Kapitaalmanagement

4.9. KapitaalmanagementEDTF 2EDTF 3

Het primaire doel van kapitaalmanagement is ervoor te zorgen dat het beschikbare kapitaal te allen tijde toereikend is voor de Volksbank om haar strategie te kunnen uitvoeren. De kapitaalbehoefte wordt vastgesteld aan de hand van de strategie, de risicobereidheid en de risicopositie van de bank, nu en in de toekomst. Vanuit de ambitie om gedeelde waarde te optimaliseren houden we rekening met de vereisten van toezichthouders, de verwachtingen van rating agencies en de belangen van klanten en investeerders, met voldoende rendement voor aandeelhouders. Daarnaast hanteren we interne normen waaraan moet worden voldaan. Deze passen bij ons streven om een stabiele bank te zijn met activiteiten met een laag risicoprofiel.

De gepresenteerde kapitaalcijfers van de Volksbank zijn geconsolideerd, aangezien de kapitaalvereisten van toezichthouders en onze interne normen op dit niveau van toepassing zijn.

4.9.1 KapitaalvereistenEDTF 4

CRR/CRD IV-vereisten

Vanaf 1 maart 2019 is de Volksbank op prudentieel geconsolideerd niveau verplicht te voldoen aan een minimale totale kapitaalvereiste (Overall Capital Requirement, OCR) van 14,0%, waarvan ten minste 10,5% uit Tier 1-kernkapitaal bestaat. Deze verplichting vloeit voort uit het in 2018 door de Europese Centrale Bank (ECB) uitgevoerde Supervisory Review and Evaluation Process (SREP) en volgt uit het SREP-besluit dat vanaf 1 maart 2019 van kracht is.

De OCR is gedefinieerd als het niveau waarbij maximaal uitkeerbare bedrag aan dividend (Maximum Distributable Amount, MDA) door regelgeving wordt ingeperkt. De OCR omvat de Pillar 1-kapitaaleis van 8,0%, de Pillar 2 Tier 1- kernkapitaaleis van 2,5% (samen de totale SREP-kapitaaleis (Total SREP Capital Buffer, TSCR) en de gecombineerde buffereis (Combined Buffer Requirement, CBR) van 3,50%.

CRR/CRD IV vereisten per 1 maart 2019EDTF 9

Totaal kapitaal

waarvan Tier 1-kapitaal

waarvan Tier 1-kern-
kapitaal

2019

2019

2019

Pillar 1-vereiste

8,0%

6,0%

4,5%

Pillar 2-vereiste

2,5%

2,5%

2,5%

Totale SREP-kapitaalvereiste

10,5%

8,5%

7,0%

Kapitaalconserveringsbuffer

2,5%

2,5%

2,5%

Buffer Overige systeemrelevante instellingen

1,0%

1,0%

1,0%

Contracyclische kapitaalbuffer

0,0%

0,0%

0,0%

Gecombineerde buffervereiste

3,5%

3,5%

3,5%

Totale kapitaalvereiste

14,0%

12,0%

10,5%

De CBR dient als Tier 1-kernkapitaal te worden aangehouden. De CBR bestaat uit een kapitaalconserveringsbuffer, een kapitaalbuffer voor overige systeemrelevante instellingen (O-SII buffer1) en een 'contracyclische kapitaalbuffer'. De kapitaalconserveringsbuffer en de O-SII-buffer zijn vanaf begin 2019 volledig ingefaseerd. De kapitaalconserveringsbuffer is per 1 maart 2019 gelijk aan 2,50%, terwijl de O-SII buffer voor de Volksbank per 1 maart 2019 gelijk is aan 1,0%. Beide buffers zullen op dit niveau blijven naar aanleiding van het SREP-besluit dat van kracht wordt op 1 maart 2019.
De contracyclische kapitaalbuffer voor uitzettingen bij Nederlandse tegenpartijen is momenteel 0%. Deze buffer is bedoeld om banken te beschermen tegen risico’s die ontstaan bij bovenmatige kredietgroei. Voor Nederland stelt DNB elk kwartaal de hoogte van de buffer vast. Deze ligt in principe tussen de 0% en 2,5%2.

Bovenstaande tabel geeft de kapitaaleisen weer met betrekking tot het Tier 1-kernkapitaal, Tier 1-kapitaal en het totale kapitaal (Tier 1 en Tier 2) per 1 maart 2019. De Tier 1-kernkapitaalratio’s en totaal kapitaalratio’s bevinden zich ruim boven deze minimale kapitaalvereisten.

Intern minimumniveau

In 2016 heeft de Volksbank haar kapitaaldoelstellingen als volgt geformuleerd: een Tier 1-kernkapitaalratio van ten minste 15,0%, en een leverage ratio van tenminste 4,25%.
De doelstelling voor de Tier 1-kernkapitaalratio omvat bovenop de SREP-eis van 10,5% een Pillar 2 Guidance en een managementbuffer. De managementbuffer is onder meer bedoeld om de gecombineerde impact van de finale Basel III standaarden (ook wel Basel IV genoemd) en van stresstesting op onze kapitaalratio's op te kunnen vangen. Momenteel zijn we in overleg met onze aandeelhouder of er aanleiding is om onze doelstellingen te herzien, onder andere op grond van geactualiseerd inzicht in de mogelijke impact van Basel IV, overige nieuwe regelgeving, impact van langdurige lage rente scenario's en stress testing op onze kapitaalratio’s. Ons voornemen is om in de tweede helft van 2019 een update van onze doelstellingen te geven.

4.9.2 Management en beheersingAuditedEDTF 7

In de strategie hebben we de doelstelling verankerd om over een solide kapitaalpositie te beschikken in combinatie met voldoende Rendement op het Eigen Vermogen (REV) voor onze aandeelhouders. Ten aanzien van het REV hanteert de Volksbank een doel van 8,0%. Uitgangspunt voor de hoeveelheid kapitaal is dat de bank (naast de door de toezichthouder minimale vereiste hoeveelheid) interne buffers aanhoudt om in geval van een ernstig, maar plausibel stress-scenario voldoende gekapitaliseerd te blijven.

