheden heeft en er wordt verwacht dat een klant in de toekomst niet (tijdig) aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. In dat geval is sprake van een niet-commerciële concessie: een afspraak met de klant die een tijdelijke of blijvende wijziging inhoudt van de lening, leningvoorwaarden en/of betaalcondities. We kunnen deze maatregel toepassen om te voorkomen dat betalingsproblemen oplopen of dat de lening vroegtijdig moet worden opgeëist.

Overige particuliere kredieten

We hebben een portefeuille van beperkte omvang met persoonlijke leningen, doorlopende kredieten en rekening courant kredieten dat wil zeggen een kredietlimiet op een betaalrekening. Wij verstrekken geen persoonlijke leningen en doorlopende kredieten meer op de eigen balans.

Mkb-kredieten

We registreren het betaalgedrag van onze mkb-klanten en gebruiken die gegevens onder andere in risicomodellen om te monitoren of onze klanten op lange termijn aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De modellen berekenen de kans op wanbetaling, dat wil zeggen het in gebreke blijven van contractueel overeengekomen betalingen (rente en eventuele aflossingen) en in geval van wanbetaling, het verwachte verlies voor de bank. In 2017 zijn we begonnen om onze klanten op basis van de modeluitkomsten risicogedreven te reviseren (de modeluitkomst wordt gebruikt voor prioritering van revisies). De modeluitkomsten bepalen daarbij in grote mate met welke klanten we als eerste proactief contact zoeken. Dit proces hebben we in 2018 voortgezet en verder aangescherpt.

Preventief en bijzonder beheer mkb-klanten

We nemen actie zodra een zakelijke klant in achterstand raakt of zelf aangeeft betalingsproblemen te verwachten. De continuïteit van de betreffende onderneming (klant) en de kans op herstel vormen de belangrijke uitgangspunten. Samen met de klant inventariseren we de mogelijkheid om de onderneming weer financieel weerbaar te krijgen, waarbij we ons focussen op een gezonde liquiditeits- en rentabiliteitspositie. Ook voor deze klanten kunnen we forbearance maatregelen treffen. Als de klant herstelt en er sprake is van een stabiele situatie, vervalt het toezicht van Bijzonder Beheer en keert de klant terug in regulier beheer. Als herstel niet mogelijk blijkt, begeleiden we de klant eventueel bij de verkoop van het zakelijke onderpand. Het doel is om in een dergelijke situatie de verliezen voor de klant en de bank te beperken.

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

Deze portefeuille bestaat uit verschillende sub-portefeuilles. Zo heeft het merk ASN Bank duurzame financieringen en onderhandse leningen in beheer. Verder verstrekken we via de zogeheten Financial Markets-portefeuille verschillende leningen aan andere financiële instellingen en hebben we leningen uitstaan bij overheden.

Beleggingen

De beleggingen (met uitzondering van de aandelen) vallen ook binnen de portefeuille van Financial Markets. Dit betreft een obligatieportefeuille ten behoeve van liquiditeitsmanagement. Voor opname in deze portefeuille moeten tegenpartijen voldoen aan strenge eisen en een goede rating hebben.

Rapportages

We monitoren de ontwikkelingen in de verschillende kredietportefeuilles en rapporteren hierover periodiek aan het kredietcomité, de Directie en de Risico Commissie van de Raad van Commissarissen.

Maandelijks stellen we een rapportage op over de hypotheekportefeuille en bespreken die binnen de hypotheekketen. Elk kwartaal verstrekken we een uitgebreide rapportage over de kredietvoorzieningen. Deze biedt inzicht in interne en externe ontwikkelingen die de kredietvoorzieningen beïnvloeden. Tevens rapporteert het tweedelijns kredietrisicomanagement elk kwartaal omtrent het bankbrede kredietrisico ten opzichte van de vastgestelde risicobereidheid. Deze rapportage kenmerkt zich, naast een kwantitatieve analyse, door een kwalitatieve beoordeling en een inschatting van kortetermijnverwachtingen omtrent de ontwikkeling van het kredietrisico op de diverse portefeuilles.

Kredietvoorzieningen (IFRS 9)

Sinds 1 januari 2018 zijn we verplicht om kredietvoorzieningen te treffen conform de vereisten van IFRS 9. Deze nieuwe richtlijnen resulteren in een volatieler karakter van de voorzieningen doordat de verwachte macro-economische ontwikkelingen moeten worden meegenomen in de berekening. Op basis van onze risicomodellen berekenen we voor al onze klanten elke maand de kans dat ze in financiële problemen raken. In paragraaf 4.6.3 Invoering IFRS 9 wordt nader ingegaan op de bepaling van kredietvoorzieningen onder IFRS 9.

Stresstesten en sensitiviteitsanalyses EDTF 8

In 2018 heeft de Volksbank meerdere interne en door de toezichthouder opgelegde stresstesten uitgevoerd. In die stresstesten worden de mogelijke gevolgen op het kredietrisico in beeld gebracht aan de hand van specifieke modellen. We onderzoeken hoe gevoelig de leningportefeuilles zijn voor schommelingen van macro-economische parameters. De Volksbank is, net als andere banken, gevoelig voor deze schommelingen. Door de sterke kapitaal- en liquiditeitspositie blijkt de bank echter bestand te zijn tegen de toegepaste extreme scenario’s. Verdere details zijn opgenomen in het hoofdstuk Kapitaalmanagement, paragraaf 4.9.2 Management en beheersing.

4.6.3 Invoering IFRS 9AuditedEDTF 27

Het bereik van het voorzieningenmodel is onder IFRS 9 verbreed. Onder IAS 39 werden uitsluitend kredietvoorzieningen opgenomen voor gerealiseerde kredietverliezen. Onder IFRS 9 neemt de Volksbank voorzieningen voor de verwachte kredietverliezen op iedere uitstaande lening. Hieronder vallen ook verwachte verliezen op kredietverplichtingen en financiële garantiecontracten (de zogenaamde off-balance sheet posities).

ECL-modellen en kredietportefeuilles IFRS 9

Binnen de Volksbank maken we onderscheid tussen de volgende specifieke kredietportefeuilles waarvoor kredietvoorzieningen worden bepaald:

  • particuliere hypotheken;

  • overige particuliere kredieten;

  • mkb-kredieten;

  • duurzame financieringen en onderhandse leningen van het merk ASN Bank (‘ASN portefeuille’);

  • Financial Markets-portefeuille.

De Volksbank gebruikt per portefeuille (zoals beschreven in paragraaf 4.62. Management en beheersing) een specifiek model om de kredietwaardigheid van klanten en het verwachte kredietverlies (Expected Credit Loss, ECL). ECL-modellen zijn ‘Point-in-Time’ (PIT), wat betekent dat ze een actuele inschatting geven van het verwachte verlies op een lening in de huidige economische situatie (conjunctuur).

Kredietrisicomanagement ECL-modellen

De Volksbank voert het beheer uit op haar klantengroepen in de bovengenoemde kredietportefeuilles. Hiertoe worden maandelijks verschillende klantrisico’s berekend met behulp van onze kredietrisicomodellen. Het volgen van de klantontwikkelingen en de portefeuille-ontwikkeling is van het grootste belang om goede inschattingen te maken van het verwachte verlies uit hoofde van kredietrisico. Voor de verwachte verliezen houden we voorzieningen aan. Voor de onverwachte verliezen houden we kapitaal aan.

Modeltechnieken

Voor de afzonderlijke portefeuilles zijn verschillende technieken gebruikt om tot de ECL-modellen te komen.

Voor de particuliere hypotheken en mkb-kredieten is gebruik gemaakt van de ‘survival model’-techniek. Dit is een methode om maand-op-maand de kans te berekenen op wanbetaling (PD), op herstel (probability of cure) en op uitwinning (probability of foreclosure). Hierin wordt de kredietwaardigheid van de klant over twee periodes bepaald: 1) de 12-maands periode (de kans dat de klant in wanbetaling raakt in de komende 12 maanden, ook wel de 12 month PD genoemd) en 2) de resterende looptijd van de lening (de kans dat de klant in wanbetaling zal raken in de periode dat de lening nog loopt, ook wel lifetime PD genoemd). De berekeningen voeren we uit voor drie verschillende macro-economische scenario’s: een basis (base), licht opgaand (up) en licht neergaand (down) scenario. De uitkomsten van deze scenario’s leiden via een wegingsverdeling tot gewogen eindwaarden. Daarnaast wordt ook het verliespercentage bepaald in het geval van uitwinning (foreclosure) en in het geval van herstel (cure). Om het totale verwachte verlies te bepalen, worden de verschillende kanscomponenten en verliespercentages (rekening houdend met aflossingen) toegepast op de uitstaande hoofdsom op rapportagemoment.

Voor de portefeuille overige particuliere kredieten, dat wil zeggen persoonlijke leningen, doorlopende kredieten, en rekening courant kredieten (kredietlimiet op een betaalrekening), is eveneens een specifieke methodiek ontwikkeld. In plaats van het berekenen van een individuele PD, is ervoor gekozen om aan een klant een rating toe te wijzen. Deze rating bepaalt of er sprake is van een verhoogd kredietrisico. De factoren die bepalend zijn voor de rating zijn onder andere geregistreerde achterstand, uitnutting van de limietruimte en het hebben van meerdere kredietproducten. Op basis van de rating worden klanten ingedeeld in stages. Per stage is een gemiddelde PD vastgesteld op basis van historische waarnemingen (default rates). Tevens is op basis van historische data een gemiddelde productspecifieke LGD bepaald. We bepalen het verwachte verlies (ECL) door vermenigvuldiging van de stage-afhankelijke PD en productspecifieke LGD met de omvang van de kredietfaciliteit.

Voor de ASN-portefeuille en de Financial Markets-portefeuille maken we gebruik van een andere modelleringstechniek waarbij de PD (nu en in de toekomst) wordt afgeleid van Credit Default Swap (CDS) curves. Deze curves zijn gecorreleerd met de kredietwaardigheid (credit rating) van de tegenpartij. Voor verschillende portefeuille-onderdelen zijn specifieke CDS-curves geselecteerd. De credit ratings zijn afkomstig van bekende ratingbureaus als Standard & Poors en Moody’s. Voor de te hanteren verlies-percentages (Loss Given Defaults, LGD) maken we gebruik van generieke sectorgerelateerde percentages. Deze worden jaarlijks heroverwogen en zijn zodoende up-to-date en Point-in-Time (PIT). Zowel de PD als LGD wordt toegepast op de uitstaande hoofdsom. Door deze componenten met elkaar te vermenigvuldigen wordt het verwachte verlies (ECL) bepaald.

