Liquiditeits-management en financiering

3.9. Liquiditeitsmanagement en financieringEDTF 2EDTF 3

Liquiditeitsrisico is het risico dat de bank op korte of lange termijn niet kan beschikken over voldoende liquide middelen om te kunnen voldoen aan haar financiële verplichtingen, zonder dat dit gepaard gaat met onaanvaardbare kosten of verliezen. Dit geldt zowel onder normale omstandigheden als in tijden van stress. Ook de situatie waarin de balansstructuur zich dusdanig zou kunnen ontwikkelen dat de bank bovenmatig wordt blootgesteld aan verstoring van haar financieringsbronnen valt onder het liquiditeitsrisico.

Het liquiditeitsmanagement ondersteunt de strategie van de bank binnen onze risicobereidheid.

3.9.1 RisicoprofielEDTF 18

De bank beschikt over een sterke liquiditeitspositie, zodat zij voortdurend aan haar financiële verplichtingen voldoet. We beheren de liquiditeitspositie zodanig dat deze de gevolgen van bankspecifieke en marktbrede stressfactoren – zoals spanningen op de geld- en kapitaalmarkten – kan opvangen.

Bij de financiering van haar liquiditeitsbehoefte en in lijn met de strategie richt de bank zich op diversificatie van financieringsbronnen.

3.9.2 Ontwikkelingen in 2017

De Volksbank behield in 2017 een sterke liquiditeitspositie die ruim voldeed aan zowel haar eigen doelstellingen als wettelijke eisen. In 2017 heeft de Volksbank met succes een aantal financieringstransacties uitgevoerd, namelijk:

  • € 0,5 miljard aan gedekte obligaties (publieke transactie) met een looptijd van 10 jaar;

  • € 430 miljoen aan gedekte obligaties (onderhandse transacties) met een looptijd van 15 tot 20 jaar; 

  • € 0,5 miljard aan senior ongedekte financiering met een looptijd van 3 jaar.

Deze laatste transactie, de eerste publieke uitgifte door de bank van senior ongedekte schuldbewijzen sinds 2010, toont aan dat de Volksbank goede toegang heeft tot de kapitaalmarkt.

De Liquidity Coverage Ratio (LCR) en de Net Stable Funding Ratio (NSFR) bleven ruim boven het (toekomstige) wettelijke minimum van 100%. Ultimo 2017 bedroeg de LCR 177% (2016: 193%).

De verhouding tussen uitstaande kredieten en aangetrokken deposito’s (Loan-to- Deposit ratio) steeg van 103% ultimo 2016 naar 107% ultimo 2017. Dit werd veroorzaakt door een groei in kredieten en een daling in deposito’s:

  • Kredieten namen toe met € 1,1 miljard, gedreven door groei van de particuliere hypotheken;

  • Deposito’s namen af met € 0,6 miljard, hoofdzakelijk als gevolg van de overdracht van beleggingsrekeningen aan NIBC Bank.

3.9.3 Management en beheersingAuditedEDTF 4EDTF 7EDTF 8EDTF 18

Het managen van het liquiditeitsrisico begint met het identificeren, meten en beheersen van de verschillende vormen van liquiditeitsrisico. Dit stelsel van kaders, methodiek en richtlijnen is vastgelegd in het liquiditeitsrisicobeleid.

Liquiditeitsrisicomanagement vastgelegd in cyclus

Het liquiditeitsrisicomanagement is vastgelegd in een cyclus bestaande uit zeven elementen. Deze elementen vormen samen een geïntegreerd intern proces waarin we de liquiditeitspositie continu evalueren en beheersen.

De cyclus voor liquiditeitsmanagement kent de volgende elementen:

  1. Jaarlijks bepalen we de risicobereidheid voor liquiditeitsrisico in samenhang met de algemene risicobereidheid en de strategische doelstellingen van de bank.