Ons kapitaalmanagementproces wordt in de volgende afbeelding weergegeven.

Wettelijk vereist kapitaal en MREL EDTF 9

De wettelijk minimaal vereiste hoeveelheid kapitaal (regulatory capital) is gebaseerd op de risicogewogen kapitaalratio’s (Tier 1-kernkapitaal, Tier 1-kapitaal, totaal kapitaal) en de verwachte vereiste risico-ongewogen kapitaalratio (leverage ratio). Zoals in paragraaf 4.9.1 Kapitaalvereisten is beschreven, volgen de minimale risicogewogen kapitaalratio’s uit het SREP. In aanvulling op de wettelijk vereiste kapitaalratio’s berekent en rapporteert de Volksbank de Minimum Requirements for Own Funds and Eligible Liabilities (MREL) op zowel een risicogewogen als risico-ongewogen wijze.

Economisch kapitaal EDTF 7

De Volksbank maakt ook zelf een interne (economische) inschatting van de vereiste hoeveelheid kapitaal. Deze wijkt op twee hoofdpunten af van de wettelijk minimaal vereiste hoeveelheid kapitaal:

1. We houden bij de berekening van economisch kapitaal rekening met alle risico’s waaruit op basis van interne inzichten materiële verliezen kunnen voortvloeien. Dit betekent dat we bij deze berekening meer risicotypes in ogenschouw nemen dan bij de berekening voor de wettelijke minimaal vereiste hoeveelheid kapitaal.

2. Onze risicobereidheid vertalen we, mede aan de hand van de gewenste rating (zie ook paragraaf 4.8.6 Credit ratings), in interne kapitaalvereisten. Daarbij hanteren we onze eigen inzichten als leidraad.

We delen de economisch kapitaalbehoefte met de toezichthouder. Dit is onderdeel van het Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Tevens gebruiken we deze bij het bepalen van de interne kapitaaldoelstellingen en onze limietstelling voor specifieke risicotypen, zoals toegepast in de Risk Appetite Statement (RAS).

Stresstesten EDTF 8

De Volksbank voert jaarlijks meerdere stresstesten uit om de robuustheid van de kapitaaltoereikendheid te toetsen, waaronder een stresstest in het kader van het ICAAP.

De door te rekenen scenario’s worden opgesteld aan de hand van een uitgebreide risico-identificatie. Naast scenario-analyses, waarmee we de impact van een macro-economisch scenario op de kapitaalpositie van de Volksbank doorrekenen, voeren we ook gevoeligheidsanalyses en reverse stresstesten uit. In een reverse stresstest starten we vanuit een vooraf bepaalde uitkomst (bijvoorbeeld een situatie waarin we door onze minimum kapitaalratio's gaan) en vervolgens bekijken we welke gebeurtenissen tot een dergelijke situatie kunnen leiden.

Voor de scenario’s die in een stresstest worden doorgerekend maken we een inschatting van de ontwikkeling van onder andere de werkloosheid, de economische groei en de rente. Deze macro-economische variabelen beïnvloeden bijvoorbeeld de rentemarge, de kredietwaardigheid van de uitstaande leningenportefeuille en de reële waarde van de rentedragende beleggingsportefeuille. Dit resulteert vervolgens in een verslechtering van de kapitaalpositie van de bank. De uitkomsten van de stresstest worden gebruikt om de gevoeligheid van de bank voor verschillende soorten stress te analyseren. Daarnaast worden ze gebruikt voor het bepalen van de managementbuffers die we meenemen bij het vaststellen van het interne minimumniveau van de kapitaalratio’s.

De reverse stresstest en de kapitaaltoereikendheid onder stress zijn onderdeel van het ICAAP en vormen onder andere input voor het herstelplan van de Volksbank.

Tevens nam de Volksbank in 2018 deel aan de door de ECB uitgevoerde Single Supervisory Mechanism (SSM) SREP stresstest. Deze stresstest vormt een aanvulling op de EU-brede stresstest uitgevoerd door de EBA en is gebaseerd op dezelfde methodiek als die van de EBA-stresstest. Bij de aannames en methodologische beperkingen van het ongunstige stresstestscenario, zou de Tier 1- kernkapitaalratio van de Volksbank ruim boven onze minimale doelstelling van 15% blijven.

Rating Agencies

De kredietwaardigheid van de bank wordt ook door rating agencies beoordeeld: S&P, Moody’s en Fitch. De rating agencies kijken bij de bepaling van de rating onder meer naar de kapitaalpositie van de bank. Om ervoor te zorgen dat onze kapitaalratio’s aansluiten bij onze ratingambitie, betrekken we de bijbehorende kapitaalvereisten in onze kapitaalplanning. Meer informatie over onze credit ratings is opgenomen in paragraaf 4.8.6 Credit ratings.

Continue kapitaaltoereikendheidstoets EDTF 9

Capital Adequacy Assessment Report

We toetsen de toereikendheid van ons kapitaal continu, om tijdig bij te sturen. De basis hiervoor vormt de kapitaalplanning. Die stellen we jaarlijks gelijktijdig met het operationeel plan vast. De kapitaalplanning bevat een prognose van onze kapitaalpositie en -vereisten gedurende een tijdshorizon van meerdere jaren. Hierbij betrekken we ook de verwachte invloed van toekomstige regelgeving. Maandelijks herijken we deze kapitaalplanning op basis van de meest recente cijfers en kwalitatieve inzichten in het Capital Adequacy Assessment Report (CAAR).

Indien noodzakelijk sturen we op basis van deze beoordeling het kapitaal bij naar het gewenste niveau, door bijvoorbeeld nieuw kapitaal aan te trekken.

Internal Capital Adequacy Assessment Process

Het Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP) behelst het gehele doorlopende kapitaalmanagementproces, gericht op de door de toezichthouders gestelde eisen voor kapitaaltoereikendheid. Jaarlijks stellen we een ICAAP-rapportage op waarin we de toezichthouder informeren over de procesmatige inrichting en uitkomsten van het ICAAP. Op basis hiervan beoordeelt de toezichthouder de kapitaaltoereikendheid als onderdeel van het SREP.