Toekomstgerichte informatie

In de ECL-modellen en ook bij de berekening van voorzieningen maken we gebruik van drie scenario’s waarin toekomstgerichte informatie gebruikt wordt.
De drie scenario’s beschrijven respectievelijk de verwachte macro-economische toekomst (base), een licht slechtere situatie (down) en een licht betere situatie (up). Een onafhankelijk team van macro-economische experts stelt de scenario’s op waarin per scenario een toekomstgerichte trend wordt voorspeld van de verschillende macro-economische parameters. De experts kijken hierbij ook naar trendlijnen en prognoses van externe partijen zoals Eurostat, het CBS en het CPB. Alle drie de scenario’s beschrijven een realistische ontwikkeling van de macro-economie. Tevens wordt er gewicht toegekend aan de scenario’s, waarmee de kans dat het scenario zich gaat voordoen wordt weergegeven. De ontwikkeling van de macro-economische parameters wordt in de scenario’s vier jaar vooruit voorspeld. De ECL-modellen trekken de waarde van de macro-economische variabelen na die periode van 4 jaar door naar het langjarig gemiddelde. Per klant wordt op maandbasis voor ieder van de drie scenario’s een 12-maands en een einde looptijd ECL berekend. Aan de hand van de scenario-gewichten komen er een gewogen gemiddelde 12-maands en een einde looptijd ECL tot stand.

Voor de particuliere hypotheken worden de gemiddelde hypotheekrente, de reële huizenprijs en het werkloosheidspercentage gebruikt als macro-economische parameters. Voor de mkb-kredieten wordt gebruik gemaakt van het werkloosheidspercentage en het aantal faillissementen. In het model voor de overige particuliere kredieten wordt gebruik gemaakt van het werkloosheidspercentage. In het Financial markets en ASN Bank ECL-model is de macro-economische invloed verwerkt in de CDS-curves die worden gebruikt.

De scenario’s en bijbehorende weging dienen te worden goedgekeurd door het Asset Liability Committee (ALCO). De scenario’s die worden gebruikt voor de bepaling van de voorzieningen worden ook gebruikt bij het opstellen (doorrekenen) van het Operationeel Plan. De scenario’s en de gewichten worden op kwartaalbasis beoordeeld en aangepast indien nodig.

In onderstaande tabel zijn de gebruikte parameters voor de drie scenario's weergegeven. De protectionistische maatregelen van de VS en de toenemende handelsspanningen tussen China en de VS vormden de belangrijkste redenen voor de toename van de weging van het down-scenario gedurende het jaar.

Scenario's 31-12-2018

Macro-economische parameter

Scenario

Weging

2019

2020

2021

2022

Lange termijn gemiddelde

Gemiddelde hypotheekrente

Base

50%

2,9%

2,9%

3,3%

3,7%

3,7%

Up

15%

3,2%

3,6%

4,0%

4,4%

3,8%

Down

35%

1,9%

1,9%

2,1%

2,3%

3,6%

Reële Huizenprijs (in €)

Base

50%

316.430

326.981

335.441

346.772

486.541

Up

15%

319.830

341.208

359.892

374.377

488.674

Down

35%

305.266

301.305

300.536

307.553

483.511

Werkloosheidspercentage

Base

50%

3,6%

3,6%

3,8%

3,9%

5,8%

Up

15%

3,3%

2,9%

2,6%

2,6%

5,7%

Down

35%

3,8%

4,6%

5,2%

5,4%

5,8%

Faillissementen (maandelijks)

Base

50%

322

321

327

325

362

Up

15%

297

257

234

226

329

Down

35%

350

408

461

477

409

Scenario's 1-1-2018

Macro-economische parameter

Scenario

Weging

2018

2019

2020

2021

Lange termijn gemiddelde

Gemiddelde hypotheekrente

Base

50%

3,0%

3,2%

3,2%

3,6%

3,8%

Up

30%

3,2%

3,5%

3,8%

4,1%

3,9%

Down

20%

2,2%

2,2%

2,3%

2,3%

3,6%

Reële Huizenprijs (in €)

Base

50%

285.246

295.087

302.553

311.947

439.128

Up

30%

285.554

298.033

309.686

321.795

438.976

Down

20%

265.526

262.472

260.963

263.964

434.509

Werkloosheidspercentage

Base

50%

4,0%

3,9%

4,1%

4,2%

5,8%

Up

30%

4,0%

3,8%

3,8%

3,8%

5,8%

Down

20%

4,6%

5,3%

6,0%

6,5%

6,0%

Faillissementen (maandelijks)

Base

50%

292

290

297

298

357

Up

30%

290

277

269

262

347

Down

20%

375

440

505

545

451

Stage-allocatie

Binnen IFRS 9 zijn er drie stages die weergeven hoe het kredietrisico van een lening zich in de loop van de tijd kan ontwikkelen ten opzichte van verstrekkingsmoment. De stages zijn bepalend voor de berekeningsmethodiek en de hoogte van de te treffen voorziening. Het IFRS 9 stage-allocatieproces binnen de Volksbank is in bovenstaand overzicht schematisch weergegeven.

Stage 1: 12 month ECL (categorie I)

In stage 1 zijn leningen opgenomen waarvoor geen sprake is van een significante stijging van het kredietrisico sinds het moment van verstrekking. Voor deze leningen wordt een voorziening genomen op basis van de verwachte verliezen in de komende 12 maanden (12 month ECL).

Stage 2: lifetime ECL not credit impaired (categorie II–V)

Op het moment dat een significante verslechtering van het kredietrisico heeft plaatsgevonden, wordt een lening van stage 1 naar stage 2 verplaatst. Daarnaast toetst de Volksbank op basis van een aantal aanvullende voorwaarden of een lening in stage 2 moet worden geplaatst, in die gevallen is sprake van een significante verslechtering van de kredietwaardigheid (SICR). De voorziening wordt genomen op basis van de verwachte verliezen tot einde looptijd (lifetime ECL). Een lening valt in stage 2, als aan ten minste één van de onderstaande voorwaarden is voldaan:

II. Een klant is langer dan 30 dagen in achterstand
III. Er sprake is van een significante verslechtering van de kredietwaardigheid (SICR trigger) volgend uit de ECL-modellen

In de ECL-modellen is per portefeuille bepaald wanneer er sprake is van een significante verslechtering van de kredietwaardigheid (Significant Increase in Credit Risk, SICR) van een klant. Deze verslechtering wordt getoetst door de huidige PD te vergelijken met de PD die we aan de klant hebben gekoppeld bij het verstrekken van de lening. Onderstaand is aangegeven hoe de toetsing per ECL-portefeuille plaatsvindt:

  • In de ECL-modellen van particuliere hypotheken en mkb-kredieten worden klanten in PD-categorieën ingedeeld op basis van hun individueel berekende kredietwaardigheidsscore bij het afsluiten van de lening. Afhankelijk van de PD-categorie waarin de lening is ingedeeld, mag de huidige kredietwaardigheidsscore een gemaximeerde relatieve verslechtering laten zien ten opzichte van het moment dat de lening werd afgesloten.

  • In de portefeuille overige particuliere kredieten ontvangt de klant een rating. Indien deze rating een vooraf vastgestelde grenswaarde overschrijdt, wordt de kredietfaciliteit in stage 2 geplaatst.

  • Voor leningen in de ASN-portefeuille wordt getoetst of de huidige PD een overschrijding van vooraf vastgestelde relatieve en absolute grenswaarden laat zien ten opzichte van de PD bij het afsluiten van de lening. Indien hiervan sprake is wordt de lening in stage 2 geplaatst.

  • Voor de posities in de Financial Markets-portefeuille wordt er op basis van de huidige externe credit rating en PD getoetst of er sprake is van een significante verslechtering ten opzichte van de externe credit rating en PD bij de eerste opname van de obligatie of lening. Indien er sprake is van een overschrijding van vooraf vastgestelde relatieve en absolute grenswaarden wordt de obligatie of lening in stage 2 geplaatst.

IV. Voor een van de leningen van de klant wordt een forbearance maatregel toegepast

Leningen van klanten waarvoor een forbearance maatregel is toegepast en die niet voldoen aan de prudentiële criteria voor non-performing worden in stage 2 opgenomen. Deze categorie omvat 1) leningen van klanten die een maatregel hebben ontvangen maar nog niet als non-performing zijn aangemerkt en 2) leningen van klanten die voorheen onderdeel waren van de prudentiële non-performing forborne categorie (categorie VII) en na een proeftermijn (probation period) van minimaal een jaar zijn geherclassificeerd naar de prudentiële performing forborne categorie. Na vervolgens een minimale proeftermijn van twee jaar wordt een lening in stage 1 opgenomen.

V. Potentieel zeer-hoogrisico klanten volgens de AFM-methodiek

Vanaf juni 2018 gebruiken we de door de AFM voorgeschreven segmentatiemethodiek om particuliere hypotheekklanten in verschillende risicoklassen in te delen. Voor de AFM segmentatie wordt gebruik gemaakt van: Loan-to-Value, aflossingsvorm, resterende looptijd van de hypotheek, tijd tot aan pensionering en resterende periode dat de hypotheekrenteaftrek geldt. Hypotheekklanten die op basis van de AFM-methodiek worden ingedeeld in de categorie ‘zeer-hoogrisico’ (very high risk) worden in stage 2 geplaatst, tenzij de lening van de klant als credit impaired wordt beschouwd, dan komen deze in stage 3.

Stage 3: lifetime ECL credit impaired (categorie VI-VIII)

Indien er sprake is van credit impaired wordt een lening opgenomen in stage 3. De voorziening wordt genomen op basis van de verwachte verliezen tot einde looptijd (lifetime ECL). In de volgende situaties is er sprake van credit impaired:

VI. Klanten in default

De Volksbank hanteert een specifieke default definitie voor iedere portefeuille waarvoor kredietvoorzieningen moeten worden getroffen onder IFRS 9. Zowel voor de hypotheekportefeuille als voor de mkb-portefeuille gaat een klant in 'default' op het moment dat er 3 maandtermijnen niet zijn voldaan én het achterstandsbedrag een drempelwaarde overschrijdt. Tevens gaat een klant in default indien we het onwaarschijnlijk achten dat de klant zijn verplichtingen in de toekomst kan nakomen. Daarnaast kan het voorkomen dat klanten in default gaan als gevolg van bijzondere gebeurtenissen zoals een scheiding of fraude. Klanten zijn pas weer uit default als de volledige achterstand is aangezuiverd en er een proeftermijn van 3 maanden is doorlopen.

