Kredietrisico

3.7. KredietrisicoEDTF 2EDTF 3

3.7.1 RisicoprofielEDTF 26

Particuliere hypotheken en overige particuliere kredieten

De particuliere hypotheekportefeuille bepaalt in grote mate het kredietrisico van de Volksbank. De hypotheekportefeuille heeft een laag kredietrisicoprofiel en een omvang van bruto € 45,8 miljard eind 2017. Het kredietrisico van de portefeuille is gedurende 2017 verder gedaald; dit is zichtbaar door een lagere gemiddelde kans op wanbetaling, minder geregistreerde achterstanden, een lagere gemiddelde Loan-to-Value (schuld-waarde verhouding) en daling van het gemiddelde ingeschatte verwacht verlies binnen de portefeuille. Dit komt voor een groot deel door een sterkere Nederlandse economie en stijgende huizenprijzen. Daarnaast zoekt de Volksbank sneller contact met klanten die in financiële moeilijkheden dreigen te raken met de bedoeling om samen erger proberen te voorkomen.

Een zeer klein deel van de balans bestaat uit overige particuliere kredieten, deze portefeuille heeft eind 2017 een omvang van bruto € 139 miljoen (dit was bruto € 191 miljoen eind 2016). Onder deze portefeuille vallen kredietproducten zoals doorlopende kredieten, debetstanden op betaalrekeningen, persoonlijke leningen, credit cards en effectenbevoorschotting. De Volksbank verstrekt geen nieuwe doorlopende kredieten of persoonlijke leningen meer op de eigen balans (in verband met de hoge mate van kredietrisico), wel als derden product.

Mkb-portefeuille

De mkb-portefeuille heeft eind 2017 een omvang van bruto € 786 miljoen (2016: € 909 miljoen). Het overgrote deel van deze leningen is verstrekt op basis van hypothecaire zekerheid (stenen onderpand). De portefeuille is voornamelijk ontstaan voor de financiële crisis. Veel klanten hebben moeilijke jaren achter de rug, wat ook zijn weerslag heeft gehad op het risicoprofiel van de portefeuille. De huidige economische situatie in Nederland doet de klanten in deze portefeuille goed en heeft ook een positief effect op het waargenomen risico. In 2017 is de Volksbank gestart met een nieuw initiatief; de portefeuilleomvang mag weer licht toenemen, waarbij de focus ligt op het kleinbedrijf, met leningen tot € 1 miljoen.

Onderhandse leningen

De portefeuille met onderhandse leningen betreft een enkele lening aan VIVAT en leningen onder het merk ASN Bank. De ASN leningen zijn verstrekt aan woningbouwcorporaties, zorginstellingen en ondernemingen die in eigendom zijn van of gerelateerd aan de overheid. Dit soort organisaties sluit goed aan bij de maatschappelijke doelstellingen van het merk ASN Bank en de Volksbank (specifiek onze gedeelde waarde “verantwoordelijkheid voor de maatschappij”). Veelal is voor deze leningen een overheidsgarantie afgegeven of geldt er een garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) of het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Deze portefeuille kent door de afgegeven garanties in algemene zin een uitermate laag risico.

Een enkele onderhandse lening is verstrekt aan verzekeraar VIVAT. Binnen het securitisatieprogramma van de Volksbank worden spaarhypotheken gesecuritiseerd, waarbij de spaarpolis bij VIVAT loopt en de hypotheek bij de Volksbank. Hierbij ontvangt VIVAT een onderhandse lening van de bank ter financiering van haar (sub-)participaties in de securitisatie-entiteiten. De onderhandse lening aan VIVAT is voor de Volksbank kredietrisico-vrij omdat deze in geval van default verrekend wordt met de door de klant bij de Volksbank gestorte spaarpremies (deze hebben dezelfde omvang). De lening dient als bezwaard te worden beschouwd. Ultimo 2017 bedraagt de lening € 702 miljoen (2016: € 725 miljoen).

Duurzame financieringen

Onder het merk ASN Bank is er een portefeuille met duurzame financieringen. Dit zijn projectfinancieringen aan vooral organisaties binnen de sector duurzame energie, die daarmee bijdragen aan een duurzame samenleving. Concentratierisico mitigeren we door een gedegen kennis van de sector, geografische spreiding van uitzettingen, diversificatie naar type energieopwekking (zon, wind, warmte-koudeopslag) en naar achterliggende leveranciers (zonnepanelen, windturbines). Bij de leningen is voor een groot deel sprake van door overheden gegarandeerde stroomprijzen en afnamecontracten.

Vorderingen op de overheid

Bij de vorderingen op de overheid gaat het veelal om leningen die zijn verstrekt aan Nederlandse gemeentes en provincies en instanties met een overheidsgarantie.

Vorderingen op banken en beleggingen

De vorderingen op banken en de beleggingen zijn grotendeels het gevolg van het liquiditeitsmanagement. Om in de liquiditeitsportefeuille te mogen worden opgenomen, moeten tegenpartijen voldoen aan strenge eisen en een goede rating hebben.

Rentederivaten

In het kader van het balansmanagement maken we gebruik van rentederivaten. Deze posities veroorzaken een tegenpartijrisico dat vanaf een contractueel afgesproken waarde is gedekt door onderpand. Per tegenpartij is een maximum kredietbedrag afgesproken, de zogenoemde kredietlijn.

3.7.2 Management en beheersingAuditedEDTF 7EDTF 27

Particuliere hypotheken

Bij kredietrisicobeheer kijken we naar de individuele klant en tevens sturen we op portefeuilleniveau aan de hand van instroom, uitstroom, omvang en status van de gezonde portefeuille en de achterstand portefeuille. Het kredietbeheerproces van de Volksbank is hieronder visueel weergegeven.

Bij de verstrekking van nieuwe hypothecaire leningen (instroom) staat het klantbelang voorop. De klant moet de rentebetalingen en aflossingen nu en in de toekomst kunnen betalen. We gebruiken de acceptatiescorekaart om de duurzame betaalbaarheid te voorspellen voor en door de klant. We zien erop toe dat de verstrekte hypotheken voldoen aan onze interne normen met betrekking tot het inkomen van de klant en de waarde van het onderpand. Onze interne normen zijn in lijn met de wettelijke kaders.

Potentiële verliezen als gevolg van het kredietrisico beperken we door voorwaarden te stellen aan de zekerheden, zoals de waarde van het onderpand en al dan niet een garantiestelling van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Zie ook paragraaf 3.7.10 Risicomitigering over risicomitigerende maatregelen.

De ontwikkeling van de portefeuille monitoren we vooral op kwaliteit, dekkingswaarden zoals de gemiddelde Loan-to-Value of het percentage NHG-dekkingen en het gemiddelde verwacht verlies. In 2017 hebben we meer aandacht geschonken aan aflossingsvrije hypotheken en hoe we de duurzame betaalbaarheid door de klant, ook op einddatum, juist kunnen inschatten. De AFM heeft Nederlandse banken aangespoord hier aandacht op te richten doordat bij veel klanten met een aflossingsvrije hypotheek het beeld bestond dat de lening nooit hoefte te worden afgelost (terugbetaald).

Tweedelijns kredietrisicomanagement stelt kaders, monitort op de kwaliteit van de portefeuille en de uitvoering van het beheerproces en adviseert over verbetermogelijkheden.

Bij uitstroom besteden we aandacht aan de redenen om af te lossen en in het kader van portefeuillebeheer, ook naar de kenmerken van deze posten in termen van kwaliteit en ingeschat verwacht verlies.