  2. Op basis van de risicobereidheid voor liquiditeitsrisico bepalen we vervolgens, aan de hand van concrete risico-indicatoren, het niveau waarboven we ons comfortabel voelen. Daarnaast stellen we een interventieladder vast met per risico-indicator bandbreedtes voor wanneer opvolging noodzakelijk is.

  3. De liquiditeitsstrategie herijken we jaarlijks. We leggen daarin de richtlijnen vast voor een zo efficiënt mogelijke balansstructuur. Daarbij houden we rekening met de doelstellingen van liquiditeitsmanagement; een toereikend liquiditeits- en financieringsprofiel.

  4. Tenminste één keer per jaar bepalen we in het kapitalisatie- en liquiditeitsplan acties waarmee we de verwachte financierings- en liquiditeitsbehoefte invullen die voortvloeien uit het operationeel plan. Dit plan heeft een horizon van meerdere jaren. Hiervoor maken we prognoses van relevante risico-indicatoren ten opzichte van de interne normen en werken we diverse scenario’s uit.
    We sturen op de gewenste liquiditeitspositie op basis van de businessplannen en de vereisten van toezichthouders, kredietbeoordelaars en investeerders.

  5. Liquiditeitsmanagement is een continu operationeel proces en omvat het identificeren, meten en managen van de liquiditeitspositie van de bank in lijn met haar risicobereidheid, risicolimieten, beleid en richtlijnen.

  6. De liquiditeitstoereikendheid stellen we op maandbasis (Liquidity Adequacy Assessment Report) vast en dit monitoren we op kwartaalbasis (Financial Risk Report) en jaarbasis (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process report). Het actuele risicoprofiel vergelijken we met de risicolimieten. Bevindingen gebruiken we om bij te sturen in de daadwerkelijke liquiditeitspositie, risicobereidheid, beleid of richtlijnen en om het proces van risicomanagement te verbeteren. De (interne) beoordeling van de toereikendheid van de liquiditeitspositie en het liquiditeitsrisicomanagement is onderdeel van het ILAAP (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process), die input vormt voor het SREP (Supervisory Review & Evaluation Process) van de ECB.

  7. Het herstelplan bevat maatregelen om de liquiditeitspositie te versterken in nadelige omstandigheden. Door jaarlijks het herstelplan te actualiseren dragen we bij aan de continuïteit van de bank (zie ook paragraaf 3.6.3 Management en beheersing).

Beheersinstrumenten

Kaspositie

Onder normale omstandigheden is de kaspositie de bron van liquiditeit waarmee we reguliere verplichtingen nakomen. De kaspositie zoals gedefinieerd door de Volksbank omvat:

  • centrale bankreserves;

  • het saldo op rekeningen bij correspondent-banken;

  • contractuele kasstromen van tegenpartijen op geld- en kapitaalmarkten, die binnen maximaal tien dagen plaatsvinden.

Liquiditeitsbuffer

De Volksbank houdt een liquiditeitsbuffer aan, waaronder de kaspositie, om onverwachte schommelingen/stijgingen in de liquiditeitsbehoefte op te vangen. Naast de kaspositie bestaat de liquiditeitsbuffer uit (zeer) liquide beleggingen die beleenbaar zijn bij de ECB en die verkoopbaar zijn in (zeer) liquide markten of die kunnen worden gebruikt in een repo-transactie.

De liquiditeitsbuffer bestaat voornamelijk uit staatsobligaties en obligaties van eigen securitisaties van de Volksbank, zogenoemde Residential Mortgage Backed Securities (RMBS) waaraan hypotheken van de bank ten grondslag liggen. We bepalen de liquiditeitswaarde van de obligaties in de liquiditeitsbuffer op basis van de marktwaarde van de obligaties na toepassing van de door de ECB bepaalde procentuele afslag.

Stresstesten op liquiditeitEDTF 8

De gewenste omvang van de liquiditeitsbuffer stellen we vast aan de hand van stresstesten op de liquiditeitspositie van de bank. Vervolgens sturen we de liquiditeit naar de gewenste hoeveelheid.