De toezichthouder heeft gedurende 2018 de richtlijnen voor het bepalen van de default-status aangescherpt. Banken in Europa hebben tot 1 januari 2021 de tijd om hun definitie in lijn te brengen met de richtlijnen. Wij zijn bezig met het herformuleren van een bankbrede default-definitie om tijdig aan de richtlijnen te kunnen voldoen.

VII. Non-performing leningen van klanten met een forbearance maatregel

Naast de opname van leningen in default in stage 3 worden leningen van klanten met een forbearance maatregel die voldoen aan de prudentiële non-performing criteria en waarvoor geen sprake is van default toegewezen (zoals bij VI beschreven) aan stage 3. Dit betreffen leningen die na een proeftermijn van 1 jaar waren opgenomen in stage 2 en door een nieuwe forbearance maatregel en/of 30 dagen achterstand opnieuw in stage 3 worden geplaatst.

VIII. Potentieel zeer-hoogrisico klanten volgens de AFM-methodiek

De Volksbank beschouwt een kleine groep hypotheekklanten op basis van de AFM-segmentatie (zie categorie V) als credit impaired en deze klanten zijn daarom in stage 3 geplaatst.

4.6.4 Cijfers, ratio's en trendsAuditedEDTF 26

Kredietrisico-exposure

Onderstaande tabel geeft de kredietrisico-exposure weer op basis van de Exposure at Default (EAD) uit de toezichthoudersrapportage (zie ook paragraaf 4.9.5 Cijfers, ratio's en trends). Hierbij zijn voorzieningen in aftrek gebracht op de vorderingen. Eventueel onderpand of andere kredietrisicomitigerende instrumenten blijven buiten beschouwing.

Kredietrisico-exposureAudited

in miljoenen euro's

2018

2017

Kas en kasequivalenten

815

2.180

Vorderingen op banken

3.589

2.643

Vorderingen op klanten

50.536

49.459

Beleggingen

4.782

4.932

Derivaten

732

1.075

Overige

488

427

Exposure kredietrisico op de balans

60.942

60.716

Off-balance kredietfaciliteiten en garanties

1.827

1.576

Terugkoopverplichtingen

868

1.040

Off-balance exposure kredietrisico

2.694

2.616

Totale maximale exposure kredietrisico

63.636

63.332

De totale kredietrisico-exposure is gedurende 2018 nagenoeg gelijk gebleven, ondanks de groei van de hypotheekportefeuille. De kas en kasequivalenten zijn afgenomen ten opzichte van eind 2017, dit werd grotendeels gecompenseerd door een toename van vorderingen op banken. Deze mutaties zijn met name het gevolg van liquiditeitsmanagement. De categorie vorderingen op klanten is met circa 80% van het totaal de grootste categorie op de balans.

De categorie kas en kasequivalenten betreft DNB-tegoeden en vorderingen op kredietinstellingen met een resterende looptijd korter dan één maand. De categorie vorderingen op banken betreft vorderingen op kredietinstellingen met een looptijd van één maand of langer.

De categorie beleggingen betreft hoofdzakelijk overheidsobligaties van EU-lidstaten. De derivaten-positie komt met name voort uit afdekking van het renterisico op het bankboek (inclusief de securitisatieprogramma's).

Vorderingen op klanten naar categorie en regioEDTF 26

Onderstaande tabellen geven een nadere opsplitsing van de vorderingen op klanten naar categorie en naar regio.

Vorderingen op klantenAudited

in miljoenen euro's

2018

2017

Particuliere hypotheken

47.262

45.934

Overige particuliere kredieten

86

114

Totaal particuliere kredieten

47.348

46.048

Mkb-kredieten

702

737

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.486

2.674

Totaal

50.536

49.459

Vorderingen op klanten naar regioAudited

in miljoenen euro's

2018

2017

Nederland

49.822

48.660

Europese Monetaire Unie excl. Nederland

674

751

Overige

40

48

Totaal

50.536

49.459

Totaal vorderingen op klanten in 2018

Het totaal aan bruto vorderingen op klanten is in 2018 toegenomen met € 1,1 miljard tot € 50,7 miljard, volledig veroorzaakt door een stijging van particuliere hypotheken. Overige particuliere en mkb-kredieten lieten een beperkte daling zien, evenals overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid.

Dankzij gunstige macro-economische omstandigheden, de stijging van onderpandwaarde van de hypotheken en de inspanningen van de afdeling Bijzonder Beheer om klanten met financiële problemen te helpen is het risicoprofiel van de kredietportefeuille verbeterd. Hierdoor konden de kredietvoorzieningen afnemen van € 166 miljoen per 1 januari 2018 tot € 131 miljoen eind 2018. De stage 3-ratio (stage 3-leningen als percentage van de totale vorderingen) daalde van 1,8% naar 1,3%, de stage 3-dekkingsgraad steeg van 14,0% naar 15,4%.

Vorderingen op klanten 31 december 2018AuditedEDTF 28

IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkings-
graad

Stage 1

Particuliere hypotheken

44.236

-2

44.234

94,5%

0,0%

Overige particuliere kredieten

74

-

74

67,3%

0,0%

Mkb-kredieten

558

-1

557

75,1%

0,2%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.281

-1

2.280

91,6%

0,0%

Totaal vorderingen op klanten stage 1

47.149

-4

47.145

94,0%

0,0%

Stage 2

Particuliere hypotheken

2.039

-10

2.029

4,4%

0,5%

Overige particuliere kredieten

14

-2

12

12,7%

14,3%

Mkb-kredieten

99

-7

92

13,3%

7,1%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

208

-2

206

8,4%

1,0%

Totaal vorderingen op klanten stage 2

2.360

-21

2.339

4,7%

0,9%

Stage 3

Particuliere hypotheken

549

-46

503

1,2%

8,4%

Overige particuliere kredieten

22

-22

-

20,0%

100,0%

Mkb-kredieten

86

-33

53

11,6%

38,4%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

-

-

-

-

-

Totaal vorderingen op klanten stage 3

657

-101

556

1,3%

15,4%

Totaal stage 1, 2 en 3

Particuliere hypotheken

46.824

-58

46.766

0,1%

Overige particuliere kredieten

110

-24

86

21,8%

Mkb-kredieten1

743

-41

702

5,5%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.489

-3

2.486

0,1%

Totaal vorderingen op klanten stage 1, 2 en 3

50.166

-126

50.040

0,3%

IFRS waarderingsaanpassingen particuliere hypotheken2

496

-

496

Totaal vorderingen op klanten

50.662

-126

50.536

0,2%

Off-balance sheet posten3

2.444

-5

2.440

0,2%

Totale maximale kredietrisico exposure vorderingen op klanten

53.106

-131

52.976

0,2%

  1. Onder de bruto mkb-kredieten zijn voor € 614 miljoen bruto mkb-hypotheken verantwoord.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.
  3. Off-balance onherroepelijke faciliteiten, garanties en terugkoopverplichtingen.

Vorderingen op klanten 1 januari 2018Audited

IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkings-
graad

Stage 1

Particuliere hypotheken

42.366

-3

42.363

93,0%

0,0%

Overige particuliere kredieten

92

-

92

64,3%

0,0%

Mkb-kredieten

558

-1

557

70,5%

0,2%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.394

-

2.394

89,8%

0,0%

Totaal vorderingen op klanten stage 1

45.410

-4

45.406

92,4%

0,0%

Stage 2

Particuliere hypotheken

2.467

-18

2.449

5,4%

0,7%

Overige particuliere kredieten

17

-2

15

11,9%

11,8%

Mkb-kredieten

123

-12

111

15,5%

9,8%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

273

-1

272

10,2%

0,4%

Totaal vorderingen op klanten stage 2

2.880

-33

2.847

5,9%

1,1%

Stage 3

Particuliere hypotheken

718

-53

665

1,6%

7,4%

Overige particuliere kredieten

34

-32

2

23,8%

94,1%

Mkb-kredieten

110

-36

74

13,9%

32,7%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

-

-

-

-

-

Totaal vorderingen op klanten stage 3

862

-121

741

1,8%

14,0%

Totaal stage 1, 2 en 3

Particuliere hypotheken

45.551

-74

45.477

0,2%

Overige particuliere kredieten

143

-34

109

23,8%

Mkb-kredieten1

791

-49

742

6,2%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.667

-1

2.666

0,0%

Totaal vorderingen op klanten stage 1, 2 en 3

49.152

-158

48.994

0,3%

IFRS waarderingsaanpassingen particuliere hypotheken2

295

-

295

Totaal vorderingen op klanten

49.447

-158

49.289

0,3%

Off-balance sheet posten3

2.615

-8

2.607

0,3%

Totale maximale kredietrisico exposure vorderingen op klanten

52.062

-166

51.896

0,3%

  1. Onder de bruto mkb-kredieten zijn voor € 712 miljoen bruto mkb-hypotheken verantwoord.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.
  3. Off-balance onherroepelijke faciliteiten, garanties en terugkoopverplichtingen.

Vorderingen op klanten 31 december 2017Audited

IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto
leningen

Specifieke
voor-
ziening

IBNR-
voor-
ziening

Boek-
waarde

In achter-
stand

Non-default1

Default1

In achter-
stand

Impaired ratio

Dekkings-
graad2

Resterende hoofdsommen

45.552

-44

-28

45.480

541

264

277

1,2%

0,6%

15,9%

IFRS waarderings-
aanpassingen3

454

454

Particuliere hypotheken

46.006

45.934

Overige particuliere kredieten

142

-27

-1

114

37

3

34

26,1%

23,9%

79,4%

Totaal particuliere kredieten

46.148

-71

-29

46.048

578

267

311

1,3%

0,7%

22,8%

Mkb-kredieten4

786

-47

-2

737

104

-

104

13,2%

13,2%

45,2%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.674

-

-

2.674

-

-

-

-

-

-

Totaal vorderingen op klanten

49.608

-118

-31

49.459

682

267

415

1,4%

0,8%

28,4%

  1. Een klant is ‘In achterstand’ bij een betalingsachterstand van meer dan 3 maanden of wanneer het onwaarschijnlijk is dat de klant aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Onder 'Non-default' zijn de klanten opgenomen met een achterstand van kleiner dan drie maanden. 'Non-default' en 'Default' vormen samen het bedrag 'In achterstand'.
  2. In 2017 betrof de dekkingsgraad de specifieke aangehouden voorziening als deel van leningen in default.
  3. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.
  4. Onder de bruto mkb-kredieten zijn voor € 712 miljoen bruto mkb-hypotheken verantwoord.