Bijzonder beheer particuliere klanten

We beheersen het kredietrisico met een actief en gericht beleid op klanten met betalingsachterstanden in de achterstands- en default-portefeuille. De Volksbank ziet een vertrouwensrelatie met de klant als basis voor een duurzame oplossing. Als er sprake blijkt van financiële problemen, dan krijgt de klant een eigen vaste behandelaar. Als het nodig is, dan komt een klantbezoeker langs bij de klant om te bekijken wat mogelijk is. Samen met de klant zoeken we naar oplossingen die zowel het belang van de klant als van de bank dienen. Uitgangspunt is dat de klant kan blijven wonen in het huis en de hypotheeklasten in de toekomst kan blijven voldoen. Als een klant werkelijk niet kan voldoen aan de verplichtingen, kunnen we in samenspraak met de klant overgaan tot een betalingsmaatregel of een herstructurering (de zogeheten forbearance). Als herstel niet mogelijk is, begeleiden we de klant bij verkoop van het huis. We streven ernaar geen externe incassobureaus of deurwaarders in te zetten, zodat de Volksbank zelf al het contact met de klant heeft en daardoor een optimale relatie met de klant kan hebben. Inzet van externe partijen leidt tot extra kosten voor de klant en daarmee tot grotere financiële problemen. Alleen als een klant wel kan meewerken, maar niet wil, dan zal de bank een deurwaarder inzetten. Ook heeft de Volksbank besloten posten die eerder zijn overgedragen aan incassobureaus, terug te halen om samen met de klant naar een oplossing te werken.

Forbearance

Een ‘forbearance’ maatregel kunnen wij toepassen in situaties waarbij wordt verwacht dat een klant zijn financiële verplichtingen niet (tijdig) kan voldoen. Onder een forbearance maatregel verstaan we een afspraak met de klant die een tijdelijke of blijvende wijziging inhoudt van de lening, leningvoorwaarden en/of betaalcondities. Wij kunnen dit toepassen om te voorkomen dat betalingsproblemen ontstaan, oplopen of om te voorkomen dat de lening moet worden afbetaald. De maatregel kan tot gevolg hebben dat de bank een verlies lijdt.

Sinds eind 2016 nemen we forbearance maatregelen op klantniveau. We hebben ervaren dat wanneer een klant betalingsproblemen heeft op één product, de andere kredietproducten van de klant ook een verhoogd risico lopen. Forbearance maatregelen passen we toe op alle kredietproducten van die klant en we merken alle contracten van die klant aan als ‘forborne’. Dit past bij het beleid van bijzonder beheer, waar we naar de volledige klantsituatie kijken om te beslissen over passende maatregelen.

We evalueren voortdurend de effectiviteit van de beheerprocessen als onderdeel van het kredietbeheerproces en voeren verbeteringen door waar mogelijk.

Mkb-portefeuille

We registreren het betaalgedrag van onze mkb-klanten en gebruiken onder andere die gegevens in gedragsscoremodellen om te monitoren op duurzame betaalbaarheid voor en door deze klanten. De modellen berekenen een voorspellende kans op wanbetaling – in gebreke blijven van contractueel overeengekomen betalingen (rente en eventuele aflossingen) – en het waarschijnlijke verlies voor de bank in geval van wanbetaling. In 2017 zijn we begonnen om op basis van de modeluitkomsten risicogedreven te reviseren, het model bepaalt in grote mate met welke klanten wij proactief in contact treden. De modellen verschaffen ons inzicht in het risicoprofiel van de klant en van de portefeuille, daarmee dragen ze bij aan het beheerproces.

Bijzonder beheer zakelijke klanten

We handelen actief zodra een zakelijke klant in achterstand raakt of zelf aangeeft betalingsproblemen te verwachten. De continuïteit van de betreffende onderneming (klant) en de kans op herstel van het krediet vormen de belangrijke uitgangspunten. Samen met de klant inventariseren we de mogelijkheid om de onderneming weer financieel weerbaar te krijgen (we richten ons op een gezonde liquiditeits- en rentabiliteitspositie). Indien de klant herstelt en er sprake is van een stabiele situatie, vervalt het toezicht van bijzonder beheer en keert de klant terug in regulier beheer. Als herstel niet mogelijk blijkt, begeleiden we de klant eventueel bij de verkoop van het zakelijke onderpand. Het streven is om in een dergelijke situatie de verliezen voor de klant en de bank te beperken.

Onderhandse leningen

Midden 2017 is het beheer van de onderhandse leningen onder het ASN Bank merk overgedragen van ACTIAM naar de afdeling ASN Risk Management Duurzame Financieringen, onderdeel van de Volksbank. Door deze transitie heeft de Volksbank het monitoren van alle onderhandse leningen en bijbehorend risicoprofiel intern belegd en geen afhankelijkheid meer van een externe partij.

Duurzame financieringen

Voor duurzame projectfinancieringen (onder het ASN Bank merk) gebruiken we een intern ontwikkeld ratingmodel. We bepalen daarmee een score op basis van kenmerken van de financieringsstructuur, de financiële draagkracht van het project en de betrokken partijen, de juridische omgeving van het project en de zekerheden. Met deze score monitoren we de kredietkwaliteit van een project, vergelijken we projecten onderling en volgen we de ontwikkelingen in de gehele portefeuille.

In de markt voor duurzame financieringen is er druk op de tarieven en liggen de rendementen laag. Naast de interne rendementsdoelstellingen, letten we bij deze financieringen ook op het maatschappelijk belang (CO2 reductie), wat meeweegt in onze besluitvorming over de betreffende financiering. De bank financiert alleen als het project voldoet aan de gestelde doelen.

Rapportages

We monitoren de ontwikkelingen in de kredietportefeuilles en rapporteren hierover periodiek aan het kredietcomité, de Directie en de Risico Commissie van de Raad van Commissarissen.

Maandelijks stellen we een rapportage op over de hypotheekportefeuille op basis van het Risk Appetite Dashboard en bespreken die met de verantwoordelijken voor en belanghebbenden in de hypotheekketen. Op kwartaalbasis verstrekken we een uitgebreide rapportage over de kredietvoorzieningen. Deze biedt inzicht in interne en externe ontwikkelingen die de kredietvoorzieningen beïnvloeden. Tevens rapporteert tweedelijns kredietrisicomanagement op kwartaalbasis haar beeld omtrent het bankbrede kredietrisico ten opzichte van de vastgestelde risicobereidheid. Deze rapportage kenmerkt zich door de kwalitatieve beoordeling (naast de kwantitatieve) en het uitspreken van korte termijn verwachtingen omtrent de ontwikkeling van de gerapporteerde risicotypen.

Stresstesten en sensitiviteitsanalyses EDTF 8

In 2017 heeft de Volksbank meerdere stresstests uitgevoerd, interne en door de toezichthouder opgelegde stresstests. We hebben het Internal Capital Adequacy Assessment Process uitgevoerd op basis van cijfers van eind 2016 en een interne stresstest op basis van cijfers van het tweede kwartaal 2017. In de stresstest hebben we vastgesteld wat het effect is van een extreem maar plausibel macro-economisch scenario op het kredietrisico van de Volksbank. Hierbij gebruiken we specifieke stresstest modellen. Deze zijn gebaseerd op de historische relatie tussen de ontwikkelingen in de portefeuille en de belangrijkste macro-economische parameters. Met betrekking tot het kredietrisico van onze particuliere hypotheekportefeuille zijn de werkloosheidscijfers en huizenprijsontwikkeling de voornaamste parameters. We onderzoeken ook hoe gevoelig de portefeuilles zijn voor schommelingen van macro-economische parameters. De Volksbank is, net als andere banken, gevoelig voor deze schommelingen, maar de bank blijkt bestand te zijn tegen de toegepaste extreme scenario’s (door de sterke kapitaal- en liquiditeitspositie).