Herstelplan en contingency planning

De planning voor onvoorziene omstandigheden (contingency planning) is onderdeel van het herstelplan van de bank. Het belangrijkste doel hiervan is het voorbereiden van de Volksbank op een crisis, zodanig dat we op eigen kracht kunnen herstellen en de continuïteit van de Volksbank waarborgen.

Contingency planning omvat het opstellen en implementeren van een actieplan waardoor we tijdig maatregelen nemen zodra de kapitaalpositie (voorzien of onverwacht) verslechtert, bijvoorbeeld als gevolg van financiële marktomstandigheden. Behalve op kapitaalaspecten monitoren we ook op eventuele liquiditeitsproblemen. Signalering van mogelijke kapitaal- of liquiditeitsproblemen vindt plaats door frequente monitoring van ‘early warning indicatoren’. Waardeveranderingen van de indicatoren kunnen duiden op het ontstaan van stress.

Wanneer de ontwikkeling van de indicatoren aangeeft dat dit nodig is, activeren we het herstelplan. Het inzetten van beschikbare maatregelen uit het herstelplan helpt ons de ratio’s te versterken en op eigen kracht te herstellen. De beschikbare maatregelen hebben een brede scope en ze hebben betrekking op zowel kapitaal en liquiditeit als op de operationele gang van zaken en communicatie. De keuze van de in te zetten maatregelen – zoals het aantrekken van nieuw kapitaal, het verlagen van de risicogewogen activa, het aantrekken van financiering en het inregelen van de back- up voor kritieke systemen of applicaties – is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de verslechterde omstandigheden.

Naast een beschrijving van de beschikbare maatregelen en de voorwaarden om over te gaan tot de inzet ervan, bevat het herstelplan ook een analyse van het verwachte herstel als gevolg van deze maatregelen. Deze analyse wordt ondersteund door een aantal (zware) stress-scenario’s waarin de effectiviteit van deze maatregelen is beoordeeld (‘recoverability assessment).

Jaarlijks actualiseren we het herstelplan. We delen en bespreken het met het Joint Supervisory Team (JST) van de ECB.

4.9.3 Ontwikkelingen in kapitaaleisenEDTF 4EDTF 12

Basel IV

Op 7 december 2017 heeft het Basel Committee on Banking Supervision (BCBS) het akkoord over de afronding van kapitaalraamwerk Basel III gepresenteerd (ook wel Basel IV genoemd).

We schatten in, op basis van de balanspositie ultimo 2018, dat als gevolg van Basel IV onze RWA met circa 45%1 zullen groeien, en dat onze Tier 1-kernkapitaalratio hierdoor zal dalen met ongeveer 11%-punten. Het grootste effect komt voort uit de output floor (met infasering van 50% in 2022 naar 72,5% in 2027) op basis van de herziene standaardbenadering voor kredietrisico versus de huidige interne rating benadering op basis van PHIRM2. De veranderingen in interne modellenbenaderingen en de gestandaardiseerde meetbenadering voor operationeel risico hebben naar verwachting een beperkt effect op de RWA van de Volksbank.

Basel IV impact na 72,5% floor

RWA in miljarden euro's

Basel IV impact op (volledig ingefaseerd) Tier 1-kernkapitaalratio

De volgende stap is dat Basel IV wordt vertaald naar Europese wet- en regelgeving. De Volksbank volgt de ontwikkelingen nauwlettend, met bijzondere aandacht voor de uitwerking in relatie tot particuliere hypotheken. We passen onze kapitaalplanning aan als dat nodig is.

Wanneer de Basel IV-regels ongewijzigd worden geïmplementeerd in Europese wetgeving, schatten we dat, op basis van onze balanspositie ultimo 2018, onze Tier 1 kernkapitaalratio, gebaseerd op volledige infasering van Basel IV, nog steeds ruimschoots boven onze minimum doelstelling van 15% uitkomt. Hierdoor kunnen we zowel ons groeitraject voortzetten als dividend uitkeren.

Targeted review internal model

Omdat de Volksbank gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, is de bank onderdeel van de door de toezichthouder uitgevoerde Targeted Review Internal Models (TRIM). Dit betreft een onderzoek waarbij onder meer gekeken wordt naar de mate waarin aan wet- en regelgeving wordt voldaan, de toegepaste modeleringstechniek inclusief de data-lineage en de toepasselijkheid van het model op de betreffende portefeuille. Het TRIM onderzoek is afgerond in het tweede kwartaal van 2018 en de Volksbank is nog in afwachting van de finale uitkomsten.

Voorziening voor Non-Performing Exposure (NPE)

Om harmonisatie tussen Europese banken te bevorderen, heeft de ECB richtlijnen afgegeven voor de hoogte van voorzieningen voor non-performing leningen. Dit kan in de komende jaren mogelijk impact hebben op de Tier 1-kernkapitaal ratio en de leverage ratio van de Volksbank.

IFRS 9

Vanaf 1 januari 2018 is de Volksbank verplicht de IFRS 9 Classification and Measurement en de IFRS 9 Expected Credit Loss (ECL) impairmenteisen toe te passen. Per 1 januari 2018 zijn de DBV-hypotheken geherclassificeerd van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs. Hierdoor is de classificatie in lijn met onze overige hypotheken gebracht en is de volatiliteit in de winst- en verliesrekening uit hoofde van reële waardeveranderingen van de DBV-hypotheekportefeuille geëlimineerd.

Verder heeft de Volksbank de waarderingsgrondslag van een deel van haar liquiditeitsportefeuille opnieuw beoordeeld. Op basis hiervan is besloten om voor een deel van de portefeuille de waarderingsgrondslag te wijzigen van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs. Voor een nadere toelichting op de herclassificaties worden verwezen naar paragraaf IFRS 9 in de jaarrekening.

Tenslotte heeft de overgang naar de verantwoording op basis van het verwachte verlies ingevolge IFRS 9 een stijging van de kredietvoorzieningen voor leningen tot gevolg.

Het totale effect van deze wijzigingen bedroeg circa -2%-punten op de Tier 1-kernkapitaalratio en –0,3%-punt op de leverage ratio.