4.6.5 Particuliere hypothekenEDTF 28

Belangrijkste ontwikkelingen in 2018

Gedurende 2018 is de Nederlandse economie verder verbeterd. Dit heeft bijgedragen aan de verbetering van de kwaliteit van de particuliere hypotheekportefeuille. De onderpandwaarde van de hypotheken is toegenomen als gevolg van het verder stijgen van de huizenprijzen. Dit had een positief effect op de gemiddelde Loan-to-Value (LtV). Deze verbeterde van 74% naar 70%. De totale exposure aan particuliere hypotheken is in 2018 met € 1,3 miljard gestegen naar € 47,3 miljard. Deze groei wordt deels verklaard door de stijgende huizenprijzen met als gevolg een gemiddeld hogere hoofdsom van de hypotheek per klant bij nieuwe verstrekkingen.

De toename van de totale exposure werd gedempt door hogere aflossingen. Vanwege de lage spaarrente blijft het voor klanten aantrekkelijk om hun hypotheek (versneld) af te lossen.

Bij de particuliere hypotheken is het aandeel van stage 1-vorderingen hoog en steeg in 2018 naar 94,5%. Nieuwe productie en positieve macro-economische omstandigheden leidden in 2018 ook tot een stijging van stage 1 particuliere hypotheken in absolute termen. Daarnaast verschoven stage 2 en 3 vorderingen naar betere stages mede door het actieve klantgerichte beleid door Preventief- en Bijzonder beheer. Hierdoor was ook de instroom naar stage 3 beperkt.

Het gunstige economische klimaat droeg er eveneens aan bij dat minder klanten in de financiële problemen kwamen. Hierdoor daalde de stage 3-ratio (stage 3-vorderingen als percentage van de totale vorderingen) naar 1,2%.

De absolute exposure aan particuliere hypotheken in stage 3 bedroeg eind 2018 € 549 miljoen. Hiervoor was een voorziening van € 46 miljoen getroffen, wat resulteerde in een stage 3-dekkingsgraad van 8,4% (begin 2018: 7,4%). De stijging van de dekkingsgraad werd geheel veroorzaakt door een additionele voorziening voor stage 3-vorderingen die langer dan 5 jaar in default zijn.

De Volksbank stelt op basis van de beschikbare klantgegevens vast welke klanten met een aflossingsvrije hypotheek de hoofdsom naar alle waarschijnlijkheid aan het einde van de looptijd niet kunnen terugbetalen of herfinancieren. Om die reden zijn ongeveer 160 klanten eind 2018 geclassificeerd als zeer-hoogrisico klanten en in stage 3 geplaatst. Eind 2018 bedraagt de voorziening hiervoor € 2 miljoen (2017: € 4 miljoen).

Ook heeft de AFM gedurende 2018 aangescherpte richtlijnen uitgevaardigd betreffende klantengroepen met aflossingsvrije hyptheken die we ook als potentieel zeer-hoogrisico moeten aanmerken. Deze richtlijnen hebben ertoe geleid dat we eind 2018 nog ongeveer 1.200 klanten hebben geïdentificeerd, die we in stage 2 hebben geplaatst. Eind 2018 houden we hiervoor € 1 miljoen aan voorzieningen aan in stage 2. De stage 2-leningen zonder achterstand waarvoor wel een significante verslechtering in kredietrisico is geconstateerd, namen af met € 438 miljoen naar € 1.786 miljoen.

KerncijfersEDTF 28

Exposure particuliere hypotheken 31-12-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkingsgraad

Stage 1

44.236

-2

44.234

94,5%

0,0%

Stage 2

2.039

-10

2.029

4,4%

0,5%

Stage 3

549

-46

503

1,2%

8,4%

Totaal stage 1,2,3

46.824

-58

46.766

100,0%

0,1%

IFRS waardeaanpassingen1

496

496

Totaal particuliere hypotheken

47.320

-58

47.262

Off-balance sheet posten2

1.796

-1

1.795

0,0%

Totale maximale kredietrisico exposure particuliere hypotheken

49.116

-59

49.057

0,1%

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en uit amortisaties.
  2. Off-balance onherroepelijke faciliteiten, garanties en terugkoopverplichtingen.

Exposure particuliere hypotheken 1-1-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkingsgraad

Stage 1

42.366

-3

42.363

93,0%

0,0%

Stage 2

2.467

-18

2.449

5,4%

0,7%

Stage 3

718

-53

665

1,6%

7,4%

Totaal stage 1,2,3

45.551

-74

45.477

100,0%

0,2%

IFRS waardeaanpassingen1

295

295

Totaal particuliere hypotheken

45.846

-74

45.772

Off-balance sheet posten2

1.967

-1

1.966

0,1%

Totale maximale kredietrisico exposure particuliere hypotheken

47.813

-75

47.738

0,2%

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.
  2. Off-balance onherroepelijke faciliteiten, garanties en terugkoopverplichtingen.

Exposure particuliere hypotheken 31-12-2017Audited

IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Impaired ratio

Dekkingsgraad1

Particuliere hypotheken

45.552

-72

45.480

0,6%

15,9%

IFRS waardeaanpassingen2

454

454

Totaal particuliere hypotheken

46.006

-72

45.934

0,6%

15,9%

  1. In 2017 betrof de dekkingsgraad de specifieke aangehouden voorziening als deel van leningen in default.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Verloop voorzieningAuditedEDTF 28

Onderstaande tabel geeft het verloop van de voorziening voor kredietverliezen weer.

Verloop voorziening voor kredietverliezen particuliere hypothekenAudited

in miljoenen euro's

Stage 1

Stage 2

Stage 3

2018 (IFRS 9)
Totaal

Specifiek

IBNR

2017 (IAS 39)
Totaal

Eindbalans vorige periode

72

80

34

114

Stelselwijziging IFRS 9

2

Openingsbalans

3

17

54

74

80

34

114

Verschuiving naar stage 1

-

-

-

-

-

-

-

Verschuiving naar stage 2

-

2

-2

-

-

-

-

Verschuiving naar stage 3

-

-2

2

-

-

-

-

Aanpassing voorziening door gewijzigd kredietrisico

1

-5

5

1

-16

-5

-21

Verstrekkingen en aankopen

-

1

1

2

-

-

-

Niet langer op de balans opgenomen

-

-1

-5

-6

-

-

-

Afschrijvingen

-2

-2

-9

-13

-22

-1

-23

Netto toename/afname

-1

-7

-8

-16

-38

-6

-44

Overige mutaties

-

-

-

-

2

2

Eindbalans

2

10

46

58

44

28

72

Particuliere hypotheken naar regio en merk

Verdeling hypotheekportefeuille naar provincie

Particuliere hypotheken naar merk

in miljoenen euro's

2018

20171

BLG Wonen

18.639

40%

16.419

36%

RegioBank

7.378

16%

6.962

15%

SNS

20.700

44%

22.057

49%

Totaal resterende hoofdsommen

46.717

100%

45.438

100%

Kredietvoorziening

-58

-72

Lopende rente

107

114

IFRS waarderingsaanpassingen2

496

454

Totaal particuliere hypotheken

47.262

45.934

  1. De voormalige DBV portefeuille is vanaf 2018 opgenomen onder het label BLG Wonen. Het vergelijkend cijfer is hiervoor aangepast.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Particuliere hypotheken naar aflossingsvorm, rentevastperiode en jaar van oorsprong

Hypotheken afgesloten na 1 januari 2013 komen alleen in aanmerking voor renteaftrek wanneer ze in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair worden afgelost. Hierdoor neemt het aandeel van annuïteiten- en lineaire hypotheken in de totale particuliere hypotheekportefeuille toe. Ook het totale brutobedrag van deze hypotheken nam toe. Het aandeel geheel of gedeeltelijk aflossingsvrij in de hypotheekportefeuille daalde van 55% in 2018 naar 52%.

De bank voert actief beleid om het aandeel aflossingsvrije hypotheken in de portefeuille terug te dringen door middel van het interne programma Aflossingsvrij en de campagne Aflossingsblij, een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse banken. Op het moment van aflopen van de aflossingsvrije hypotheek kan er een probleem met de aflossing of herfinanciering ontstaan in relatie tot de dan geldende acceptatiecriteria. In die gevallen streeft de bank naar het behoud van de klantrelatie en wordt er naar een passende oplossing gezocht.

De Nederlandse overheid heeft ook het (fiscale) beleid ten aanzien van het maximaal te verstrekken percentage aflossingsvrij en de aftrek van hypotheekrente de afgelopen jaren aangescherpt. Binnen de Volksbank hanteren we het beleid dat we maximaal 50% van de marktwaarde van het onderpand aflossingsvrij (her)financieren. Verdere aanvullende financiering dient plaats te vinden in een aflossende vorm. Zodoende zal het aandeel aflossingsvrije hypotheken in de totale portefeuille verder blijven dalen.

Particuliere hypotheken met een rentevaste periode van tien jaar of langer groeiden en hypotheken met een rentevaste periode van minder dan tien jaar namen af. Dit vloeide voort uit de aanhoudende lage hypotheekrente waardoor klanten logischerwijs voor een langere rentevastperiode kiezen. Het percentage hypotheken met een rentevaste periode tussen de tien en vijftien jaar steeg van 61% in 2017 tot 64%.