Stresstesten IFRS 9

Het concept van stresstesten voor kredietrisico's kan worden gedefinieerd als het meten van de financiële impact uit hoofde van kredietrisico ten gevolge van een of meerdere potentieel "ongunstige" scenario’s. Alle posities op de balans, waar kredietrisico wordt gelopen, zijn in scope. De kredietrisico-stresstest-modellen zijn ontwikkeld voor interne of ICAAP stresstests en externe stresstests vanuit de toezichthouder (ECB/EBA). De modellen bestaan uit een specifieke, IFRS 9 consistente, point-in-time (PiT) benadering voor het voorspellen van voorzieningen en een specifieke through-the-cycle (TtC) benadering voor de voorspelling van RWA. Om de hoeveelheid voorzieningen in een stresstest te voorspellen, wordt op de volgende manier stress toegepast:

  • Via migraties over de stages. Migratiematrices (en stage toewijzingsmatrices) worden gebruikt om posities over de IFRS 9 stages te migreren. Dit gebeurt op geaggregeerd niveau.

  • Via een verhoging van de 12-maands of tot einde looptijd (lifetime ECLs) verwachte verliezen per stage. Gestreste 12-maands en tot einde looptijd verwachte verliezen per stage worden berekend door het doorrekenen van een "ongunstig" scenario in de interne IFRS 9-modellen.

Vroegtijdige hulp aan klanten die problemen krijgen met het betalen van hypotheeklasten

3.7.3 Cijfers, ratio's en trendsAuditedEDTF 26

Exposure kredietrisico

Onderstaande tabel geeft de exposure kredietrisico op de balans weer. Hierbij zijn de getroffen voorzieningen in aftrek gebracht op de vorderingen. Eventueel onderpand of andere kredietrisico mitigerende instrumenten laten we buiten beschouwing.

Exposure kredietrisicoAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Kas en kasequivalenten

2.180

1.911

Vorderingen op banken

2.643

2.918

Vorderingen op klanten

49.322

48.620

Beleggingen

4.932

5.139

Derivaten

1.075

1.533

Overigen

564

621

Exposure kredietrisico op de balans

60.716

60.742

Off-balance kredietfaciliteiten en garanties

1.576

2.120

Terugkoopverplichtingen1

1.040

1.222

Off-balance exposure kredietrisico

2.616

3.342

Totale maximale exposure kredietrisico

63.332

64.084

  1. Met ingang van 2016 worden terugkoopverplichtingen voor hypotheken opgenomen in de toezichtrapportage. Deze verplichtingen hebben een conversiefactor 0 en daardoor geen weging voor de EAD.

‘Vorderingen op klanten’ is ultimo 2017 met 81% van het totaal de zwaarstwegende categorie op de balans. De waargenomen toename is te verklaren door de groei van de hypotheekportefeuille met € 1 miljard.

De categorie ‘Kas en kasequivalenten’ betreft DNB tegoeden en vorderingen op kredietinstellingen met een resterende looptijd korter dan één maand. De categorie ‘Vorderingen op banken’ betreft vorderingen op kredietinstellingen met een looptijd van één maand of langer.

De categorie ‘Beleggingen’ betreft hoofdzakelijk overheidsobligaties van EU-lidstaten of staatsobligaties in Euro’s. De derivatenpositie komt voort uit afdekking van het renterisico op het bankboek (inclusief de securitisatieprogramma's).

Vorderingen op klanten naar categorie en regioEDTF 26

Onderstaande tabel geeft een nadere opsplitsing van de categorie ‘Vorderingen op klanten’.

Vorderingen op klantenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Particuliere kredieten

45.931

44.989

- waarvan particuliere hypotheken

45.820

44.824

- waarvan overige particuliere kredieten

111

165

Zakelijk kredieten

2.577

2.578

- waarvan zakelijke kredieten aan mkb

737

835

- waarvan onderhandse leningen

1.840

1.743

Vorderingen op de overheid

814

1.053

Totaal

49.322

48.620

De uitzettingen binnen ‘Vorderingen op klanten’ concentreren zich in de categorie ‘Particuliere hypotheken’ (92,9%). Een toelichting per categorie volgt in paragrafen 3.7.4 Particuliere hypotheken tot 3.7.8 Vorderingen op de overheid.

Vorderingen op klanten naar regioAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Nederland

48.524

47.883

Europese Monetaire Unie excl. Nederland

750

569

Zwitserland

4

98

Verenigd Koninkrijk

16

38

Overig

28

32

Totaal

49.322

48.620

Bovenstaande tabel illustreert de concentratie op Nederlandse retail klanten, conform de strategie van de Volksbank.

Vorderingen op klanten 31 december 2017AuditedEDTF 28

in miljoenen euro's

Bruto
leningen

Specifieke
voor-
ziening

IBNR-
voor-
ziening

Boek-
waarde

In achter-
stand1

Non-default2

Default leningen2

In achter-
stand

Impaired ratio

Dekkings-
graad

Resterende hoofdsommen

45.438

-44

-28

45.366

541

264

277

1,2%

0,6%

15,9%

IFRS waarderings-
aanpassingen

454

454

Particuliere hypotheken

45.892

45.820

Overige particuliere kredieten

139

-27

-1

111

37

3

34

26,6%

24,5%

79,4%

Totaal particuliere kredieten

46.031

-71

-29

45.931

578

267

311

1,3%

0,7%

22,8%

Mkb-kredieten4

786

-47

-2

737

104

-

104

13,2%

13,2%

45,2%

Overige zakelijke en semi-publieke kredieten

1.840

-

-

1.840

-

-

-

-

-

-

Vorderingen op de overheid

814

-

-

814

-

-

-

-

-

-

Totaal vorderingen op klanten

49.471

-118

-31

49.322

682

267

415

1,4%

0,8%

28,4%

Vorderingen op klanten 31 december 2016Audited

in miljoenen euro's

Bruto
leningen

Specifieke
voor-
ziening

IBNR-
voor-
ziening

Boek-
waarde

In achter-
stand1

Non-default2

Default leningen2

In achter-
stand

Impaired ratio

Dekkings-
graad

Resterende hoofdsommen

44.244

-80

-34

44.130

682

260

422

1,5%

1,0%

19,0%

IFRS waarderings-
aanpassingen3

694

694

Particuliere hypotheken

44.938

44.824

Overige particuliere kredieten

191

-25

-1

165

44

4

40

23,0%

20,9%

62,5%

Totaal particuliere kredieten

45.129

-105

-35

44.989

726

264

462

1,6%

1,0%

22,7%

Mkb-kredieten4

909

-70

-4

835

146

-

146

16,1%

16,1%

47,9%

Overige zakelijke en semi-publieke kredieten

1.743

-

-

1.743

-

-

-

-

-

-

Vorderingen op de overheid

1.053

-

-

1.053

-

-

-

-

-

-

Totaal vorderingen op klanten

48.834

-175

-39

48.620

872

264

608

1,8%

1,2%

28,8%

  1. Particuliere hypotheken is exclusief de achterstanden (€ 18 miljoen) op leningen in de balans gewaardeerd tegen marktwaarde (2016: € 23 miljoen). Dit bedrag wordt in de tabel 'Particuliere hypotheken in achterstand' wel meegenomen.
  2. Een klant is ‘In default’ bij een betalingsachterstand van meer dan 3 maanden of wanneer het onwaarschijnlijk is dat de klant aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Onder 'Non-default' zijn de klanten opgenomen met een achterstand van kleiner dan drie maanden. 'Default leningen' en 'Non-default' vormen samen het bedrag 'In achterstand'.
  3. De Volksbank heeft de grondslagen voor verantwoording van boeterente uit hoofde van vroegtijdige renteherzieningen van hypotheken gewijzigd, de vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast. Voor meer informatie zie grondslagen van de geconsolideerde jaarrekening.
  4. Onder de bruto mkb-kredieten zijn voor € 712 miljoen (2016: € 815 miljoen) bruto mkb-hypotheken verantwoord.