IFRS 16

IFRS 16 is vanaf 1 januari 2019 in werking getreden en vereist dat (bijna) alle leases op de balans worden gerapporteerd. Voor de Volksbank betreft dit gebouwen. Als gevolg hiervan zal het balanstotaal per 1 januari 2019 toenemen met € 76 miljoen en vanwege de relatief hoge risicowegingen wordt een daling van de Tier 1-kernkapitaalratio met 0,3%-punt verwacht.

Gone Concern-Kapitaal: MREL

Sinds 1 januari 2016 bestaat (vanuit de BRRD) de verplichting dat aandeelhouders en schuldeisers voor ten minste 8% van de totale verplichtingen bijdragen aan een herkapitalisatie bij resolutie (onder bepaalde condities 20% van de RWA), voordat middelen uit het Europees resolutiefonds kunnen worden aangewend. Om een effectieve toepassing mogelijk te maken, wordt onder de Nederlandse BRRD-wet een minimumvereiste ingevoerd voor toetsingsvermogen en in aanmerking komende verplichtingen (Minimum Requirement for Own Funds and Eligible Liabilities: MREL). Deze MREL-instrumenten kunnen dienen als een gemakkelijk bail-inbare buffer om verliezen mee op te vangen in een resolutiescenario.

Begin februari 2017 heeft de Single Resolution Board (SRB) ons geïnformeerd dat ze het aanwijzen van de Volksbank N.V. als resolutie-entiteit ondersteunt. Op 6 juni 2018 heeft de SRB de MREL voor de Volksbank vastgesteld op 8,0% van de totale passiva en eigen vermogen. Daarnaast heeft de SRB bepaald dat de Volksbank uiterlijk op 1 januari 2020 aan de MREL moet voldoen. Verder verwachten we op basis van de BRRD en het 2018 MREL-beleid van de SRB dat de MREL voor de Volksbank als overige systeemrelevante instelling (O-SII), voor minimaal 17,5% van de RWA moet bestaan uit achtergestelde instrumenten.

In 2017 heeft de EC de BRRD gewijzigd, door het opnemen van een nieuwe vermogenscategorie: niet-achtergestelde niet-preferente schuld (Senior Non-Preferred obligaties). Deze zijn achtergesteld aan andere senior obligaties, maar zijn preferent aan Tier 2-obligaties. Eind 2018 is de Nederlandse faillissementswetgeving hiervoor aangepast.

4.9.4 KapitaalstructuurAuditedEDTF 10EDTF 11

De Volksbank heeft een sterke kapitaalpositie, zowel wat betreft de risicogewogen kapitaalratio’s als de leverage ratio. We schatten op basis van onze balanspositie ultimo 2018 in dat het beschikbare Tier 1-kernkapitaal ook boven onze doelstelling uitkomt als ervan wordt uitgegaan dat Basel IV ten aanzien van de capital floor op basis van de herziene standaardbenadering voor kredietrisico-RWA ongewijzigd wordt geïmplementeerd in Europese wetgeving. Daarmee kunnen wij ons groeitraject voortzetten en dividend uit onze winst uitkeren.

De volgende tabel geeft de kapitalisatie op prudentieel geconsolideerd niveau weer. Het Tier 1-(kern)kapitaal op prudentieel geconsolideerd niveau is gelijk aan het Tier 1-(kern)kapitaal op solo-bankniveau. De effectieve hoeveelheid Tier 2- kapitaal is op geconsolideerd niveau lager dan op solo-bankniveau als gevolg van EBA-interpretatie van CRR artikel 82 regelgeving voor financiële holdings. De ontwikkelingen in de kapitalisatie worden hieronder toegelicht.

Kapitalisatie Audited

CRD IV volledig ingefaseerd

CRD IV transitioneel

in miljoenen euro's

2018

2017

2017

Kapitaalinstrumenten

381

381

381

Agioreserve

3.787

3.787

3.787

Ingehouden winst

268

329

329

Overig totaal resultaat

51

140

140

Overige reserves

-916

-923

-923

Eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouder

3.571

3.714

3.714

Niet in aanmerking komende tussentijdse winsten

-178

-226

-226

Niet in aanmerking komend onverdeeld resultaat voorgaande jaren

-

-20

-20

Eigen vermogen voor CRD IV doeleinden

3.393

3.468

3.468

Cashflow hedge reserve

-30

-36

-36

Reële waarde reserve

-

-

-20

Overige prudentiële aanpassingen

-3

-3

-3

Totaal prudentiële filters

-33

-39

-59

Immateriële vaste activa

-6

-14

-14

IRB-tekort1

-41

-62

-56

Totaal kapitaalaftrekposten

-47

-76

-70

Totaal voorgeschreven aanpassingen op het eigen vermogen

-80

-115

-129

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

3.313

3.353

3.339

Aanvullend Tier 1-kapitaal

-

-

-

Tier 1-kapitaal

3.313

3.353

3.339

Tier 2-vermogensbestanddelen

500

500

500

IRB-tekort1

-

-

-6

Impact EBA interpretaties CRR artikel 82

-348

-329

-344

Tier 2-kapitaal

152

171

150

Totaal kapitaal

3.465

3.524

3.489

  1. Het IRB tekort (shortfall) betreft het verschil tussen het verwachte verlies onder de CRR/CRD IV richtlijnen en de IFRS-voorziening voor particuliere hypotheken. Gedurende de transitionele fase komt deze shortfall (die initieel gelijk verdeeld werd over Tier 1- en Tier 2-kapitaal) voor een steeds groter deel ten laste van het Tier 1-kapitaal.

Het eigen vermogen daalde in 2018 met €143 miljoen tot € 3.571 miljoen, met name als gevolg van de impact van IFRS 9 (€ 212 miljoen) en de dividenduitkering over 2017 (€ 190 miljoen), deels gecompenseerd door een winstinhouding van € 268 miljoen.

Om het eigen vermogen voor CRD IV-doeleinden vast te stellen, worden de niet in aanmerking komende tussentijdse winsten afgetrokken van het eigen vermogen. Na de winstverdeling door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVvA) in april 2018 is de per eind 2017 nog niet in aanmerking komende (tussentijdse) winst van € 226 miljoen, na aftrek van de dividenduitkering van € 190 miljoen, aan het Tier 1-kernkapitaal toegevoegd. Ook is het eind 2017 niet in aanmerking komende onverdeeld resultaat uit voorgaande jaren van € 20 miljoen toegevoegd.