Met stresstesten toetsen we de robuustheid van de liquiditeitspositie. We hebben diverse scenario’s gedefinieerd waarvan de zogenoemde gecombineerde zware stresstest de meeste impact heeft. In dit scenario houden we onder meer rekening met:

  • een krachtige uitloop van spaar- en creditgelden;

  • het opdrogen van de financieringsmogelijkheden op de geld- en kapitaalmarkt;

  • een daling van de marktwaarde van de obligaties in de liquiditeitsbuffer;

  • additioneel onderpand behoefte bij een drie notch afwaardering van de kredietwaardigheid van de bank;

  • een daling van de marktwaarde van derivaten;

  • een mogelijke liquiditeitsuitstroom indien gecommitteerde kredietlijnen worden getrokken.

De liquiditeitssturing van de bank is erop gericht om in dit zware stress-scenario minstens gedurende een bepaalde periode te overleven. De invloed van het stress-scenario op de liquiditeitsbuffer dient dan ook als inbreng voor het bepalen en monitoren van de risicocapaciteit en de risicobereidheid van de bank.

De gecombineerde zware stresstest voeren we maandelijks uit. De uitgangspunten voor de stresstesten herijken we jaarlijks.

Belangrijke liquiditeitsratio’s

De LCR van de Volksbank is gebaseerd op de LCR Delegated Act-definitie. Het doel van de LCR is toetsen of banken voldoende liquide activa hebben om een dertig daags stress-scenario op te vangen. De NSFR heeft als doel vast te stellen in welke mate langer lopende activa worden gefinancierd met stabielere vormen van financiering. Voor beide liquiditeitsmaatstaven geldt een (toekomstig) wettelijk minimum van 100%. 

Naast de LCR en NSFR sturen we op de Loan-to-Deposit-ratio en de mate waarin activa zijn bezwaard. Ook monitoren we de potentieel te genereren liquiditeit vanuit onze activa. Op basis hiervan beoordelen we in welke mate we bepaalde stress en extreme uitstroom kunnen opvangen.

3.9.4 Cijfers, ratio's en trendsEDTF 4EDTF 18 EDTF 20

De bank behield in 2017 een sterke liquiditeitspositie die ruim voldeed aan zowel haar eigen doelstellingen als wettelijke eisen.

Belangrijkste liquiditeitsindicatoren

31-12-2017

31-12-2016

LCR

177%

193%

NSFR

>100%

>100%

Loan-to-Deposit ratio1

107%

103%

Liquiditeitsbuffer (in miljoenen euro's)

10.592

10.533

  1. De Loan-to-Deposit ratio is berekend door uitstaande kredieten te delen door aangetrokken deposito's. Vanaf 30 juni 2017 worden de uitstaande kredieten gecorrigeerd voor reële waarde-aanpassingen als gevolg van hedge accounting. De vergelijkende cijfers zijn dienovereenkomstig aangepast.

De onderstaande tabel geeft de samenstelling van de liquiditeitsbuffer weer, waarbij de liquide activa zijn opgenomen tegen de marktwaarde na toepassing van de door de ECB bepaalde procentuele vermindering.

Samenstelling van de liquiditeitsbufferAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Kaspositie1

3.753

2.816

Staatsobligaties

1.600

2.713

Regionale/lokale overheden en supranationals

850

755

Overige liquide activa

421

351

Beleenbare interne RMBS

3.968

3.898

Liquiditeitsbuffer

10.592

10.533

  1. De hier gepresenteerde kaspositie omvat de centrale bankreserves, het saldo op rekeningen bij correspondentbanken en contractuele kasstromen van tegenpartijen op geld- en kapitaalmarkten, die binnen maximaal tien dagen plaatsvinden. De kaspositie wijkt hierdoor af van het in de balans opgenomen saldo kas en kasequivalenten.