De IFRS waarderingsaanpassingen bestaan uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde en reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Ten opzichte van 2016 stegen de totale bruto vorderingen op klanten met € 637 miljoen tot € 49,5 miljard. De totale kredietvoorziening als percentage van de totale bruto leningen daalde tot 0,30% in 2017, van 0,44% in 2016.

Exposure at DefaultEDTF 26

In de volgende tabel is de exposure aan kredietrisico opgenomen op basis van de ‘Exposure at Default’ (EAD) uit de toezichthoudersrapportage. Uitgangspunt is de balans op basis van IFRS-grondslagen, waarbij inzichtelijk is gemaakt welke aanpassingen nodig zijn om tot de EAD te komen.

Totale Exposure at Default (EAD)Audited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Totale activa (IFRS balanstotaal)

60.892

61.588

Posten die niet onderhevig zijn aan kredietrisico

-176

-846

Exposure kredietrisico op de balans

60.716

60.742

Off-balance verplichtingen

Kredietfaciliteiten en garanties

1.576

2.120

Terugkoopverplichtingen

1.040

1.222

Totale maximale exposure kredietrisico

63.332

64.084

Waarderingsaanpassingen1

-3.470

-4.762

Herrekening off-balance sheet posten naar EAD waarde2

-1.713

-2.072

Totale Exposure at Default

58.149

57.250

Kredietrisico RWA gedeeld door totale EAD

13,6%

15,2%

  1. Onder ‘Waarderingsaanpassingen’ wordt gecorrigeerd voor hedge-accounting, saldo van netting van derivaatposities en add on voor potentiële toekomstige exposure en kredietrisicomitigerende posten (m.n. collateral).
  2. De off-balance verplichtingen worden met behulp van een conversiefactor omgerekend naar de EAD waarde. De terugkoopverplichtingen hebben een conversiefactor 0 en daardoor geen weging voor de EAD.

3.7.4 Particuliere hypotheken

Belangrijkste ontwikkelingen in 2017

De groei van de Nederlandse economie heeft ook in 2017 doorgezet en daarmee bijgedragen aan de verdere verbetering van de kwaliteit van de particuliere hypotheek portefeuille. De onderpandwaarde van de hypotheken is opnieuw toegenomen als gevolg van het verder stijgen van de huizenprijzen. Het dalen van de werkloosheid leidde ook bij onze klanten tot een gemiddeld lagere kans op wanbetaling.

In 2017 hebben we de acceptatievoorwaarden voor hypotheken verder aangescherpt. Daarbij is het klantbelang de leidraad. Het beperken van de kredietrisico’s is immers ook in het belang van de klant. Wij streven naar een zo groot mogelijke transparantie in de voorwaarden, zodat voor onze klanten duidelijk is waar ze aan toe zijn.

We hebben ons beleid op betalingsachterstanden en preventief beheer de laatste jaren verder verbeterd: dat heeft geleid tot verbetering van het risicoprofiel van de portefeuille. De som van de defaultleningen daalde in 2017 tot € 277 miljoen (2016: € 422 miljoen). De inspanningen van het achterstandsbeheer hebben geleid tot een lagere instroom van defaultleningen. De dekkingsgraad voor particuliere hypotheken daalde tot 15,9% (2016: 19,0%).

KerncijfersEDTF 28

Onderstaande tabel toont de balanswaarde van de particuliere hypotheekvorderingen, inclusief de specifieke voorziening en de Incurred but not Reported (IBNR) voorziening.

Exposure particuliere hypothekenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Particuliere hypotheken

45.438

44.938

Specifieke voorziening

-44

-80

IBNR-voorziening

-28

-34

Totaal particuliere hypotheken

45.366

44.824

De totale exposure in particuliere hypotheken is in 2017 met € 0,5 miljard gestegen. De aantrekkende markt heeft geleid tot een toename in de productie. De toename van de totale exposure werd gedempt door de stijging van het aantal aflossingen. Vanwege de lage spaarrente blijft het voor klanten aantrekkelijk om hun hypotheek (versneld) af te lossen.

Particuliere hypotheken naar merk

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

BLG Wonen

14.383

15.282

RegioBank

6.962

6.149

SNS

24.093

22.813

Totaal resterende hoofdsommen

45.438

44.244

Kredietvoorziening

-72

-114

IFRS waarderingsaanpassingen1

454

694

Totaal boekwaarde

45.820

44.824

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel beheert het merk SNS het grootste deel van de hypotheekportefeuille binnen de Volksbank (ruim de helft met 53%).

Particuliere hypotheken naar aflossingsvorm

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Aflossingsvrij (100%)

12.344

13.189

Aflossingsvrij (gedeeltelijk)

12.474

12.265

Annuïtair

8.571

5.783

Belegging

2.896

3.268

Levensverzekering1

4.622

5.185

Banksparen

3.303

3.604

Lineair

796

525

Overig

432

425

Totaal resterende hoofdsommen

45.438

44.244

Kredietvoorziening

-72

-114

IFRS waarderingsaanpassingen2

454

694

Totaal boekwaarde

45.820

44.824

  1. Inclusief spaarhypotheken waarvan de polis is ondergebracht bij een verzekeringsbedrijf.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

Hypotheken afgesloten na 2013 komen alleen in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek wanneer ze in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair worden afgelost. Hierdoor nam het aandeel van de annuïteiten- en lineaire hypotheken in de totale particuliere hypotheekportefeuille toe. Ook het totale brutobedrag van deze hypotheken nam toe. Het aandeel geheel of gedeeltelijk aflossingsvrij in de hypotheekportefeuille daalde van 58% in 2016 naar 55% in 2017.

De bank voert actief beleid om het aandeel aflossingsvrij in de portefeuille terug te dringen. Klanten worden actief benaderd om ze te informeren over de mogelijkheden. Tegelijkertijd heeft ook de Nederlandse overheid het (fiscale) beleid op het maximaal te verstrekken percentage aflossingsvrij aangescherpt. De verwachting is dat het aandeel aflossingsvrije hypotheken in de totale portefeuille de komende jaren verder daalt.

In onderstaande tabel is het aandeel 100% aflossingsvrije hypotheken onverdeeld naar LtV-klasse (Loan to Value). Verderop in de paragraaf staat een tabel van alle particuliere hypothecaire vorderingen gerangschikt naar LtV-klasse.

Aflossingsvrije hypotheken (100%) naar LtV-klasse

In percentages

31-12-2017

31-12-2016

LtV ≤ 75%

81%

73%

LtV >75 ≤100%

14%

18%

LtV >100 ≤110%

3%

4%

LtV >110 ≤125%

1%

3%

LtV > 125%

1%

2%

Totaal

100%

100%

Met betrekking tot de volledig aflossingsvrije hypotheken nemen we over de hele linie van de LtV-klasses een positieve ontwikkeling waar, een verschuiving naar de lagere LtV-klasses.

Op het moment van aflopen van het hypotheekcontract met de klant kan er een probleem met de aflossing of herfinanciering ontstaan in relatie tot de dan geldende acceptatiecriteria. In die gevallen streeft de bank naar het behoud van de klantrelatie en zal naar een passende oplossing worden gezocht.