De nettowinst over de eerste negen maanden van 2018 is, na aftrek van 60% dividendreservering, aan het Tier 1-kernkapitaal toegevoegd (€ 90 miljoen). De nog niet als CRD IV-eigen vermogen in aanmerking komende winst over 2018 bedraagt € 178 miljoen en bestaat uit de dividendreservering over de nettowinst van de eerste drie kwartalen en de volledige nettowinst van het vierde kwartaal 2018.

Eind 2017 heeft de Volksbank haar grondslagen aangepast voor de verantwoording van ontvangen boeterente en opslagen voor rentemiddeling in verband met vervroegde aflossing van hypotheken. Hierdoor nam de overige reserve ultimo 2017 toe met € 20 miljoen, wat na de AvA in april 2018 ook in het Tier 1-kernkapitaal meetelt.

De implementatie van IFRS 9 per 1 januari 2018 veroorzaakte een daling in het eigen vermogen voor CRD IV-doeleinden van € 212 miljoen. Deze daling is het gevolg van herclassificatie van DBV-hypotheken van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs (€ 118 miljoen), wijziging van de waarderingsgrondslag van een deel van de liquiditeitsportefeuille van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs (€ 80 miljoen) en een stijging van de kredietvoorzieningen voor leningen (€ 14 miljoen).

Om het CRD IV Tier 1-kernkapitaal vast te stellen, ondergaat het eigen vermogen voor CRD IV-doeleinden een aantal voorgeschreven aanpassingen, waarvoor tot ultimo 2017 een infaseringstraject gold. Per 2018 is volledige infasering van toepassing en bedraagt de infaseringscorrectie 0% in plaats van 20% ultimo 2017. Het totaal aan voorgeschreven resterende aanpassingen bedraagt eind 2018 € 80 miljoen (2017: € 129 miljoen) en bestaat met name uit een prudentiële correctie voor de cash flow hedge reserve en een aftrekpost uit hoofde van het IRB-tekort. Deze laatste daalde van € 56 miljoen naar € 41 miljoen.

Per saldo daalde het CRD IV Tier 1-kernkapitaal in 2018 met € 26 miljoen tot € 3.313 miljoen.

Tier 2-kapitaalinstrumentenAudited

Vervaldatum

Eerste call-optie datum

Nominaal bedrag

in miljoenen euro's

2018

2017

Obligatielening

5-nov-2025

5-nov-2020

500

500

In 2015 zijn achtergestelde Tier 2-obligaties met een nominale waarde van € 500 miljoen geplaatst. De boekwaarde van deze obligaties bedroeg in 2018 € 499 miljoen (2017: € 498 miljoen).

Op 3 november 2017 heeft de European Banking Authority (EBA) een interpretatie gepubliceerd van CRR artikel 82 die gevolgen heeft voor financiële moederholdings met een enkele dochteronderneming en een sterke kapitaalpositie, zoals de Volksholding B.V. In de geconsolideerde kapitalisatie wordt namelijk een afslag toegepast op het door de Volksbank N.V. aan derden uitgegeven Additioneel Tier 1- en Tier 2-kapitaal. Deze afslag hangt samen met het overschot aan aanwezig kapitaal ten opzichte van de minimale kapitaalvereisten.

De rationale achter deze EBA interpretatie berust op de overweging dat het achtergesteld vermogen op het niveau van een dochteronderneming niet volledig kan dienen om risico’s te absorberen die voortvloeien uit de specifieke activiteiten van een holding. Hoewel de Volksholding B.V. geen andere activiteiten heeft dan het houden van de aandelen in de Volksbank N.V., is deze correctie van toepassing op de Volksholding B.V. Hierdoor is de effectieve hoeveelheid Tier 2-kapitaal op geconsolideerd niveau lager dan op solo-bankniveau: ultimo 2018 bedraagt de effectieve hoeveelheid Tier 2-kapitaal op geconsolideerd niveau € 152 miljoen versus € 500 miljoen op solo-bankniveau. De Volksbank is van plan de Volksholding door middel van een juridische fusie op te laten gaan in de Volksbank. Hierdoor wordt de impact van de EBA-interpretatie gemitigeerd en wordt uitgegeven Tier 2-kapitaal volledig effectief voor de Volksbank. Onder voorwaarde dat alle vereiste goedkeuringen zijn verleend, waaronder die van NLFI en de toezichthouders, verwachten wij dat de fusie in de eerste helft van 2019 zal worden afgerond.

4.9.5 Cijfers, ratio's en trendsEDTF 4EDTF 9EDTF 13EDTF 14

Risicogewogen activa (RWA)

Pillar 1 bepaalt de minimale kapitaalvereisten op basis van de RWA voor drie risicotypen: kredietrisico, marktrisico en operationeel risico.

Voor het bepalen van het kredietrisico in de portefeuille met particuliere hypotheken gebruikt de Volksbank een Advanced Internal Rating Based (Advanced IRB of AIRB) model, genaamd PHIRM. Meer informatie over ons interne model is te vinden in paragraaf 4.6.5 Particuliere hypotheken. Voor de berekening van het kredietrisico van overige portefeuilles (waaronder de niet-particuliere hypotheken en uitzettingen bij overheden, ondernemingen en financiële instellingen) en de berekening van het marktrisico en operationeel risico gebruiken we geen interne modellen maar de Standardised Approach (SA). Meer informatie over marktrisico is opgenomen in paragraaf 4.7 Marktrisico. Operationeel risico is beschreven in paragraaf 4.10 Niet-financiële risico's.

De volgende tabel toont de risicogewogen activa per risicotype, exposurecategorie en de wijze van berekening.