Particuliere hypotheken naar aflossingsvorm

in miljoenen euro's

2018

2017

Aflossingsvrij (100%)

11.654

25%

12.344

27%

Aflossingsvrij (gedeeltelijk)

12.740

27%

12.474

27%

Annuïtair

11.086

24%

8.571

19%

Lineair

1.025

2%

796

2%

(Bank)sparen1

5.704

12%

6.201

14%

Levensverzekering/belegging1

4.006

9%

4.620

10%

Overig

502

1%

432

1%

Totaal resterende hoofdsommen

46.717

100%

45.438

100%

Kredietvoorziening

-58

-72

Lopende rente

107

114

IFRS waardeaanpassingen2

496

454

Totaal particuliere hypotheken

47.262

45.934

  1. Vanaf 2018 worden de in een polis bij de verzekeraar opgebouwde gegarandeerde spaardelen niet langer verantwoord onder Levensverzekering maar onder (Bank)sparen. Het vergelijkend cijfer is hiervoor aangepast.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Aflossingsvrije hypotheken (100%) naar LtV-klasse

In percentages

2018

2017

LtV ≤ 75%

86%

81%

LtV >75 ≤100%

11%

14%

LtV >100 ≤110%

2%

3%

LtV >110 ≤125%

1%

1%

LtV > 125%

0%

1%

Totaal

100%

100%

Particuliere hypotheken naar jaar van oorsprong en aflossingsvorm (in miljarden euro's) 1,2

Particuliere hypotheken naar rentevaste looptijd

in miljoenen euro's

2018

2017

Variabel

2.398

5%

2.754

6%

≥ 1 en < 5 jaar rentevast

1.196

3%

1.331

3%

≥ 5 en < 10 jaar rentevast

3.944

8%

5.108

11%

≥ 10 en < 15 jaar rentevast

30.102

64%

27.810

61%

≥ 15 jaar rentevast

8.573

18%

8.001

18%

Overig

504

1%

434

1%

Totaal resterende hoofdsommen

46.717

100%

45.438

100%

Kredietvoorziening

-58

-72

Lopende rente

107

114

IFRS-waardeaanpassingen1

496

454

Totaal particuliere hypotheken

47.262

45.934

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Particuliere hypotheken naar jaar van oorsprong en rentevaste looptijd (in miljarden euro's)12

Particuliere hypotheken naar Loan-to-Value-klasse

De Loan-to-Value (LtV) is de hoogte van de (resterende) lening uitgedrukt als percentage van de geïndexeerde marktwaarde van het onderpand. De maximale wettelijke LtV voor nieuw te verstrekken hypotheken is in 2018 verlaagd tot 100%. Een lage LtV betekent een gunstige dekking van de lening op basis van onderpandwaarde. Als er NHG-garantie is afgegeven voor een lening, is dit een additionele zekerheid. Een lage LtV heeft als voordeel voor de klant en de bank dat de kans op een restschuld lager is. Daarom hanteren wij als bank bij verstrekkingen een lagere risico-opslag in onze hypotheektarieven naarmate de LtV lager is. Verder kan de klant verzoeken om verlaging van de opslag indien de LtV gedurende de looptijd is gedaald onder overlegging van de actuele waarde van het onderpand. Dit is voor klanten ook een reden om extra af te lossen, naast de lage rente op spaargeld.

Onze huidige hypotheekportefeuille bestaat voor een groot deel (63%) uit leningen die zijn afgesloten vóór 2013. Hierdoor is de invloed van het in de afgelopen jaren aangescherpte verstrekkingsbeleid slechts beperkt zichtbaar in de cijfers. In de komende jaren zullen naar verwachting de aangescherpte verstrekkingsvoorwaarden en –normen een positieve impact hebben op het kredietrisicoprofiel van de portefeuille.

De gewogen gemiddelde geïndexeerde LtV van de particuliere hypotheken verbeterde tot 70%, van 74% eind 2017. Voor de bepaling van deze LtV indexeren wij maandelijks de onderpandwaarden op basis van de ontwikkeling van de huizenprijzen. Door stijging van de huizenprijzen is een verschuiving van de particuliere hypotheken naar lagere LtV-klassen zichtbaar.

De omvang van een NHG-garantie op een hypotheek loopt door de jaren heen annuïtair af, ongeacht de aflossingsvorm. In onderstaande tabel staan onder de categorie NHG de uitstaande vorderingen, die geheel of gedeeltelijk gedekt zijn door een NHG-garantie. De grens voor de NHG-garantie is in 2018 verhoogd naar € 265.000. Doordat de gemiddelde huizenprijs gedurende 2018 is gestegen, is de NHG-grens per 1 januari 2019 op € 290.000 vastgesteld.

Het aandeel van NHG-hypotheken in de nieuwe hypotheekproductie was in 2018 ongeveer 28% (2017: 35%). Op portefeuilleniveau bleef het aandeel nagenoeg onveranderd op 30%.

Uitsplitsing particuliere hypotheken naar LtV-klasse

in miljoenen euro's1

Stage 1

Stage 2

Stage 3

2018 (IFRS 9)
Totaal

2017 (IAS 39)
Totaal

NHG2

12.870

395

80

13.345

30%

13.184

30%

- waarvan LtV ≤ 75%

5.182

103

22

5.307

12%

4.320

10%

- waarvan LtV >75 ≤100%

6.981

224

41

7.246

16%

7.299

17%

- waarvan LtV >100 ≤110%

562

37

8

607

1%

1.129

3%

- waarvan LtV >110 ≤125%

131

19

4

154

0%

381

1%

- waarvan LtV > 125%

14

12

5

31

0%

55

0%

Niet-NHG

29.261

1.585

457

31.303

70%

30.160

70%

- waarvan LtV ≤ 75%

18.146

549

133

18.828

42%

16.546

38%

- waarvan LtV >75 ≤100%

9.507

639

150

10.296

23%

9.840

23%

- waarvan LtV >100 ≤110%

1.240

189

49

1.478

3%

2.345

5%

- waarvan LtV >110 ≤125%

302

100

45

447

1%

1.090

3%

- waarvan LtV > 125%

66

108

80

254

1%

339

1%

Hoofdsommen exclusief spaardelen

42.131

1.980

537

44.648

100%

43.344

100%

Kredietvoorziening

-58

-72

IFRS waarderingsaanpassingen3

496

454

Lopende rente

107

114

Spaardelen

2.069

2.094

Totaal particuliere hypotheken

47.262

45.934

Gewogen gemiddelde geïndexeerde LtV

70%

74%

  1. LtV op basis van geïndexeerde marktwaarde onderpand.
  2. De omvang van de garantie gerelateerd aan NHG-gegarandeerde hypotheken loopt annuïtair af.
  3. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Achterstanden particuliere hypotheken en bijzonder beheerEDTF 28

Onderstaande tabel toont de achterstanden van vorderingen op particuliere hypotheken. Een klant is in achterstand als de betaling van het verschuldigde rente- en/of aflossingsbedrag meer dan een dag te laat is. In de praktijk komt dat neer op de te late betaling van het overeengekomen maandelijks termijnbedrag.

De geregistreerde achterstanden laten een verbetering zien ten opzichte van begin 2018. Het totaal bedrag aan leningen langer dan 90 dagen in achterstand is teruggelopen en er is eveneens sprake van minder leningen tot 30 dagen in achterstand. Leningen zonder achterstand, maar wel opgenomen in stage 2 of stage 3, zijn klanten met forbearance maatregelen of klanten die vanuit het Aflossingsvrij-programma als klanten met een zeer hoog risico zijn beoordeeld. Ook het aantal van deze leningen is afgenomen. De verbeteringen van de portefeuille in combinatie met de groei leidden tot de toename van het totaal bedrag aan leningen in stage 1.

Achterstanden particuliere hypotheken 31-12-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Geen achterstand

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Stage 1

44.236

44.236

-

-

-

0,0%

Stage 2

2.039

1.786

206

47

-

12,4%

Stage 3

549

300

41

75

133

45,4%

Subtotaal

46.824

46.322

247

122

133

1,1%

IFRS waarderingsaanpassingen1

496

-

-

-

-

Totaal

47.320

46.322

247

122

133

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Achterstanden particuliere hypotheken 1-1-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Geen achterstand

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Stage 1

42.366

42.348

18

-

-

0,0%

Stage 2

2.467

2.220

204

40

2

10,0%

Stage 3

718

407

64

78

170

43,5%

Subtotaal

45.551

44.975

286

118

172

1,3%

IFRS waarderingsaanpassingen1

295

-

-

-

-

Totaal

45.846

44.975

286

118

172

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Achterstanden particuliere hypotheken 31-12-2017Audited


IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Geen achterstand

44.879

-

-

-

0,0%

Non-defaultleningen in achterstand

280

-

280

-

0,6%

Defaultleningen in achterstand

279

-

110

169

0,6%

Subtotaal

45.438

-

390

169

1,2%

IFRS waarderingsaanpassingen1

454

-

-

-

Totaal

45.892

-

390

169

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Interne ratingklasse particuliere hypothekenEDTF 15

De volgende tabel toont de verdeling van de portefeuille particuliere hypotheken naar kredietkwaliteitklassen zoals gebruikt in de ECL-modellen.

PD-risicoklassen particuliere hypothekenAudited

2018 (IFRS 9)

Interne ratingklasse

Stage 1

Stage 2

Stage 3

Totaal

1

38.620

1

-

38.621

2

4.881

-

-

4.881

3

250

-

-

250

4

80

1

-

81

5

225

10

1

236

6

130

16

1

147

7

50

168

7

225

8

-

399

19

418

9

-

480

42

522

10

-

394

40

434

11

-

344

49

393

12

-

226

77

303

13 (default)

-

-

313

313

Totaal

44.236

2.039

549

46.824

Kredietvoorziening

-2

-10

-46

-58

IFRS waarderingsaanpassingen1

496

Boekwaarde

44.234

2.029

503

47.262

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

4.6.6 Overige particuliere kredietenEDTF 26EDTF 28

Belangrijkste ontwikkelingen in 2018

De omvang van overige particuliere kredieten is verder teruggelopen van bruto € 143 miljoen per 1 januari 2018 naar € 110 miljoen ultimo 2018. De daling is veroorzaakt door aflossingen van klanten met persoonlijke leningen en doorlopende kredieten. Verder is het debetsaldo op de betaalrekeningen gedaald. Gedurende 2018 heeft de Volksbank het beheer (en daarmee de exposure en het bijbehorende kredietrisico) van haar creditcardproducten onder gebracht bij International Card Services (ICS). De omvang van vorderingen in achterstand is gedaald van € 33 miljoen per 1 januari naar € 22 miljoen eind 2018.