De liquiditeitsbuffer bleef hoog in 2017, en steeg van € 10,5 miljard ultimo 2016 tot € 10,6 miljard. Dit is ruim afdoende om het zware stress-scenario gedurende een bepaalde periode te weerstaan (zie ook paragraaf 3.9.3 Management en beheersing).

In 2017 nam de kaspositie met € 0,9 miljard toe tot € 3,8 miljard. De financieringsbehoefte, die met name voortvloeide uit een groei van de particuliere hypotheekportefeuille van € 1,0 miljard en de aflossing van kapitaalmarktfinanciering van € 3,1 miljard, werd meer dan gecompenseerd door een instroom van kasmiddelen en een toename in cash management-beleggingen binnen tien dagen.

Liquide activa anders dan de kaspositie daalden met bijna € 0,9 miljard.

  • Het bedrag aan staatsobligaties in de liquiditeitsbuffer verminderde met € 1,1 miljard, voornamelijk doordat deze meer werden ingezet als onderpand bij (repo)transacties. Repotransacties ondersteunden de kaspositie ultimo 2017;

  • De liquiditeitswaarde van beleenbare interne RMBS nam met € 0,1 miljard toe. Lowland 1 is in februari 2017 op de eerste calldatum vervangen door Lowland 4 (met een hogere liquiditeitswaarde), maar ultimo 2017 werd € 1,1 miljard van de beleenbare interne RMBS als onderpand gebruikt voor een 3-weekse USD tender van de ECB. De Volksbank nam hieraan deel uit cash management-efficiëntie overwegingen.

De omvang van de kortlopende cash management-beleggingen buiten de definitie van de kaspositie bedroeg ultimo 2017 € 0,5 miljard (€ 2,0 miljard ultimo 2016). Deze beleggingen zijn ook beschikbaar als liquide activa op korte termijn.

3.9.5 Bezwaarde en onbezwaarde activaEDTF 19

De mate waarin activa zijn bezwaard geeft inzicht in gebruikt en beschikbaar onderpand voor aan te trekken financiering of andere redenen.

Bezwaarde en onbezwaarde activa 2017

Bezwaarde activa

Onbezwaarde activa

in miljoenen euro's1

Boekwaarde

Reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Activa van de rapporterende instelling

9.637

51.285

Aandelen

-

-

18

18

Schuldpapieren

1.705

1.705

3.268

3.268

Overige activa

7.550

43.690

- waarvan hypotheken

6.842

38.814

  1. De getoonde bedragen zijn gebaseerd op de mediaan van de vier kwartalen in het boekjaar in tegenstelling tot de toelichtende cijfers in de tekst welke ultimo standen betreffen.

Bezwaarde en onbezwaarde activa 2016

Bezwaarde activa

Onbezwaarde activa

in miljoenen euro's1

Boekwaarde

Reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Activa van de rapporterende instelling

11.011

52.179

Aandelen

-

-

21

21

Schuldpapieren

1.463

1.463

4.973

4.973

Overige activa

9.543

44.796

- waarvan hypotheken

8.277

36.313

  1. De getoonde bedragen zijn gebaseerd op de mediaan van de vier kwartalen in het boekjaar in tegenstelling tot de toelichtende cijfers in de tekst welke ultimo standen betreffen.

Totaal bezwaarde activa

Van de activa is ultimo 2017 € 9,9 miljard bezwaard (2016: € 10,0 miljard) vooral vanwege:

  • uitstaande securitisaties;

  • gedekte obligaties;

  • repotransacties;

  • USD tender;

  • CSA’s;

  • vreemde valuta-transacties;

  • betalingsverkeer.