Risicogewogen activa (RWA) en kapitaaleisAuditedEDTF 16

EAD1

RWA

8% Pillar 1 Kapitaaleis

in miljoenen euro's

2018

2017

2018

2017

2018

2017

Kredietrisico interne ratings benadering

Particuliere hypotheken2

45.905

44.951

5.487

6.071

439

486

Securitisatieposities

85

74

6

6

-

-

Overig

-

-

-

-

Totaal kredietrisico IRB benadering

45.990

45.025

5.493

6.077

439

486

Kredietrisico gestandaardiseerde benadering

Centrale overheden en centrale banken

5.217

6.872

137

160

11

13

Regionale en lokale overheden

2.508

2.545

-

-

-

-

Publiekrechtelijke lichamen

103

29

1

6

-

-

Multilaterale ontwikkelingsbanken

389

289

-

-

-

-

Internationale organisaties

27

20

-

-

-

-

Financiële instellingen

1.852

1.471

366

303

29

24

Ondernemingen

1.055

745

941

652

76

52

Particulieren exclusief hypotheken

286

354

180

265

14

21

Onroerend goed gedekt door hypotheken

424

390

197

195

16

16

Exposures in default

58

64

62

65

5

5

Items associated with particular high risk

-

1

-

1

-

-

Covered bonds

51

40

5

4

-

-

Aandelen

7

17

7

17

1

1

Overige posten

334

287

261

156

21

12

Totaal kredietrisico gestandaardiseerde benadering

12.311

13.124

2.157

1.824

173

144

Totaal kredietrisico

58.301

58.149

7.650

7.901

612

630

Marktrisico gestandaardiseerde benadering

-      Verhandelde schuldinstrumenten

-

475

-

44

-

4

-      Aandelen

-

-

-

-

-

-

Operationeel risico

-      Gestandaardiseerde benadering

-

-

1.544

1.633

123

131

Totaal markt- en operationeel risico

-

475

1.544

1.677

123

135

Credit Valuation Adjustment (CVA)

-

-

147

203

12

16

Totaal

58.301

58.624

9.341

9.781

747

781

  1. De EAD is de exposure op een tegenpartij op rapportagemoment. Voor de IRB gewogen hypotheken is de EAD gelijk aan de resterende hoofdsom van de hypotheek verhoogd met drie aanvullende rentetermijnen, vertragingsrente en eventuele niet getrokken kredietfaciliteiten.
  2. Voor de bepaling van de RWA van de particuliere hypotheken wordt gebruik gemaakt van een model dat is goedgekeurd door DNB.

Exposure at defaultAuditedEDTF 26

De Exposure at Default (EAD) is afgenomen van € 58,6 miljard ultimo 2017 naar € 58,3 miljard eind 2018. De EAD van de particuliere hypotheekportefeuille groeide in 2018 van € 45,0 miljard naar € 45,9 miljard. Overige grote wijzigingen in 2018 zijn toe te schrijven aan een afname van € 1,65 miljard van uitzettingen bij de centrale bank en centrale overheden en een toename in posities met financiële instellingen van € 381 miljoen. Daarnaast namen de posities in ondernemingen toe met € 310 miljoen.

De EAD voor het marktrisico daalde met € 475 miljoen naar € 0 door een afname van de handelsportefeuille in verhandelde schuldinstrumenten.

De RWA daalden met € 0,4 miljard tot € 9,3 miljard. Deze afname is vooral toe te schrijven aan een vermindering van € 584 miljoen gerelateerd aan het kredietrisico van de particuliere (niet-mkb) hypotheekportefeuille, berekend volgens de interne rating benadering (IRB approach). De daling vloeide voornamelijk voort uit een verdere verbetering van de kredietwaardigheid van deze portefeuille, met name als gevolg van de verbeterde economische omstandigheden. Dit kwam tot uiting in lagere Probabilities of Default (PDs) en Loss Given Defaults (LGDs). De gemiddelde risicoweging (RWA-density) van particuliere hypotheken daalde van 13,5% ultimo 2017 tot 12,0%.

De volgens de gestandaardiseerde benadering (Standardised Approach, SA) berekende RWA voor kredietrisico, stegen met € 333 miljoen naar € 2,2 miljard. Deze stijging werd onder andere veroorzaakt door een kredietfaciliteit ter beschikking gesteld aan het Deposito Garantiefonds en door een toename van door ASN Bank verstrekte duurzame financieringen.
RWA voor operationeel risico, marktrisico en de Credit Valuation Adjustment (CVA) namen samen af met € 190 miljoen tot € 1,7 miljard.

In december 2014 kreeg de Volksbank toestemming om haar IRB-model te gebruiken voor de berekening van de kapitaaleis van haar hypotheekportefeuille. Dit was onder de verplichte voorwaarde om een nieuw Margin of Conservatism (MoC) model te ontwikkelen, waarvoor de Volksbank in december 2016 een aanvraag heeft ingediend. In september 2017 heeft de ECB haar finale bevindingen van de beoordeling van het IRB-model medegedeeld. Totdat de in de beoordeling vastgestelde bevindingen zijn opgelost, dient de Volksbank een MoC opslag op PDs en LGDs te hanteren. In 2018 is de Volksbank een project gestart om de bevindingen van de ECB op te lossen. Als onderdeel hiervan is er een nieuwe versie van het IRB-model ontwikkeld die in 2019 na goedkeuring door de toezichthouder in gebruik zal worden genomen en mogelijk kan leiden tot wijziging van de risicoweging van de hypotheekportefeuille.

In de volgende tabel is de exposure aan kredietrisico opgenomen op basis van de ‘Exposure at Default’ (EAD) uit de toezichthoudersrapportage. Uitgangspunt is de balans op basis van IFRS-grondslagen, waarbij inzichtelijk is gemaakt welke aanpassingen nodig zijn om tot de EAD te komen.

Totale Exposure at Default (EAD)Audited

in miljoenen euro's

2018

2017

Totale activa (IFRS balanstotaal)

60.948

60.892

Posten die niet onderhevig zijn aan kredietrisico

-6

-176

Exposure kredietrisico op de balans

60.942

60.716

Off-balance verplichtingen

Kredietfaciliteiten en garanties

1.827

1.576

Terugkoopverplichtingen

868

1.040

Totale maximale exposure kredietrisico

63.636

63.332

Waarderingsaanpassingen1

-3.781

-3.470

Herrekening off-balance sheet posten naar EAD waarde2

-1.553

-1.713

Totale Exposure at Default

58.302

58.149

Kredietrisico RWA gedeeld door totale EAD

13,1%

13,6%

  1. Onder ‘Waarderingsaanpassingen’ wordt gecorrigeerd voor hedge-accounting, saldo van netting van derivaatposities en add on voor potentiële toekomstige exposure en kredietrisicomitigerende posten (m.n. collateral).
  2. De off-balance verplichtingen worden met behulp van een conversiefactor omgerekend naar de EAD waarde. De terugkoopverplichtingen hebben een conversiefactor 0 en daardoor geen weging voor de EAD.