Bij overige particuliere kredieten is het aantal leningen in stage 3 relatief hoog, mede veroorzaakt doordat in het verleden doorlopende incasso's voor productkosten een negatief saldo konden veroorzaken. Begin 2018 is een automatische blokkade ingericht voor inactieve rekeningen met een laag of negatief saldo die voorkomt dat er nog bankkosten worden geïncasseerd, die zouden leiden tot roodstand. Hierdoor, en door opschoningsacties, neemt het aantal inactieve rekeningen af.

Daarnaast is ook het aandeel van stage 3-vorderingen bij doorlopende kredieten en persoonlijke leningen hoog. Sinds oktober 2011 wordt dit soort kredieten niet meer verstrekt en wordt de portefeuille afgebouwd. De voorziening voor deze kredieten wordt in 24 maanden lineair opgebouwd tot 100% van de uitstaande vordering.

Overige particuliere kredieten zijn ongedekt, waardoor zij in stage 3 vrijwel volledig moeten worden voorzien. Eind 2018 was de stage 3-dekkingsgraad 100% (begin 2018: 94,1%).

Kerncijfers

Exposure overige particuliere kredieten 31-12-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkingsgraad

Stage 1

74

-

74

67,3%

0,0%

Stage 2

14

-2

12

12,7%

14,3%

Stage 3

22

-22

-

20,0%

100,0%

Totaal overige particuliere kredieten

110

-24

86

100,0%

21,8%

Off-balance sheet posten1

464

-4

461

0,8%

Totale maximale kredietrisico exposure overige particuliere kredieten

574

-28

547

4,8%

  1. Off-balance sheet posten betreffen niet getrokken kredietlimieten van klanten op doorlopende kredieten en rekening courant kredieten.

Exposure overige particuliere kredieten 1-1-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkingsgraad

Stage 1

92

-

92

64,3%

0,0%

Stage 2

17

-2

15

11,9%

11,8%

Stage 3

34

-32

2

23,8%

94,1%

Totaal overige particuliere kredieten

143

-34

109

100,0%

23,8%

Off-balance sheet posten1

576

-7

570

1,2%

Totale maximale kredietrisico exposure overige particuliere kredieten

719

-41

679

5,7%

  1. Off-balance sheet posten betreffen niet getrokken kredietlimieten van klanten op doorlopende kredieten, rekening courant kredieten en creditcardproducten

Exposure overige particuliere kredieten 31-12-2017Audited

IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Impaired ratio

Dekkingsgraad1

Totaal overige particulier kredieten

142

-28

114

23,9%

79,4%

  1. In 2017 betrof de dekkingsgraad de specifieke aangehouden voorziening als deel van leningen in default.

Verloop voorziening overige particuliere kredietenAudited

in miljoenen euro's

Stage 1

Stage 2

Stage 3

2018 (IFRS 9)
Totaal

Specifiek

IBNR

2017 (IAS 39)
Totaal

Eindbalans vorige periode

28

25

1

26

Stelselwijziging IFRS 9

6

Openingsbalans

-

2

32

34

25

1

26

Verschuiving naar stage 1

-

-

-

-

-

Verschuiving naar stage 2

-

-

-

-

-

Verschuiving naar stage 3

-

-

-

-

-

Aanpassing voorziening door gewijzigd kredietrisico

-

-

5

5

2

-

2

Niet langer op de balans opgenomen

-

-

-3

-3

-

Afschrijvingen

-

-

-12

-12

-

-

-

Netto toename/afname

-

-

-10

-10

2

-

2

Eindbalans

-

2

22

24

27

1

28

Achterstanden overige particuliere kredieten 31-12-2018Audited

IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Geen achterstand

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Stage 1

74

74

-

-

-

0,1%

Stage 2

14

12

2

-

-

12,3%

Stage 3

22

2

-

1

19

89,3%

Totaal

110

88

2

1

19

19,3%

Achterstanden overige particuliere kredieten 1-1-2018Audited

IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Geen achterstand

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Stage 1

92

92

-

-

-

0,1%

Stage 2

17

15

2

-

-

13,4%

Stage 3

34

3

-

1

30

89,5%

Totaal

143

110

2

1

30

22,9%

Achterstanden overige particuliere kredieten 31-12-2017Audited


IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Geen achterstand

102

-

-

-

0,0%

Non-defaultleningen in achterstand

3

-

3

-

2,2%

Defaultleningen in achterstand

34

-

4

30

24,5%

Totaal

139

-

7

30

26,6%

4.6.7 Mkb-kredietenEDTF 26

Belangrijkste ontwikkelingen in 2018

De Volksbank is begin 2018 een initiatief gestart om leningen te verstrekken aan het kleinbedrijf. Hiermee bieden we zzp’ers en kleine ondernemingen mogelijkheden tot financiering, waar dit doorgaans in de markt moeilijk blijkt. Gedurende 2018 hebben we in pilot-vorm nieuwe leningen verstrekt. Daarnaast helpen we bestaande klanten bij (her)financiering als dit niet leidt tot een te hoge totale exposure (zakelijke leningen tot maximaal € 1 miljoen).

Mkb-kredieten zijn afgenomen van € 791 miljoen (bruto) begin 2018 naar € 743 miljoen eind 2018. Deze daling is kleiner dan in voorgaande jaren door lagere aflossingen.
De leningen in achterstand daalden relatief harder van € 45 miljoen bij aanvang van het jaar tot € 35 miljoen eind 2018.
De leningen die niet in achterstand zijn en geen waardevermindering hebben ondergaan, worden ingedeeld in 7 risicoklassen. In 2018 valt 74% van deze leningen in de eerste vier beste risicoklassen. Het onderpand bestaat voornamelijk uit onroerend goed.

Het aandeel stage 1-vorderingen is bij mkb-kredieten kleiner dan bij particuliere hypotheken. We werken hard om meer mkb-klanten financieel weerbaar te maken en naar stage 1 te migreren.

Stage 3-vorderingen daalden van € 110 miljoen begin 2018 naar € 86 miljoen eind 2018. Naast uitwinningen, die leidden tot een lager stage 3-volume, migreerden vorderingen naar betere stages. De stage 3-dekkingsgraad was 38,4% (begin 2018: 32,7%). De stijging werd met name veroorzaakt door een additionele voorziening voor stage 3-leningen die langer dan 5 jaar in default zijn.

KerncijfersEDTF 28

Exposure mkb-kredieten 31-12-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkingsgraad

Stage 1

558

-1

557

75,1%

0,2%

Stage 2

99

-7

92

13,3%

7,1%

Stage 3

86

-33

53

11,6%

38,4%

Totaal mkb-kredieten

743

-41

702

100,0%

5,5%

Off-balance sheet posten1

36

-

36

0,0%

Totale maximale kredietrisico exposure mkb-kredieten

779

-41

738

5,3%

  1. Off-balance onherroepelijke faciliteiten, garanties en terugkoopverplichtingen.

Exposure mkb-kredieten 1-1-2018Audited


IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Stage ratio

Dekkingsgraad

Stage 1

558

-1

557

70,5%

0,2%

Stage 2

123

-12

111

15,5%

9,8%

Stage 3

110

-36

74

13,9%

32,7%

Totaal mkb-kredieten

791

-49

742

100,0%

6,2%

Off-balance sheet posten1

38

-

38

Totale maximale kredietrisico exposure mkb-kredieten

829

-49

780

5,9%

  1. Off-balance onherroepelijke faciliteiten, garanties en terugkoopverplichtingen.

Exposure mkb-kredieten 31-12-2017Audited

IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Voorziening voor kredietverliezen

Boekwaarde

Impaired ratio

Dekkingsgraad1

Totaal mkb-kredieten

786

-49

737

13,2%

45,2%

  1. In 2017 betrof de dekkingsgraad de specifieke aangehouden voorziening als deel van leningen in default.

Verloop voorziening mkb-kredietenAudited

in miljoenen euro's

Stage 1

Stage 2

Stage 3

2018 (IFRS 9)
Totaal

Specifiek

IBNR

2017 (IAS 39)
Totaal

Eindbalans vorige periode

49

70

4

74

Stelselwijziging IFRS 9

-

Openingsbalans

1

12

36

49

70

4

74

Verschuiving naar stage 1

-

-

-

-

-

-

-

Verschuiving naar stage 2

-

1

-1

-

-

-

-

Verschuiving naar stage 3

-

-

-

-

-

-

-

Aanpassing voorziening door gewijzigd kredietrisico

-

-5

5

-

-9

-

-9

Verstrekkingen en aankopen

-

-

-

-

-

-

-

Niet langer op de balans opgenomen

-

-1

-4

-5

-

-

-

Afschrijvingen

-

-

-3

-3

-17

-2

-19

Netto toename/afname

-

-5

-3

-8

-26

-2

-28

Overige mutaties

3

-

3

Eindbalans

1

7

33

41

47

2

49

Achterstanden mkb-kredieten

Achterstanden mkb-kredieten 31-12-2018Audited

IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Geen achterstand

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand

% in achterstand

Stage 1

558

558

-

-

-

0,0%

Stage 2

99

97

2

-

-

2,0%

Stage 3

86

53

9

6

18

38,4%

Totaal

743

708

11

6

18

4,7%

Achterstanden mkb-kredieten 1-1-2018Audited

IFRS 9
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

Geen achterstand

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand1

% in achterstand

Stage 1

558

558

-

-

-

0,0%

Stage 2

123

117

6

-

-

4,9%

Stage 3

110

71

5

4

30

35,5%

Totaal

791

746

11

4

30

5,7%

  1. Tot en met 31 december 2017 werden defaultleningen zonder achterstand in de bucket '> 90 dagen in achterstand' geplaatst. Vanaf 1 januari 2018 worden deze opgenomen in de bucket 'Geen achterstand'.

Achterstanden mkb-kredieten 31-12-2017Audited


IAS 39
in miljoenen euro's

Bruto boekwaarde

≤ 30 dagen in achterstand

> 30 dagen ≤ 90 dagen in achterstand

> 90 dagen in achterstand1

% in achterstand

Geen achterstand

682

-

-

-

0,0%

Defaultleningen in achterstand

104

-

3

101

13,2%

Totaal

786

-

3

101

13,2%

  1. Tot en met 31 december 2017 werden defaultleningen zonder achterstand in de bucket '> 90 dagen in achterstand' geplaatst. Vanaf 1 januari 2018 worden deze opgenomen in de bucket 'Geen achterstand'.