Er is door de Volksbank een analyse uitgevoerd om vast te stellen welke klanten met een volledig aflossingsvrije hypotheek naar alle waarschijnlijkheid aan het einde van de looptijd de hoofdsom niet kunnen terugbetalen of herfinancieren. Ongeveer 200 klanten zijn om die reden als ‘Unlikely-to-Pay’ geclassificeerd. Eind 2017 werd hiervoor € 4 miljoen aan voorzieningen aangehouden.

Particuliere hypotheken naar rentevaste looptijd

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Variabel

2.754

3.540

≥ 1 en < 5 jaar vast

1.331

1.757

≥ 5 en < 10 jaar vast

5.108

6.640

≥ 10 en < 15 jaar vast

27.810

24.604

≥ 15 jaar vast

8.001

7.262

Overig

434

441

Totaal resterende hoofdsommen

45.438

44.244

Kredietvoorziening

-72

-114

IFRS waarderingsaanpassingen1

454

694

Totaal boekwaarde

45.820

44.824

  1. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

De particuliere hypotheken met een rentevaste periode van tien jaar of langer groeide en de hypotheken met een rentevaste periode van minder dan tien jaar nam af. Hiermee werd de in 2015 en 2016 waargenomen trend voortgezet. Deze verschuiving is veroorzaakt door de aanhoudende lage rente. Het percentage hypotheken met een rentevaste periode tussen de 10 en 15 jaar steeg in totaal van 56% in 2016 tot 61% in 2017.

Particuliere hypotheken naar jaar van oorsprong en aflossingsvorm (in miljarden euro's) 1,2

Loan-to-Value

De Loan-to-Value (LtV) is de hoogte van de (resterende) lening uitgedrukt als percentage van de waarde van het onderpand. Een lage Loan-to-Value betekent een gunstige dekking van de lening op basis van onderpandwaarde. Als er NHG-garantie is afgegeven voor een lening, is dit een additionele zekerheid. Een lage Loan-to-Value is goed voor de klant omdat de kans op een restschuld daarmee wordt verlaagd. De maximale wettelijke Loan-to-Value voor nieuwe hypotheken daalde in 2017 met 1%-punt tot 101%. In 2018 zal deze verder worden verlaagd tot 100%.

De huidige portefeuille bestaat voor een groot deel uit hypotheken die zijn afgesloten vóór 2013. Hierdoor is de invloed van het in de voorgaande jaren aangescherpte beleid ten aanzien van het verstrekkingspercentage slechts beperkt zichtbaar in de cijfers. In de komende jaren verbetert het kredietrisicoprofiel dankzij de aangescherpte verstrekkingsvoorwaarden en -normen. Aflossingen op lopende hypotheken en de verstrekking van praktisch alle nieuwe leningen op basis van aflosvorm, zorgen voor de verbetering van het kredietrisicoprofiel.

Het overzicht in de volgende tabel geeft een opsplitsing van alle hypothecaire vorderingen gerangschikt naar LtV-klasse.

Uitsplitsing particuliere hypotheken naar LtV-klasse

in miljoenen euro's1

31-12-2017

31-12-2016

NHG2

13.184

30%

12.673

30%

- waarvan LtV ≤ 75%

4.320

10%

3.398

8%

- waarvan LtV >75 ≤100%

7.299

17%

6.125

15%

- waarvan LtV >100 ≤110%

1.129

3%

1.859

4%

- waarvan LtV >110 ≤125%

381

1%

1.126

3%

- waarvan LtV > 125%

55

0%

165

0%

Niet-NHG

30.160

70%

29.483

70%

- waarvan LtV ≤ 75%

16.546

38%

14.230

34%

- waarvan LtV >75 ≤100%

9.840

23%

8.450

20%

- waarvan LtV >100 ≤110%

2.345

5%

3.182

8%

- waarvan LtV >110 ≤125%

1.090

3%

2.824

7%

- waarvan LtV > 125%

339

1%

797

2%

Totaal

43.344

100%

42.156

100%

Gewogen gemiddelde geindexeerde LtV

74%

80%

IFRS waarderingsaanpassingen3

454

694

Spaardelen

2.094

2.088

Kredietvoorziening

-72

-114

Totaal particuliere hypotheken

45.820

44.824

  1. LtV op basis van geïndexeerde reële waarde onderpand.
  2. De omvang van de garantie gerelateeerd aan NHG-gegarandeerde hypotheken loopt annuïtair af.
  3. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

De gewogen gemiddelde geïndexeerde LtV van de particuliere hypotheken verbeterde tot 74%, van 80% eind 2016. De bank indexeert maandelijks de onderpandwaarden op basis van de ontwikkeling van de huizenprijzen. De stijging hiervan leidde tot verschuiving van de leningen naar een lagere LtV-klasse. Ook (reguliere en extra) aflossingen hebben hieraan bijgedragen.

De omvang van een NHG-garantie op een hypotheek loopt door de jaren heen annuïtair af, ongeacht de aflossingsvorm van de hypotheek. In bovenstaande tabel staan onder de categorie NHG de uitstaande vorderingen, geheel of gedeeltelijk gedekt door een NHG-garantie. De grens voor de NHG-garantie is in 2017 gehandhaafd op een huizenprijs van maximaal € 245.000.

Het aandeel van NHG-hypotheken in de nieuwe hypotheekproductie bleef gedurende 2017 stabiel rond 35%. Ook op portefeuilleniveau bleef het aandeel nagenoeg onveranderd op 30%.

Achterstanden particuliere hypotheken/bijzonder beheerEDTF 28

Onderstaande tabel toont de achterstanden van vorderingen op particuliere hypotheken. Een klant is in achterstand als de betaling van het verschuldigde rente- en/of aflossingsbedrag meer dan een dag te laat is. In de praktijk komt dat neer op de te late betaling van het overeengekomen maandelijks termijnbedrag.

Een klant wordt ‘in default’ geregistreerd als een van de onderstaande situaties zich voordoet:

  • deze minimaal 3 maanden niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichtingen; of

  • het onwaarschijnlijk is dat de klant aan zijn betalingsverplichtingen kan (blijven) voldoen;

  • als er sprake is van bijzondere gebeurtenissen, bijvoorbeeld door gevolgen van een scheiding of in geval van fraude

Posten zijn pas weer ‘uit default’ als de volledige achterstand is aangezuiverd. De particuliere hypotheken zonder betalingsachterstand hebben geen waardevermindering ondergaan.

Achterstanden particuliere hypothekenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Geen achterstand

44.879

43.539

Non-defaultleningen in achterstand

280

282

- waarvan 1 - 3 maanden in achterstand

280

282

Defaultleningen in achterstand

279

423

- waarvan 1 - 3 maanden in achterstand

110

132

- waarvan 4 - 6 maanden in achterstand

54

75

- waarvan 7 - 12 maanden in achterstand

49

75

- waarvan > 12 maanden in achterstand

66

141

Totaal leningen in achterstand1

559

705

IFRS waarderingsaanpassingen2

454

694

Kredietvoorziening

-72

-114

Totaal

45.820

44.824

  1. In het subtotaal zijn begrepen de hypotheken die in de balans op marktwaarde worden gewaardeerd (2017: € 18 miljoen, 2016: 23 miljoen). In de tabel met dekkingsgraad worden deze posten niet meegenomen onder 'Leningen in achterstand'.
  2. Bestaande uit reële waardeaanpassingen van hypotheken gewaardeerd tegen reële waarde, reële waardeaanpassingen als gevolg van hedge accounting en amortisaties.