Indeling particuliere hypotheken naar ratingklasseEDTF 15

We hanteren voor het wegen van het kredietrisico in deze portefeuille een intern ontwikkeld AIRB-model (Advanced Internal Rating Based). Dit bestaat uit modellen voor Probability of Default (PD), (Downturn) Loss Given Default (LGD) en Exposure at Default (EAD). Het ratingmodel geeft aan hoe groot de kans is dat een klant binnen één jaar in betalingsproblemen raakt en wat het verwachte verlies dan is voor de bank. De uitkomsten gebruiken we voor het vaststellen van de risicogewogen activa (RWA) van de particuliere hypotheekportefeuille. Ze vormen de basis voor het berekenen van de kredietvoorzieningen. Tevens dienen ze als input voor het beheerproces en de interne risicorapportages.

De gemiddelde risicoweging (RWA density) van particuliere hypotheken daalde van 13,5% ultimo 2017 tot 12,0%. In december 2014 kreeg de Volksbank toestemming om haar AIRB-model te gebruiken voor de berekening van de kapitaaleis van haar hypotheekportefeuille.

Omdat de Volksbank gebruik maakt van een intern ontwikkelde modellen, is de bank onderdeel van de door de toezichthouder uitgevoerde Targeted Review Internal Model (TRIM). Dit betreft een onderzoek waarbij onder meer gekeken wordt naar de mate waarin aan wet- en regelgeving wordt voldaan, de toegepaste modeleringstechniek inclusief de data-lineage en de toepasselijkheid van het model op de betreffende portefeuille. Het TRIM onderzoek is afgerond in het tweede kwartaal van 2018 en de Volksbank is nog in afwachting van de finale uitkomsten.

PD-risicoklassen particuliere hypotheken

Gemiddelde LGD

Debiteurenklasse

EAD

RWA (of bandbreedte)

Interne ratingklasse

2018

2017

2018

2017

2018

2017

2018

2017

1

8,79%

8,87%

0,08%

0,08%

11.010

10.665

200

195

2

9,66%

9,88%

0,21%

0,21%

7.004

6.069

302

267

3

11,97%

12,68%

0,32%

0,32%

10.422

8.991

744

680

4

15,77%

15,79%

0,47%

0,47%

8.129

8.110

1.008

1.008

5

18,13%

18,87%

0,72%

0,72%

3.421

3.952

662

796

6

18,88%

19,93%

1,05%

1,05%

846

979

220

268

7

15,41%

15,41%

1,30%

1,30%

2.162

2.802

525

680

8

20,99%

20,77%

1,76%

1,76%

925

1.058

372

420

9

16,22%

17,10%

3,36%

3,36%

659

770

301

369

10

14,80%

15,17%

7,02%

7,02%

565

610

345

380

11

15,94%

17,29%

13,81%

13,81%

179

258

155

240

12

15,07%

15,41%

23,67%

23,67%

194

215

179

202

13

16,57%

17,26%

44,68%

44,68%

159

186

150

182

Default

18,01%

20,63%

100,00%

100,00%

230

286

324

384

Totaal

45.905

44.951

5.487

6.071

Ontwikkeling RWAEDTF 14EDTF 16

in miljoenen euro's

2018

2017

Stand begin van het jaar

9.781

10.824

Kredietrisico gestandaardiseerde benadering

Ontwikkeling portefeuille

333

-398

Mutatie CVA kredietrisico

-56

-131

Totale mutatie gestandaardiseerde benadering

277

-529

Kredietrisico IRB benadering

Re-risking (calls securitisatieprogramma's)

-

-

Mutatie investorposition securitisatie

-

2

Modelupdates

-

-

Methodiek en beleid

-

41

MoC impact

-

503

Ontwikkeling portefeuille (inclusief PD en LGD-migraties)

-584

-977

Totale mutatie IRB benadering

-584

-431

Marktrisico ontwikkeling

-44

-44

Marktrisico verkoop portefeuille

-

-

Operationeel risico

-89

-39

Totale mutatie

-440

-1.043

Stand eind van het jaar

9.341

9.781

Kapitaalratio’sEDTF 9

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de kapitaalratio’s in 2018 weer:

Kapitaalratio's

CRD IV volledig ingefaseerd

CRD IV transitioneel

in miljoenen euro's

2018

2017

2017

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

3.313

3.353

3.339

Tier 1-kapitaal

3.313

3.353

3.339

Totaal kapitaal

3.464

3.525

3.489

Totaal kapitaal de Volksbank stand-alone

3.813

3.853

3.833

Risicogewogen activa

9.341

9.781

9.781

Risico-exposure gedefinieerd door CRR

60.625

60.350

60.345

Tier 1-kernkapitaalratio

35,5%

34,3%

34,1%

Tier 1-kapitaalratio

35,5%

34,3%

34,1%

Totaal kapitaalratio

37,1%

36,0%

35,7%

Totaal kapitaalratio de Volksbank stand-alone

40,8%

39,4%

39,2%

Leverage ratio

5,5%

5,6%

5,5%

De volledig ingefaseerde Tier 1-kernkapitaalratio van de Volksbank steeg naar 35,5%, van 34,3% ultimo 2017, met name gedreven door de afname van de RWA. De Tier 1-kernkapitaalratio bleef daarmee ruim boven onze doelstelling van ten minste 15%.

De volledig ingefaseerde totaal kapitaalratio steeg van 36,0% naar 37,1%. Zonder de correctie voor de EBA-interpretatie 82 zou de totaalkapitaal ratio 40,8% hebben bedragen.