Interne ratingklasse mkb-kredieten

PD-risicoklasse mkb-kredieten 2018

2018 (IFRS 9)

Interne ratingklasse

Stage 1

Stage 2

Stage 3

Totaal

Geen rating

9

9

1

352

2

-

354

2

110

2

-

112

3

48

-

-

48

4

25

2

-

27

5

9

26

-

35

6

5

47

-

52

7

-

20

-

20

8 (default)

-

-

86

86

Totaal

558

99

86

743

Kredietvoorziening

-1

-7

-33

-41

Boekwaarde

557

92

53

702

4.6.8 Overige zakelijk kredieten en vorderingen op de overheidEDTF 26EDTF 28

De portefeuille overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid is als volgt onder te verdelen:

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheidAudited

in miljoenen euro's

2018
(IFRS 9)

2017
(IAS 39)

Onderhandse lening aan VIVAT

708

702

Duurzame financieringen ASN Bank

640

518

Overige onderhandse leningen

559

629

Bruto overige zakelijke en semi-publieke kredieten

1.907

1.849

Voorziening overige zakelijk en semi-publieke kredieten

-3

-

Overige zakelijke en semi-publieke kredieten

1.904

1.849

Kasgeldleningen

115

248

Onderhandse leningen

467

577

Vorderingen op de overheid

582

825

Totaal overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.486

2.674

Overige zakelijke en semi-publieke kredieten

De portefeuille overige zakelijke kredieten kenmerkt zich door veelal gegarandeerde leningen met een heel laag kredietrisicoprofiel. Het merendeel van de vorderingen (91%) bevindt zich in stage 1. Van deze vorderingen is € 180 miljoen geclassificeerd in stage 2, hierop is voor € 2 miljoen aan voorzieningen getroffen. In deze portefeuille zijn geen vorderingen in stage 3.

Onderhandse lening aan VIVAT

Er is een onderhandse lening verstrekt aan verzekeraar VIVAT. Binnen het securitisatieprogramma van de Volksbank worden spaarhypotheken gesecuritiseerd, waarbij de spaarpolis bij VIVAT loopt en de hypotheek bij de Volksbank. Hierbij ontvangt VIVAT een onderhandse lening van de bank ter financiering van haar (sub-)participaties in de securitisatie-entiteiten. De onderhandse lening aan VIVAT is voor de Volksbank kredietrisico-vrij omdat deze in geval van default verrekend wordt met de door de klant bij de Volksbank gestorte spaarpremies (deze hebben dezelfde omvang). De lening dient als bezwaard te worden beschouwd. Ultimo 2018 bedraagt de lening € 708 miljoen (2017: € 702 miljoen). Voor meer informatie zie toelichting 10 Overige schulden aan klanten bij de geconsolideerde jaarrekening.

Duurzame financieringen ASN Bank

ASN Bank heeft een portefeuille met duurzame financieringen. Dit zijn projectfinancieringen aan vooral organisaties binnen de sector duurzame energie, die daarmee bijdragen aan een duurzame samenleving. Concentratierisico mitigeren we door een gedegen kennis van de sector, geografische spreiding van uitzettingen, diversificatie naar type energieopwekking (zon, wind en warmte-koudeopslag) en naar achterliggende leveranciers (zonnepanelen en windturbines). Bij de leningen is voor een groot deel sprake van door overheden gegarandeerde stroomprijzen en afnamecontracten. Gedurende 2018 hebben we kunnen participeren in een aantal nieuwe projecten waardoor de totale exposure van deze portefeuille met € 122 miljoen is gegroeid naar € 640 miljoen eind 2018.
In de markt voor duurzame financieringen is er druk op de tarieven en liggen de rendementen laag. Naast de interne rendementsdoelstellingen letten we ook op het maatschappelijk belang (CO2-reductie), wat meeweegt in onze besluitvorming over de betreffende financiering. De bank financiert alleen als het project voldoet aan de gestelde doelen.

Overige onderhandse leningen

De overige onderhandse leningen betreffen veelal leningen van ASN Bank verstrekt aan woningbouwcorporaties, zorginstellingen en ondernemingen die in eigendom zijn van of gerelateerd zijn aan de overheid. Dit soort organisaties sluit goed aan bij de maatschappelijke doelstellingen van het merk ASN Bank en de Volksbank. Veelal is voor deze leningen een overheidsgarantie afgegeven of is er sprake van een garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) of het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Deze portefeuille heeft door de afgegeven garanties een uitermate laag risico. Door reguliere aflossingen neemt de omvang van deze portefeuille jaar-op-jaar af.

Onderverdeling naar sector

in miljoenen euro's

2018

2017

Financiële instellingen

708

702

Centrale overheden

115

248

Lagere overheden

224

278

Duurzame energie

539

411

Woningbouw

365

397

Gezondheids- en welzijnszorg

231

267

Waterwinning- en beheer

198

228

Ontwikkelingssamenwerking

3

42

Overige

106

101

Bruto overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.489

2.674

Voorzieningen

-3

-

Totaal overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

2.486

2.674

Vorderingen op de overheid

Bij de vorderingen op de overheid gaat het veelal om leningen die zijn verstrekt aan Nederlandse gemeentes en provincies en instanties met een overheidsgarantie. Het kredietrisico op deze vorderingen is zeer laag. Evenals begin 2018 bevindt het overgrote deel van de portefeuille vorderingen op de overheid zich in stage 1 (87%). Van deze vorderingen is € 78 miljoen geclassificeerd in stage 2, hierop is voor minder dan € 1 miljoen voorzien. In deze portefeuille zijn geen vorderingen in stage 3.

De totale vorderingen zijn gedaald ten opzichte van 2017 omdat minder kasgeldleningen uitstaan bij overheden en door aflossingen van onderhandse leningen.

Vorderingen op de overheidAudited

in miljoenen euro's

2018

2017

Nederland

467

577

België

90

248

Duitsland

25

-

Totaal

582

825

4.6.9 BeleggingenAudited

De Volksbank beschikt over een obligatieportefeuille ten behoeve van het liquiditeitsmanagement. Hiervoor moeten tegenpartijen voldoen aan strenge eisen en een goede rating hebben. Beleggingen (met uitzondering van de aandelen) vallen binnen de kredietportefeuille van Financial Markets. Alle beleggingen in deze portefeuille vallen in stage 1, hierop is voor € 3 miljoen voorzien (1 januari 2018: € 2 miljoen).

In 2018 heeft de Volksbank haar exposure op Italië volledig afgebouwd, gezien de economische ontwikkelingen daar en de down-grade door rating agencies van de Italiaanse overheid.

In onderstaande tabellen zijn de beleggingen weergegeven aan de hand van de exposure aan kredietrisico op basis van de EAD uit de toezichthoudersrapportage. Dit betekent dat voor 2017 de beleggingen gewaardeerd tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening (€ 162 miljoen) niet zijn opgenomen (zie ook toelichting 3 Beleggingen bij de geconsolideerde jaarrekening).

Verdeling beleggingenAudited

2018

2017

in miljoenen euro's

Reële waarde via W&V

Reële waarde via het overig totaalresultaat

Geamortiseerde kostprijs

Totaal

Staatsobligaties

-

1.546

1.626

3.172

3.490

Lagere overheden

-

55

116

171

413

Groene- en klimaatobligaties

-

15

595

610

487

Overige (bedrijfs)obligaties

-

292

531

823

526

Aandelen

3

3

-

6

16

Totaal

3

1.911

2.868

4.782

4.932

Verdeling beleggingen (rating)Audited

2018

2017

in miljoenen euro's

Reële waarde via W&V

Reële waarde via het overig totaalresultaat

Geamortiseerde kostprijs

Totaal

AAA

-

1.251

1.518

2.769

2.707

AA

-

635

1.088

1.723

1.945

A

-

22

262

284

234

BBB

-

-

-

-

30

< BBB

-

-

-

-

-

Geen rating

3

3

-

6

16

Totaal

3

1.911

2.868

4.782

4.932

Verdeling beleggingen (landen)Audited

2018

2017

in miljoenen euro's

Reële waarde via W&V

Reële waarde via het overig totaalresultaat

Geamortiseerde kostprijs

Totaal

Duitsland

-

784

627

1.411

1.488

Nederland

-

403

742

1.145

1.169

Frankrijk

-

72

473

545

699

België

-

287

340

627

577

Oostenrijk

-

134

228

362

396

Luxemburg

-

104

199

303

245

Ierland

-

16

132

148

118

Finland

-

32

101

133

122

Zwitserland

-

56

12

68

58

Italie

-

-

-

-

30

Zweden

-

23

-

23

26

Overige landen

3

-

14

17

4

Totaal

3

1.911

2.868

4.782

4.932

Groene obligaties

De Volksbank investeert via groene obligaties (green bonds) in vastrentende waarden op het gebied van duurzame energie, energiereductie en biodiversiteit. Deze obligaties leveren een bijdrage aan het bereiken van onze interne doelstelling om in 2030 een volledig klimaatneutrale balans te hebben.

4.6.10 Rentederivaten

In het kader van het balansmanagement maken we gebruik van rentederivaten. Deze posities brengen een tegenpartijrisico met zich mee dat vanaf een contractueel afgesproken waarde is gedekt door onderpand. Per tegenpartij is een maximum kredietbedrag afgesproken, de zogenoemde kredietlijn.

4.6.11 RisicomitigeringEDTF 26EDTF 29EDTF 30

Saldering van financiële activa en passivaAudited

De bank presenteert de financiële activa en passiva gesaldeerd op de balans wanneer er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de opgenomen bedragen te verrekenen en het voornemen bestaat de bedragen gesaldeerd af te wikkelen of het actief en de verplichting tegelijkertijd af te wikkelen. Van een afdwingbaar recht om te salderen is sprake als het niet afhankelijk is van een toekomstige gebeurtenis en het juridisch afdwingbaar is onder normale omstandigheden als ook bij faillissement. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan vindt geen saldering plaats.

De volgende tabel geeft inzicht in de potentiële invloed van salderingsregelingen en onderpand-overeenkomsten op de financiële positie van de Volksbank. Hierbij hebben we rekening gehouden met het mogelijke effect van rechten tot gesaldeerde afwikkeling gerelateerd aan op de balans opgenomen financiële activa en financiële passiva van de Volksbank.

De voor saldering in aanmerking komende bedragen uit hoofde van de International Swaps and Derivatives Association (ISDA)-contracten, hebben betrekking op derivaten ten bedrage van € 452 miljoen (2017: € 706 miljoen).