De totale boekwaarde van particuliere hypotheken in achterstand daalde in 2017 tot € 559 miljoen (-21%) ten opzichte van 2016 (€ 705 miljoen). Er was sprake van een daling in alle achterstandscategorieën. Dit was te danken aan de verhoogde aandacht voor het herstel van klanten met een betalingsachterstand en het voorkomen van nieuwe achterstanden. De daling werd verder ondersteund door de gunstige macro-economische omstandigheden.

Verloop VoorzieningEDTF 28

Onderstaande tabel geeft het verloop van de voorziening weer over 2017.

Verloop voorziening particuliere hypothekenAudited

Specifiek

IBNR

Totaal

in miljoenen euro's

2017

2016

2017

2016

2017

2016

Openingsbalans

80

207

34

50

114

257

Onttrekkingen

-22

-75

-1

-7

-23

-82

Dotaties

17

22

10

13

27

35

Vrijvallen

-33

-78

-15

-22

-48

-100

Overige mutaties

2

4

-

-

2

4

Eindbalans

44

80

28

34

72

114

De specifieke kredietvoorziening voor de particuliere hypotheekportefeuille is gedurende 2017 gedaald met € 36 miljoen mede door de extra aandacht voor klanten met een langdurige betalingsachterstand. In de gevallen dat herstel niet meer mogelijk was, heeft dit geleid tot verkoop van het onderpand. Omdat in 2017 minder gedwongen verkopen plaatsvonden en het resultaat op verkochte huizen beter was (vergeleken met 2016), waren de onttrekkingen aan de voorziening lager dan in 2016.

We hebben in 2017 een extra voorziening van € 4 miljoen getroffen voor aflossingsvrije hypotheken die op langere termijn een verhoogd (aflossings)risico lopen. Deze zijn als Unlikely-to-Pay geclassificeerd. Desondanks waren de dotaties aan de voorziening in 2017 lager dan in 2016. Dit was met name het gevolg van een lagere instroom van nieuwe defaultleningen en de verbetering van de kredietkwaliteit van de particuliere hypotheekportefeuille.

De IBNR-voorziening daalde in 2017 met € 6 miljoen naar € 28 miljoen. Dit ligt in lijn met de daling van het risicoprofiel van de particuliere hypotheekportefeuille.

DekkingsgraadEDTF 30

De dekkingsgraad geeft de procentuele dekking aan van de gevormde, specifieke voorziening ten opzichte van de voorziene defaultleningen (zie onderstaande tabel).

Dekkingsgraad particuliere hypothekenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Bruto leningen

45.438

44.244

Leningen in achterstand1

541

682

Non-default

264

260

Voorziene default leningen

277

422

Specifieke voorziening

-44

-80

Percentage leningen in achterstand

1,2%

1,5%

Impaired ratio

0,6%

1,0%

Dekkingsgraad

15,9%

19,0%

  1. In de ‘Leningen in achterstand’ zijn niet begrepen de hypotheken die in de balans op reële waarde worden gewaardeerd (2017: € 18 miljoen, 2016: 23 miljoen).

De omvang van de voorziene defaultleningen daalde in 2017 met € 145 miljoen naar € 277 miljoen (2016: € 422 miljoen). Deze daling was te danken aan de effectieve inspanningen op het gebied van achterstandenbeheer, ondersteund door een verdere verbetering van de Nederlandse economie en huizenmarkt. Hierdoor was er ook minder instroom in default.

Indeling portefeuille naar interne ratingklasseEDTF 15

We hanteren voor het wegen van het kredietrisico in deze portefeuille een intern ontwikkeld AIRB-model (Advanced Internal Rating Based). Dit bestaat uit modellen voor Probability of Default (PD), (Downturn) Loss Given Default (LGD) en Exposure at Default (EAD). Het ratingmodel geeft aan hoe groot de kans is dat een klant binnen één jaar in betalingsproblemen raakt en wat het verwachte verlies dan is voor de bank. De uitkomsten gebruiken we voor het vaststellen van de risicogewogen activa (RWA) van de particuliere hypotheekportefeuille. Ze vormen de basis voor het berekenen van de kredietvoorzieningen. Tevens dienen ze als input voor het beheerproces en de interne risicorapportages.

De volgende tabel geeft de verdeling van de portefeuille particuliere hypotheken naar kredietkwaliteitklassen.

PD-risicoklassen particuliere hypotheken 2017

Interne ratingklasse

Gemiddelde LGD

Gemiddelde PD

EAD

RWA (of bandbreedte)

1

8,87%

0,08%

10.665

195

2

9,88%

0,21%

6.069

267

3

12,68%

0,32%

8.991

680

4

15,79%

0,47%

8.110

1.008

5

18,87%

0,72%

3.952

796

6

19,93%

1,05%

979

268

7

15,41%

1,30%

2.802

680

8

20,77%

1,76%

1.058

420

9

17,10%

3,36%

770

369

10

15,17%

7,02%

610

380

11

17,29%

13,81%

258

240

12

15,41%

23,67%

215

202

13

17,26%

44,68%

186

182

Default

20,63%

100,00%

286

384

Totaal

44.951

6.071

PD-risicoklassen particuliere hypotheken 2016

Interne ratingklasse

Gemiddelde LGD

Gemiddelde PD

EAD

RWA (of bandbreedte)

1

8,80%

0,07%

9.933

175

2

8,81%

0,21%

5.299

202

3

11,45%

0,31%

6.763

450

4

13,79%

0,45%

7.687

813

5

17,72%

0,70%

5.363

990

6

18,72%

1,02%

1.153

290

7

13,22%

1,25%

3.040

618

8

18,37%

1,70%

1.214

417

9

15,41%

3,24%

944

400

10

14,07%

6,77%

842

479

11

15,49%

13,32%

338

277

12

14,52%

22,83%

253

220

13

15,71%

43,08%

210

183

Default

19,83%

100,00%

408

399

Totaal

43.447

5.9131

  1. In 2016 exclusief de statische opslag voor de MoC van € 591 miljoen.

De gemiddelde risicoweging (RWA density) van particuliere hypotheken daalde van 15,0% ultimo 2016 tot 13,5%. In december 2014 kreeg de Volksbank toestemming om haar IRB-model te gebruiken voor de berekening van de kapitaaleis van haar hypotheekportefeuille. Dit was onder de verplichte voorwaarde om een nieuw MoC-model te ontwikkelen, waarvoor de Volksbank in december 2016 een aanvraag heeft ingediend. In september 2017 heeft de ECB haar finale bevindingen van de beoordeling van het IRB-model medegedeeld. Totdat de in de beoordeling vastgestelde bevindingen zijn opgelost, dient de Volksbank een MoC opslag op PD’s en LGD’s te hanteren. Als gevolg van deze opslag nemen de PD's en LGD's in 2017 licht toe. Deze PD en LGD opslag vervangt de tot dan toe gebruikte statische opslag van 10% van het RWA op de hypotheekportefeuille (2016: € 591 miljoen). De risicoweging van de particuliere hypotheekportefeuille is door deze dynamische MoC toegenomen met € 503 miljoen.

Omdat we gebruik maken van intern ontwikkelde modellen, wordt er door de toezichthouder middels een Targeted Review Internal Model (TRIM) controle uitgeoefend. De toezichthouder beoordeelt de mate waarin aan wet- en regelgeving wordt voldaan, de toegepaste modeleringstechniek en de toepasselijkheid van het model op de betreffende portefeuille. Aan de hand van eventuele bevindingen kan de toezichthouder aanwijzingen geven, correcties eisen (zogenaamde Margin-of-Conservatism bepalingen) of zelfs sancties opleggen. In december 2017 is een nieuwe TRIM van start gegaan, die in 2018 doorloopt. De uitkomsten van deze TRIM kunnen in de toekomst impact hebben op de modeluitkomsten, de verwachte verliezen (en bijbehorende voorzieningenniveaus) en de RWA van de bank.