Leverage ratio EDTF 9

De leverage ratio is de verhouding tussen de hoeveelheid Tier 1-kapitaal en de totale risicoblootstelling van een bank. Een minimumniveau voor de leverage ratio moet voorkomen dat banken overmatige schulden opbouwen. In het gepubliceerde regeerakkoord van kabinet Rutte III staat dat het minimumvereiste in overeenstemming wordt gebracht met het Europese minimumvereiste, zodra Basel IV van kracht wordt. Dit zal dat naar verwachting minimaal 3% bedragen, met mogelijk een opslag voor systeemrelevante instellingen.

Onderstaande tabel toont de leverage ratio voor de Volksbank volgens de door de CRR voorgeschreven opbouw van de risicoblootstelling en het vermogen.

Leverage ratio

CRD IV volledig ingefaseerd

CRD IV transitioneel

in miljoenen euro's

2018

2017

2017

Positiewaarden

Afwijking voor SFT's

10

23

23

Derivaten: marktwaarde

147

212

212

Derivaten: opslag mark-to-marketmethode

381

373

373

Buiten de balans: niet opgenomen kredietfaciliteiten

133

161

161

Buiten de balans: met gemiddeld/laag risico

410

228

228

Overige activa

59.623

59.477

59.477

Vermogensaanpassingen en voorgeschreven aanpassingen

Tier 1-kapitaal

3.313

3.353

3.339

Voorgeschreven aanpassingen (Tier 1)

-80

-115

-129

Risico-exposure gedefinieerd door CRR

60.625

60.350

60.345

Leverage ratio

5,5%

5,6%

5,5%

De leverage ratio bleef ultimo 2018 met 5,5% onveranderd ten opzichte van ultimo 2017 (transitioneel), ondanks een lichte daling in het Tier 1-kernkapitaal (€ 26 miljoen) en een toename in de noemer van de leverage ratio (€ 0,3 miljard). De noemer van de leverage ratio is de risico-exposure zoals gedefinieerd door de Capital Requirements Regulation (CRR).

De leverage ratio van 5,5% ligt ruim boven de vereisten vanuit regelgeving en onze doelstelling van minimaal 4,25%. Onder de huidige regelgeving is de hoeveelheid kapitaal die nodig is om aan het leverage ratiovereiste te voldoen hoger dan de hoeveelheid nodig om aan de risicogewogen kapitaalratiovereisten te voldoen. Dit is het gevolg van de focus van de Volksbank op particuliere hypotheken, een activiteit met een laag risico en een dienovereenkomstig lage risicoweging.

MREL EDTF 4

De onderstaande tabel toont de risico-gewogen en de risico-ongewogen MREL-ratio’s van de Volksbank N.V. als resolutie-entiteit.

MREL

in miljoenen euro's

2018

2017

Tier 1-kernkapitaal

3.313

3.339

Tier 2-kapitaal

500

494

Totaal kapitaal

3.813

3.833

Overige in aanmerking komende ongedekte verplichtingen met resterende looptijd langer dan 1 jaar

1.941

1.435

Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen

5.754

5.268

Risico-exposure gedefinieerd door BRRD (MREL)

59.412

59.499

Risicogewogen activa

9.341

9.781

MREL BRRD

MREL (Totaal kapitaal)

6,4%

6,4%

MREL (Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen)

9,7%

8,9%

MREL Risicogewogen activa

MREL (Totaal kapitaal)

40,8%

39,2%

MREL (Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen)

61,6%

53,9%

Inclusief het totale kapitaal en alle overige ongedekte verplichtingen die volgens de huidige BRRD voor de MREL in aanmerking komen, bedroeg de risico-ongewogen MREL-ratio 9,7% (2017: 8,9%). De in aanmerking komende verplichtingen zijn met € 486 miljoen gestegen tot € 5.754 miljoen. De afname van de kapitaalpositie met € 20 miljoen werd ruimschoots gecompenseerd door de uitgifte van senior ongedekte financiering van € 500 miljoen in juni 2018 en € 400 miljoen in oktober 2018. Anderzijds heeft de Volksbank op instructie van de Single Resolution Board (SRB) besloten om € 133 miljoen uitstaande gestructureerde ongedekte schulden vooralsnog buiten beschouwing te laten bij de bepaling van de voor MREL in aanmerking komende verplichtingen. De risico-exposure gedefinieerd door BRRD is gedaald met € 87 miljoen tot € 59,4 miljard.

De risico-gewogen MREL-ratio op basis van Tier 1-kernkapitaal en Tier 2-kapitaal (samen € 3.813 miljoen) bedroeg 40,8% (ultimo 2017: 39,2%). Deze zijn beide achtergesteld aan de overige uitstaande verplichtingen.

Op basis van huidige inzichten voor wat betreft toekomstige regelgeving inzake achterstellingsverplichting hanteert de Volksbank in haar kapitaalplanning het uitgangspunt dat per 1 januari 2024 de minimale risico-ongewogen MREL vereiste van 8% volledig uit achtergestelde verplichtingen dient te bestaan (Tier 1 kapitaal, Tier 2-kapitaal en Senior Non Preferred (SNP) obligaties). Gegeven dit uitgangspunt verwachten we op basis van de huidige kapitaalpositie in de komende jaren voor € 1,0 tot € 1,5 miljard aan SNP obligaties uit te geven. De Volksbank volgt de ontwikkelingen betreffende een mogelijke MREL-achterstellingsvereiste nauwlettend. We zullen onze kapitaalplanning aanpassen indien dat nodig is.

4.9.6 Dividend

De Volksbank heeft voor de dividenduitkering een beoogde bandbreedte vastgesteld van 40% tot 60% van het gecorrigeerde nettoresultaat. Overeenkomstig dit beleid heeft de Volksbank in april 2018 een dividend van € 190 miljoen uitgekeerd over 2017 aan NLFI. Dit komt neer op een pay-out ratio van 60%, de bovenkant van de door ons gehanteerde bandbreedte.

Gezien de solide kapitaalpositie stellen we voor over 2018 een dividend uit te keren van € 161 miljoen, hetgeen overeenkomt met een pay-out ratio van 60%.

Stel uw jaarverslag zelf samen