Het totaal aan bezwaarde activa bestaat voor het grootste deel uit hypotheken die als onderpand dienen in de gedekte obligaties en securitisatie-transacties. Het totaal van de verplichtingen dat is gerelateerd aan deze bezwaarde activa bedraagt € 7,5 miljard (2016: € 8,2 miljard). Het grootste deel betreft obligaties die binnen het gedekte obligatieprogramma en door de securitisatie-entiteiten zijn uitgegeven. Bij gedekte obligaties is sprake van over- collateralisatie. Dat betekent dat er een groter volume hypotheken is bezwaard dan de nominale hoofdsom van de gedekte obligatie.

Onbezwaarde activa

Het onbezwaarde deel van de activa bedraagt € 51,0 miljard en kunnen we gedeeltelijk liquide maken, bijvoorbeeld door middel van securitisaties. Gesecuritiseerde hypotheken waarvan de bank zelf de obligaties bezit worden niet als bezwaard aangemerkt, behalve als deze obligaties zijn ingezet als onderpand voor bijvoorbeeld een repotransactie.

potentiele onderpandsstorting

Bij een drie notch afwaardering van de kredietwaardigheid van de bank, zouden we € 18 miljoen aan additioneel onderpand moeten storten bij tegenpartijen. In de LCR en de gecombineerde zware liquiditeitsstresstest nemen we deze potentiële onderpandstorting mee als uitstroom.

Ontvangen collateral

De bank heeft in totaal een bedrag van € 212 miljoen (2016: € 308 miljoen) aan onderpand ontvangen ultimo 2017. Dit bestaat geheel uit ontvangen cashstortingen die als onderpand dienen voor de positieve marktwaarde van uitstaande derivatenposities.

3.9.6 FinancieringstrategieEDTF 21

De financieringsstrategie ondersteunt de strategie van de bank. Daarbij richten we ons op het optimaliseren en garanderen van toegang tot gediversifieerde financieringsbronnen. Dit met het oog op het behoud van de langetermijnfinancieringspositie en het liquiditeitsprofiel van de bank. We nemen te allen tijde de wettelijke voorschriften in acht.

Particuliere spaartegoeden zijn de primaire financieringsbron van de bank. Daarnaast trekt de bank financiering aan via de kapitaalmarkt. Omdat we streven naar diversificatie van financieringsbronnen op de kapitaalmarkt, gebruiken we verschillende financieringsinstrumenten met een spreiding in looptijd, markt, regio en type beleggers.

De bank financiert zichzelf op de kapitaalmarkt langer dan één jaar via:

  • senior ongedekte financiering;

  • (hypothecaire) securitisaties (RMBS);

  • gedekte obligaties;

  • achtergestelde leningen.

Onder het gedekte obligatieprogramma kunnen we naast publieke gedekte obligaties ook onderhandse obligaties uitgeven. Verder kunnen we langetermijnfinanciering verkrijgen met onze liquide activa als onderpand, bijvoorbeeld in een repotransactie.

Voor financieringen korter dan één jaar financiert de bank zichzelf op de geldmarkt met haar Europese en Franse Commercial Paper-programma’s.

In onderstaand overzicht per eind 2017 zijn de verschillende publieke financieringsprogramma's (inclusief maximale volume) weergegeven waarover de bank kan beschikken. In aanvulling daarop zijn andere belangrijke financieringsbronnen weergegeven.

Via onze verschillende merken trekken we termijndeposito’s, direct opvraagbaar spaargeld en rekening-courantsaldi van particuliere klanten aan. Bovendien financieren we onszelf met spaartegoeden en rekening-courantsaldi van mkb-klanten. In 2017 daalde de van klanten afkomstige financiering naar € 45,7 miljard, van € 46,2 miljard ultimo 2016. Deze daling was in belangrijke mate het gevolg van de overdracht van beleggingsrekeningen aan NIBC Bank.

Onderstaande diagrammen geven een overzicht van de samenstelling van de totale passiva per eind 2017 en 2016 en is gebaseerd op de boekwaarde. Het percentage van onze financiering dat uit spaartegoeden en overige schulden aan klanten bestaat bedroeg 77%; zowel eind 2017 als eind 2016.