Particuliere hypotheken naar merk

Particuliere hypotheken naar aflossingsvorm

Particuliere hypotheken naar rentevaste looptijd

3.7.5 Overige particuliere kredietenEDTF 26EDTF 28

Belangrijkste ontwikkelingen in 2017

De omvang van de portefeuille ‘overige particuliere kredieten’ is gedurende 2017 verder teruggelopen van bruto € 191 miljoen eind 2016 naar € 139 miljoen ultimo 2017. De daling is veroorzaakt door aflossingen op en uitstroom van klanten met persoonlijke leningen en doorlopende kredieten (er is geen instroom, want deze producten worden niet meer verstrekt op de eigen balans) en een lager debetsaldo op de betaalrekeningen. Deze laatste ontwikkeling is een trend in de Nederlandse markt. De totale daling is onder andere een gevolg van het verbeterde economische klimaat. In lijn met de portefeuille ontwikkeling hebben we de omvang van vorderingen in achterstand zien dalen van € 44 miljoen in 2016 naar € 37 miljoen in 2017.

Kerncijfers

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de vorderingen, achterstanden en voorzieningen op overige particuliere kredieten.

Exposure en dekkingsgraad overige particuliere kredietenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Overige particuliere kredieten

139

191

Specifieke voorziening

-27

-25

IBNR-voorziening

-1

-1

Totaal overige particuliere kredieten

111

165

Voorziene default leningen

34

40

Non-default

3

4

Leningen in achterstand

37

44

Percentage leningen in achterstand

26,6%

23,0%

Impaired ratio

24,5%

20,9%

Dekkingsgraad

79,4%

62,5%

De dekkingsgraad van de portefeuille is gestegen naar 79,4% in 2017.

Achterstanden overige particuliere kredietenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Geen achterstand

102

147

Achterstand non-default

3

4

- waarvan 1 - 3 maanden in achterstand

3

4

Achterstand voorziene default leningen

34

40

- waarvan 1 - 3 maanden in achterstand

4

7

- waarvan 4 - 6 maanden in achterstand

1

2

- waarvan 7 - 12 maanden in achterstand

2

2

- waarvan > 12 maanden in achterstand

27

29

Subtotaal achterstanden

37

44

Kredietvoorziening

-28

-26

Totaal

111

165

Verloop Voorziening

In 2017 is de voorziening voor overige particuliere kredieten iets toegenomen van € 26 miljoen eind 2016 naar € 28 miljoen eind 2017.

Verloop voorziening overige particuliere kredietenAudited

Specifiek

IBNR

Totaal

in miljoenen euro's

2017

2016

2017

2016

2017

2016

Openingsbalans

25

33

1

2

26

35

Onttrekkingen

-5

-9

-

-

-5

-9

Dotaties

7

3

-

-

7

3

Vrijvallen

-

-2

-

-1

-

-3

Eindbalans

27

25

1

1

28

26

3.7.6 Zakelijke kredieten aan het mkbEDTF 26

Belangrijkste ontwikkelingen in 2017

Door de positieve economische ontwikkelingen gedurende 2017 is het risicoprofiel van de portefeuille zakelijke kredieten aan het mkb verbeterd. Gedurende een periode van meerdere jaren heeft er geen actieve klantbenadering (acquisitie) plaatsgevonden en zijn er nauwelijks nieuwe leningen aan zakelijke klanten verstrekt. Hierdoor is de omvang van de portefeuille aanzienlijk gedaald. Daarbij heeft de Volksbank in het kader van een EC Remedy (zie ook paragraaf 5.6 Stand van zaken EC-commitments) actief beleid gevoerd om het aantal leningen met een resterende hoofdsom van meer dan € 1 miljoen terug te brengen. De betreffende actie is gedurende 2017 beëindigd. De Volksbank is een initiatief gestart om (de komende jaren) opnieuw leningen te verstrekken aan specifiek het kleinbedrijf. Hiermee vervullen we onze maatschappelijke rol. We bieden het kleinbedrijf mogelijkheden tot financiering, waar dit doorgaans in de markt moeilijk blijkt. De omvang van de portefeuille kan dan licht gaan groeien. Gedurende 2017 is deze leningenportefeuille geslonken van € 835 miljoen (netto, na aftrek voorzieningen) eind 2016 naar € 737 miljoen eind 2017. De leningen in achterstand daalden relatief harder van € 146 miljoen in 2016 tot € 104 miljoen eind 2017. De leningen die niet in achterstand zijn en geen waardevermindering hebben ondergaan, worden ingedeeld in 7 risico-klassen. In 2017 valt 95% van deze leningen in de eerste vier risicoklassen (in 2016: 94%). Het onderpand bestaat voornamelijk uit onroerend goed.

KerncijfersEDTF 28

Exposure op mkb-leningenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Mkb-leningen

786

909

Specifieke voorziening

-47

-70

IBNR-voorziening

-2

-4

Totaal mkb-leningen

737

835

Voorziene default leningen

104

146

Non-default

-

-

Leningen in achterstand

104

146

Percentage leningen in achterstand

13,2%

16,1%

Impaired ratio

13,2%

16,1%

Dekkingsgraad

45,2%

47,9%

Stijgende onderpandswaarden en enkele afboekingen van langlopende grote default posten waarop fors was voorzien, hebben geleid tot de daling van de dekkingsgraad.

Achterstanden mkb-leningenAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Geen achterstand

682

763

Achterstand non-default

-

-

Achterstand voorziene default leningen

104

146

- waarvan 1 - 3 maanden in achterstand

3

19

- waarvan 4 - 6 maanden in achterstand

4

4

- waarvan 7 - 12 maanden in achterstand

11

10

- waarvan > 12 maanden in achterstand

86

113

Subtotaal achterstanden

104

146

Kredietvoorziening

-49

-74

Totaal

737

835

Verloop voorziening

Het verloop van de voorziening over 2017 voor mkb-leningen is onderstaand weergegeven.

Verloop voorziening mkb-leningenAudited

Specifiek

IBNR

Total

in miljoenen euro's

2017

2016

2017

2016

2017

2016

Openingsbalans

70

95

4

4

74

99

Onttrekkingen

-19

-26

-

-

-19

-26

Dotaties

10

12

-

-

10

12

Vrijvallen

-17

-15

-2

-

-19

-15

Overige mutaties

3

4

-

-

3

4

Eindbalans

47

70

2

4

49

74

De verbeterde economische omstandigheden in combinatie met beter beheer van achterstanden zorgde voor een lagere instroom en een afname van bestaande defaultklanten. De lagere instroom resulteerde in lagere dotaties aan de voorziening ten opzichte van 2016. De afname van bestaande defaultklanten en hogere opbrengsten bij uitwinning zorgden voor vrijvallen in 2017 (net als in 2016).

3.7.7 Onderhandse leningen en duurzame financieringen

Onderhandse leningen Audited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Onderhandse lening aan VIVAT

702

725

Onderhandse leningen ASN Bank

1.074

949

- waarvan duurzame financieringen ASN Bank

580

346

Overige zakelijke leningen

64

69

Totaal

1.840

1.743

Belangrijkste ontwikkelingen in 2017

De omvang van de totale onderhandse leningenportefeuille is in 2017 toegenomen, met name door de gerealiseerde toename in het aantal duurzame financieringen onder het merk ASN Bank. De overige onderhandse leningen bij het merk ASN Bank nemen geleidelijk af vanwege periodieke aflossingen.