Het overig financieel onderpand van € 484 miljoen bij schulden aan banken per eind 2018 (2017: € 1.305 miljoen) heeft betrekking op repotransacties met staatsobligaties als onderpand.

Financiële activa en passiva 2018Audited

in miljoenen euro's

Ongesaldeerde opgenomen balanswaarde

Tegengestelde opgenomen balanswaarde

Gesaldeerde balanswaarde

Financiële instrumenten1

Kas onderpand1

Overig financieel onderpand

Gesaldeerde waarde

Derivaten

732

-

732

452

133

-

147

Totaal financiële activa

732

-

732

452

133

-

147

Derivaten

1.120

-

1.120

452

593

-

75

Schulden aan banken

1.116

-

1.116

-

-

484

632

Totaal financiële passiva

2.236

-

2.236

452

593

484

707

  1. Gerelateerde waarden niet gesaldeerd in de balanswaarde.

Financiële activa en passiva 2017Audited

in miljoenen euro's

Ongesaldeerde opgenomen balanswaarde

Tegengestelde opgenomen balanswaarde

Gesaldeerde balanswaarde

Financiële instrumenten1

Kas onderpand1

Overig financieel onderpand

Gesaldeerde waarde

Derivaten

1.075

-

1.075

706

157

-

212

Totaal financiële activa

1.075

-

1.075

706

157

-

212

Derivaten

1.252

-

1.252

706

361

-

185

Schulden aan banken

2.683

-

2.683

-

-

1.305

1.378

Totaal financiële passiva

3.935

-

3.935

706

361

1.305

1.563

  1. Gerelateerde waarden niet gesaldeerd in de balanswaarde.

ZekerhedenEDTF 30

Particuliere hypotheken

Bij de instroom zien we erop toe dat de verstrekte leningen op hypotheken voldoen aan adequate normen ten aanzien van klant, inkomen en onderpand. Potentiële verliezen als gevolg van het kredietrisico beperken we door voorwaarden te stellen aan de zekerheden, zoals de waarde van het onderpand en al dan niet een garantiestelling door NHG. Van de Internal Rating Based (IRB)-risicoklasse 'Particuliere hypotheken' valt € 13,0 miljard (2017: € 12,9 miljard) ofwel 30% van de exposure onder het NHG-garantiestelsel (zie de volgende tabel).

Maandelijks indexeren we onderpandwaarden op basis van de ontwikkeling van de huizenprijzen. Dit doen wij op basis van indices (per gemeente en soort onderpand) die wij extern inkopen. Voor ons portefeuillebeheer passen wij de onderpandwaarde zowel naar boven als naar beneden aan. Bij een negatieve ontwikkeling wordt de Loan-to-Value dus aangepast, maar de opslag die de bank aan de klant door berekent, wordt niet verhoogd.

In het uiterste geval van uitwinning, geeft de bank opdracht aan een door haar geselecteerde taxateur om een (her)taxatie uit te voeren.

Zakelijke portefeuille

De waarde van de onroerende zaken in de zakelijke portefeuille controleren we ten minste eenmaal per jaar aan de hand van actuele marktgegevens. Indien de marktomstandigheden hiertoe aanleiding geven, voeren we frequenter controles uit. De hertaxatietermijn voor onroerend goed is afhankelijk van de hoogte van de schuld. Is de schuld (het obligo) hoger dan € 1 miljoen, dan moet er elke drie jaar een hertaxatie worden uitgevoerd. Is de schuld lager, dan is hertaxatie niet verplicht. Een hertaxatie kan ook vanuit het (bijzonder) beheerproces worden opgestart. Zodra we, in het kader van Bijzonder Beheer, een kredietfaciliteit in behandeling nemen omdat deze in default is verklaard, laten we standaard een hertaxatie uitvoeren. Hertaxatie vindt eveneens plaats als bij controle uit verkregen informatie aannemelijk is geworden dat de waarde van het onroerend goed sterk is gedaald in vergelijking met de algemene marktprijzen.

Bij elke nieuwe verstrekking of materiële wijziging van de kredietfaciliteit is een taxatierapport vereist voor alle meeverbonden onroerende zaken. In geval van nieuwbouw betreft dit een taxatie op basis van bestek en onderliggende documenten zoals een aanneemovereenkomst.

Onderstaande tabel geeft weer op welke manier exposures door zekerheden zijn gedekt per eind 2018.

Voor de gestandaardiseerde risicoklassen betreft de exposure de boekwaarden verhoogd met off-balance verplichtingen. Voor de IRB-risicoklasse particuliere hypotheken betreft het de Exposure at Default (EAD) van de hypotheken op de balans, verhoogd met niet uit de balans blijkende verplichtingen.

De garanties bij 'Financiële instellingen' betreffen garanties van regionale of centrale overheden. Het onderpand betreft met name collateral uit hoofde van derivatentransacties.

Garanties bij 'Ondernemingen' betreffen garanties van de overheid voor bijvoorbeeld gezondheids-zorginstellingen of woningbouwcorporaties. Het onderpand van de vorderingen op banken bestaat voornamelijk uit financieel onderpand. Het onderpand van de zakelijk kredieten bestaat voornamelijk uit onroerend goed.

We maken geen gebruik van kredietderivaten als vorm van zekerheid.

Door onderpand en garanties gedekte exposure

Exposure at default

Gedekt door garanties

Waarvan gedekt door onderpand

in miljoenen euro's

2018

2017

2018

2017

2018

2017

Gestandaardiseerde risicoklassen

Centrale overheden en centrale banken

5.217

6.872

-

-

-

-

Regionale en lokale overheden

2.508

2.545

-

-

-

-

Publiekrechtelijke lichamen

103

29

320

37

-

-

Multilaterale ontwikkelingsbanken

389

289

-

-

-

-

Internationale organisaties

27

20

-

-

-

-

Financiële instellingen

1.852

1.471

1.737

1.691

8601

58

Ondernemingen

1.054

745

658

937

712

1.310

Particulieren exclusief hypotheken

286

354

0

-

12

32

Onroerend goed gedekt door hypotheken

424

390

0

-

-

1

Exposures in default

58

64

0

-

0

2

Items associated with particular high risk

0

1

-

-

-

-

Covered bonds

51

40

-

-

-

-

Aandelen

7

17

-

-

-

-

Overige posten

334

287

-

-

-

1

Totaal gestandaardiseerde methode

12.311

13.124

2.715

2.665

1.584

1.403

IRB-risicoklassen

Particuliere hypotheken

45.905

44.951

13.0412

12.8792

44.5983

42.9223

Securitisatie

85

74

-

-

-

-

Totaal IRB-methode

45.990

45.025

13.041

12.879

44.598

42.922

Totale exposure

58.301

58.149

15.756

15.543

46.183

44.325

  1. Inclusief LCH-tegenpartijen, deze zijn in 2017 onder ondernemingen verantwoord.
  2. De omvang van de garantie gerelateerd aan NHG-gegarandeerde hypotheken loopt annuïtair af.
  3. Dit betreft de marktwaarde van de hypothecaire onderpanden tot maximaal de omvang van de vordering. Het bedrag is exclusief onderpandswaarde voor off balance exposures die wel in de EAD zijn opgenomen.

De volgende tabel toont de onderlinge verhoudingen van de verkregen zekerheden zoals die zijn genoemd in tabel ‘Door onderpand en garanties gedekte exposure’.

ConcentratiezekerhedenAudited

2018

2017

Garanties

25%

26%

Onderpand:

- waarvan vastgoed

72%

72%

- waarvan financieel onderpand

3%

2%

Totaal

100%

100%

Tegenpartijrisico op derivatenposities

De Volksbank voert transacties uit op de geld- en kapitaalmarkt met verschillende financiële instellingen. Hieronder vallen ook derivatentransacties die zijn gericht op het afdekken van rente- en valutarisico’s. Daarbij loopt de bank een tegenpartijrisico: het risico dat de tegenpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden.

Om het tegenpartijrisico op derivatentransacties te beperken, houdt de bank de volgende risicomitigerende volgorde aan bij het aangaan van dergelijke transacties:

  • Bij derivatentransacties met financiële instellingen maakt de bank, indien mogelijk, gebruik van clearing via een centrale tegenpartij (CTP). Uitzonderingen zijn niet door een CTP ondersteund type transacties, of zeer kortlopende transacties waarvoor de kosten van centrale clearing erg hoog zijn. Van de derivaten die daarvoor in aanmerking komen, vindt 83% via CTP-clearing plaats, gebaseerd op de nominale waarde;

  • Indien centrale clearing niet mogelijk is, maakt de bank voor derivatentransacties met financiële instellingen gebruik van collateralovereenkomsten. Dit zijn ISDA-gestandaardiseerde contracten met een vooraf per tegenpartij overeengekomen Credit Support Annex (CSA), waarin de afspraken over onderpanden zijn geregeld. Hierbij mitigeert de bank het kredietrisico op derivaten door middel van het plaatsen en ontvangen van onderpand in de vorm van kasmiddelen en/of liquide effecten. Om tegenpartijrisico af te dekken, is het verstrekken van kasgeld en staatsobligaties van kredietwaardige overheden als onderpand bij derivatentransacties de industriestandaard. Wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, beëindigt de bank de derivatentransacties en beschikt ze op basis van de CSA-collateralovereenkomst over het onderpand ter grootte van de vervangingswaarde van de transacties.

Bijkomende risicomitigerende maatregelen die Volksbank heeft getroffen zijn:

  • Dagelijkse toetsing of de marktwaardeontwikkeling van de posities met onderpandafspraken zich verhoudt tot het ontvangen onderpand dan wel te leveren onderpand;

  • Afwikkeling valutatermijntransacties via het Continuous Linked Settlement-systeem. Dit is een wereldwijd opererend systeem dat het afwikkelingsrisico beperkt door payment versus payment-betaling en het verrekenen van nettobedragen;

  • Continue monitoring om te toetsen of de beschikbare activa nog voldoen aan de eisen om als onderpand te dienen;

  • Toetsing of de marktwaarde van het onderpand die is gehanteerd aannemelijk is.

Voor een aantal ISDA/CSA-overeenkomsten is met de tegenpartij overeengekomen dat de Volksbank meer onderpand levert wanneer de creditrating van de Volksbank verslechtert.

Stel uw jaarverslag zelf samen