Samenstelling vermogen en schulden 2017: € 60,9 miljard

Samenstelling vermogen en schulden 2016: € 61,6 miljard

De wijziging in de kapitaalmarktfinancieringsmix in 2017 (van € 7,4 miljard naar € 5,8 miljard) was voornamelijk het gevolg van de aflossing van:

  • gedekte obligaties (€ 1,7 miljard);

  • schuldbewijzen onder de Hermes XVIII securitisatie (€ 0,5 miljard);

  • senior ongedekte financiering (€ 0,4 miljard).

Daartegenover stond de uitgifte van:

  • publieke en onderhandse gedekte obligaties van € 0,9 miljard;

  • publieke uitgifte van € 0,5 miljard senior ongedekte schuldbewijzen.

Samenstelling kapitaalmarktfinanciering 2017: € 5,8 miljard

Samenstelling kapitaalmarktfinanciering 2016: € 7,4 miljard

De figuren geven een overzicht van de uitstaande kapitaalmarktfinanciering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar ultimo 2016 en 2017. In de balans is deze kapitaalmarktfinanciering opgenomen onder schuldbewijzen, schulden aan banken en overige schulden aan klanten. De gepresenteerde informatie is gebaseerd op de nominale waarde van de (afgedekte) posities. Deze nominale waarde verschilt van de IFRS-waardering in de balans, die hoofdzakelijk is gebaseerd op de geamortiseerde kostprijs.

Onderstaande figuur geeft een overzicht van het verval van de uitstaande kapitaalmarktfinanciering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat deze financieringen op de eerst mogelijke data worden afgelost. De verwachting is dat we in 2018 met name senior niet-preferente obligaties en gedekte obligaties zullen uitgeven om aan onze behoeften op het gebied van kapitaalmarktfinanciering te voldoen.

Verval kapitaalmarktfinanciering

(in miljarden euro's)

Looptijd van activa en passiva

We kunnen de activa en passiva uitsplitsen naar resterende contractuele looptijd. De netto (activa minus passiva) vervallende nominale bedragen per looptijd geven een indicatie van:

  • het liquiditeitsrisico;

  • de verplichtingen die mogelijk niet tijdig kunnen worden voldaan uit de instroom.

In de tabellen hieronder is het liquiditeitsprofiel van de bank ultimo 2017 en 2016 weergegeven op basis van de contractuele resterende looptijd. De kasstromen zijn niet verdisconteerd. De direct opvraagbare spaargelden en creditgelden staan in de kolom ‘< 1 maand’. In de tabellen houden we de contractuele looptijd aan zonder rekening te houden met gedragstypische aspecten.

Bij het balansmanagement houdt de bank rekening met gedragstypische aspecten. Daarbij hanteren we voor hypotheken een kortere looptijd vanwege verwachte vervroegde aflossingen. Voor direct opvraagbare spaargelden en saldi op betaalrekeningen van klanten hanteren we een langere looptijd, omdat klanten deze producten onder normale omstandigheden langer dan één dag aanhouden.

Onder ‘Vorderingen op banken’ en ‘Schulden aan banken’ zijn ook gestorte en ontvangen onderpandbedragen opgenomen die zijn gerelateerd aan derivatentransacties. De toedeling van deze onderpandbedragen over de looptijdcategorieën vindt plaats conform de looptijdindeling van de derivatentransacties.

Resterende contractuele looptijd activa en passiva 2017AuditedEDTF 20

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Onbepaald

Totaal

Activa

Beleggingen

101

-

433

1.607

2.953

-

5.094

Derivaten

131

83

71

280

510

-

1.075

Vorderingen op klanten

531

61

473

2.337

46.069

-1491

49.322

Vorderingen op banken

2.091

38

78

100

336

-

2.643

Overige activa

2.382

-

20

164

-

192

2.758

Totaal activa

5.236

182

1.075

4.488

49.868

43

60.892

Passiva

Eigen vermogen

-

-

-

-

-

3.714

3.714

Achtergestelde schulden

-

-

-

498

-

-

498

Schuldbewijzen

526

62

308

1.694

2.310

-

4.900

- waarvan senior unsecured

-

-

28

631

160

-

819

- waarvan covered bonds

-

-

21

996

1.438

-

2.455

- waarvan RMBS

376

-

-

67

711

-

1.154

- waarvan CP/CD (korte termijn)

150

62

260

-

-

-

472

Derivaten

225

71

146

186

624

-

1.252

Spaargelden

32.055

73

224

2.351

1.872

-

36.575

- waarvan direct opvraagbaar

32.023

-

-

-

-

-

32.023

Overige schulden aan klanten

6.235

18

277

689

3.061

-

10.280

- waarvan senior unsecured

-

-

144

192

366

-

702

- waarvan covered bonds

-

-

-

269

78

-

347

Schulden aan banken

2.450

16

24

90

101

-

2.681

- waarvan senior unsecured

-

-

-

35

-

-

35

- waarvan other wholesale

-

-

-

-

-

-

-

- waarvan secured (korte termijn)

2.264

-

-

-

-

-

2.264

- waarvan overig

186

16

24

55

101

-

382

Overige passiva

822

-

14

27

84

45

992

Totaal passiva

42.313

240

993

5.535

8.052

3.759

60.892

  1. Dit betreft de voorziening op vorderingen op klanten.

Resterende contractuele looptijd activa en passiva 2016AuditedEDTF 20

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Onbepaald

Totaal

Activa

Beleggingen

723

255

78

1.425

3.489

-

5.970

Derivaten

106

66

76

452

833

-

1.533

Vorderingen op klanten

662

130

322

2.144

45.576

-2141

48.620

Vorderingen op banken

1.305

507

139

291

676

-

2.918

Overige activa

1.948

-

145

228

-

226

2.547

Totaal activa

4.744

958

760

4.540

50.574

12

61.588

Passiva

Eigen vermogen

-

-

-

-

-

3.561

3.561

Achtergestelde schulden

-

-

-

501

-

-

501

Schuldbewijzen

25

1.085

1.342

1.624

1.620

-

5.696

- waarvan senior unsecured

25

135

58

132

210

-

560

- waarvan covered bonds

-

950

790

1.046

522

-

3.308

- waarvan RMBS

-

-

494

446

888

-

1.828

Derivaten

71

31

54

513

1.192

-

1.861

Spaargelden

31.447

130

525

2.278

2.213

-

36.593

- waarvan direct opvraagbaar

31.406

-

-

-

-

-

31.406

Overige schulden aan klanten

6.739

13

117

813

3.153

-

10.835

- waarvan senior unsecured

11

10

108

318

395

-

842

- waarvan covered bonds

-

-

-

276

82

-

358

Schulden aan banken

808

13

330

127

168

-

1.446

- waarvan senior unsecured

5

-

41

37

-

-

83

- waarvan other wholesale

-

-

274

-

-

-

274

- waarvan secured (korte termijn)

724

-

-

-

-

-

724

- waarvan overig

79

13

15

90

168

-

365

Overige passiva

909

-

13

26

81

66

1.095

Totaal passiva

39.999

1.272

2.381

5.882

8.427

3.627

61.588

  1. Dit betreft de voorziening op vorderingen op klanten.

De tabellen hieronder geven een verbijzondering van de bovenstaande liquiditeitstypische profielen voor financiële verplichtingen en derivaten op de passivazijde van de balans ultimo 2017 en 2016. Deze tabellen bevatten bovendien ook de gerelateerde toekomstige kasstromen, zoals rentebetalingen (deze zijn niet verdisconteerd).

Vervalkalender financiële verplichtingen 2017Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Achtergestelde schulden

-

-

19

538

-

557

Schuldbewijzen

527

64

363

1.761

2.489

5.204

Spaargelden

32.170

73

316

2.587

1.957

37.103

Overige schulden aan klanten

6.667

38

333

842

3.127

11.007

Schulden aan banken

2.450

16

25

90

101

2.682

Totaal

41.814

191

1.056

5.818

7.674

56.553

Vervalkalender financiële verplichtingen 2016Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Achtergestelde schulden

-

-

19

556

-

575

Schuldbewijzen

26

1.116

1.486

1.650

1.691

5.969

Spaargelden

31.852

130

616

2.484

2.391

37.473

Overige schulden aan klanten

7.257

33

207

943

3.291

11.731

Schulden aan banken

808

13

331

128

168

1.448

Totaal

39.943

1.292

2.659

5.761

7.541

57.196

Vervalkalender derivaten op de passivazijde 2017Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Rentederivaten

110

52

287

474

131

1.055

Valutacontracten

134

50

11

2

-

197

Totaal

245

102

298

476

131

1.252

Vervalkalender derivaten op de passivazijde 2016Audited

in miljoenen euro's

< 1 maand

1 - 3 maanden

3 maanden - 1 jaar

1 - 5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Rentederivaten

45

65

335

824

512

1.781

Valutacontracten

60

13

5

1

-

79

Totaal

105

78

340

825

512

1.860

3.9.7 Credit ratings

Belangrijkste ontwikkelingen in 2017

In 2017 stegen de credit ratings voor senior unsecured schuld van de Volksbank bij S&P en Fitch met één notch naar A-. De verbetering werd gedreven door sterkere stand-alone ratings oftewel een betere intrinsieke kredietwaardigheid. Met A- bereikten de ratings van de bank bij zowel S&P als Fitch het hoogste punt sinds de financiële crisis. De credit rating bij Moody’s bleef in 2017 onveranderd.

Ratingambitie

De Volksbank streeft naar lange termijn ratings die passen bij het solide bedrijfsprofiel van de bank door middel van sterke stand-alone ratings, waar mogelijk ondersteund door additionele verhogingen als gevolg van een verbeterde balansstructuur. Om dit laatste te bereiken is de Volksbank voornemens haar kapitaalbasis verder te versterken en te diversifiëren. Essentieel voor sterke stand-alone ratings is een verdere stijging van ons marktaandeel hypotheken en een stabiele winstgevendheid.

Verandering ratings in chronologische volgorde

Op 7 juni 2017 verhoogde S&P de lange termijn rating van de Volksbank met één notch van BBB+ (outlook: positief) naar A- met een stabiele outlook. De korte termijn rating bleef onveranderd op A-2. De verhoging van de rating was volgens S&P het gevolg van een geleidelijk herstel van de commerciële franchise van de bank en de versterkte voorspelbaarheid van haar inkomsten. De verhoging is tevens gebaseerd op de verwachting dat de hypotheekportefeuille in de komende twee jaar marginaal zal groeien met behoud van de marges en solide gekapitaliseerd zal blijven.

Op 15 september 2017 werd de stabiele outlook door S&P bijgesteld naar positief. Deze bijstelling weerspiegelt de visie van S&P dat Nederland een brede economische groei doormaakt, gekoppeld aan een merkbaar herstel van de huizenmarkt en een verbeterende markt voor commercieel vastgoed. Ondanks de hoge brutoschuld in de economie, is S&P van mening dat de economische onevenwichtigheden teruglopen, wat in het algemeen positief is voor banken.

Op 24 november 2017 verhoogde Fitch de rating van de Volksbank met één notch van BBB+ (outlook: positief) naar A- met een stabiele outlook. De korte termijn rating bleef onveranderd op F2. De upgrade reflecteerde de sterke financiële kerncijfers en de verwachting van Fitch dat deze behouden blijven in de komende jaren.

Stel uw jaarverslag zelf samen