3.7.8 Vorderingen op de overheid

Vorderingen op overheidAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Nederland

566

754

België

248

206

Zwitserland

-

93

Totaal

8141

1.053

  1. Onder de vorderingen op de overheid zijn voor € 566 miljoen (2016: € 685 miljoen) onderhandse leningen ASN Bank verantwoord.

Omdat minder kasgeldleningen uitstaan bij de overheid zijn de totale vorderingen eind 2017 gedaald ten opzichte van 2016. Het kredietrisico op deze vorderingen is zeer laag omdat het leningen betreft aan lokale overheden die gegarandeerd zijn door de centrale overheid.

3.7.9 BeleggingenAudited

De Volksbank beschikt over een obligatieportefeuille ten behoeve van het liquiditeitsmanagement. In onderstaande tabellen is een verdeling opgenomen van deze rentedragende beleggingen naar rating en landen. Daarna zijn uitsplitsingen opgenomen voor de ASN Bank-portefeuille en de overige zakelijke portefeuille.

Verdeling reële waarde rentedragende beleggingen (rating)Audited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

AAA

2.707

2.691

AA

1.945

2.165

A

234

232

BBB

30

30

< BBB

-

-

Geen rating

16

21

Totaal

4.932

5.139

Verdeling reële waarde rentedragende beleggingen (landen)Audited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Duitsland

1.488

1.337

Nederland

1.169

1.292

Frankrijk

699

936

België

577

665

Oostenrijk

396

389

Luxemburg

245

197

Ierland

118

120

Finland

122

82

Zwitserland

58

60

Italie

30

30

Zweden

26

26

Overige landen

4

5

Totaal

4.932

5.139

Beleggingen ASN Bank-portefeuille

De volgende tabel geeft een uitsplitsing van de beleggingen in de ASN Bank-portefeuille.

Beleggingen ASN Bank-portefeuilleAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Staatsobligaties

2.850

3.217

Green bonds en sustainable bonds

542

465

Overige (bedrijfs)obligaties

622

656

Aandelen

12

16

Totaal

4.026

4.354

Staatsobligaties

Voor de ASN Bank-portefeuille komen alleen staatsobligaties in euro’s in aanmerking, waardoor de portefeuille een zeer laag risicoprofiel heeft.

Green bonds en sustainable bonds

Via ‘green bonds’ investeert de Volksbank in vastrentende waarden op het gebied van duurzame energie, energiereductie en biodiversiteit. Deze bonds leveren een bijdrage aan het bereiken van de interne doelstelling om in 2030 een volledig CO2-neutrale balans te hebben.

Beleggingen overige portefeuille

Beleggingen overige portefeuilleAudited

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Staatsobligaties

693

620

Overige (bedrijfs)obligaties

209

160

Aandelen

4

5

Totaal

906

785

De stijging in de overige portefeuille is toe te schrijven aan het liquiditeitsmanagement.

3.7.10 RisicomitigeringEDTF 26EDTF 29EDTF 30

Saldering van financiële activa en passiva

De bank presenteert de financiële activa en verplichtingen gesaldeerd op de balans wanneer er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de opgenomen bedragen te verrekenen en het voornemen bestaat de bedragen gesaldeerd af te wikkelen of het actief en de verplichting tegelijkertijd af te wikkelen. Van een afdwingbaar recht om te salderen is sprake als het niet afhankelijk is van een toekomstige gebeurtenis en het juridisch afdwingbaar is onder normale omstandigheden als ook bij faillissement. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan vindt geen saldering plaats.

De volgende tabel geeft inzicht in de potentiële invloed van salderingsregelingen en onderpandovereenkomsten op de financiële positie van de Volksbank. Hierbij hebben we rekening gehouden met het mogelijke effect van rechten tot gesaldeerde afwikkeling gerelateerd aan op de balans opgenomen financiële activa en financiële passiva van de Volksbank.

De voor saldering in aanmerking komende bedragen uit hoofde van de International Swaps and Derivatives Association (ISDA) contracten, hebben betrekking op derivaten ten bedrage van € 706 miljoen (2016: € 989 miljoen).

Het overig financieel onderpand van € 1.305 miljoen bij schulden aan banken per eind 2017 (2016: € 724 miljoen) heeft betrekking op repotransacties met staatsobligaties als onderpand.

Financiële activa en passiva 2017Audited

in miljoenen euro's

Ongesaldeerde opgenomen balanswaarde

Tegengestelde opgenomen balanswaarde

Gesaldeerde balanswaarde

Financiële instrumenten1

Kas onderpand1

Overig financieel onderpand

Gesaldeerde waarde

Derivaten

1.075

-

1.075

706

157

-

212

Vorderingen op klanten

-

-

-

-

-

-

-

Overige activa

-

-

-

-

-

-

-

Kas en kasequivalenten

-

-

-

-

-

-

-

Totaal financiële activa

1.075

-

1.075

706

157

-

212

Derivaten

1.252

-

1.252

706

361

-

185

Schulden aan banken

2.681

-

2.681

-

-

1.305

1.376

Totaal financiële passiva

3.933

-

3.933

706

361

1.305

1.561

  1. Gerelateerde waarden niet gesaldeerd in de balanswaarde.

Financiële activa en passiva 2016Audited

in miljoenen euro's

Ongesaldeerde opgenomen balanswaarde

Tegengestelde opgenomen balanswaarde

Gesaldeerde balanswaarde

Financiële instrumenten1

Kas onderpand1

Overig financieel onderpand

Gesaldeerde waarde

Derivaten

1.533

-

1.533

989

234

-

310

Totaal financiële activa

1.533

-

1.533

989

234

-

310

Derivaten

1.861

-

1.861

989

622

-

250

Schulden aan banken

1.446

-

1.446

-

-

724

722

Totaal financiële passiva

3.307

-

3.307

989

622

724

972

  1. Gerelateerde waarden niet gesaldeerd in de balanswaarde.

ZekerhedenEDTF 30

Particuliere hypotheken

Bij de instroom zien we erop toe dat de verstrekte leningen op hypotheken voldoen aan adequate normen ten aanzien van klant, inkomen en onderpand. Potentiële verliezen als gevolg van het kredietrisico beperken we door voorwaarden te stellen aan de zekerheden, zoals de waarde van het onderpand en al dan niet een garantiestelling door NHG. Van de Internal Rating Based (IRB)-risicoklasse 'Particuliere hypotheken' valt € 12,9 miljard (2016: € 12,4 miljard) ofwel bijna 29% van de exposure onder het NHG-garantiestelsel (zie de volgende tabel).

Maandelijks indexeren we onderpandwaarden op basis van de ontwikkeling van de huizenprijzen. Dit doen wij op basis van indices (per gemeente en soort onderpand) die wij extern inkopen. Voor ons portefeuillebeheer passen wij de onderpandwaarde zowel naar boven, alsook naar beneden aan. Bij een negatieve ontwikkeling wordt de Loan-to-Value dus aangepast, maar de opslag die de bank aan de klant doorrekent wordt niet verhoogd.

In het uiterste geval van uitwinning (gedwongen verkoop van het onderpand), geeft de bank opdracht aan een door haar geselecteerde taxateur om een (her)taxatie uit te voeren.

Zakelijke portefeuille

De waarde van de onroerende zaken in deze portefeuille controleren we ten minste eenmaal per jaar aan de hand van actuele marktgegevens. Indien de marktomstandigheden hiertoe aanleiding geven, voeren we frequentere controles uit. De hertaxatietermijn voor onroerend goed is afhankelijk van de hoogte van de schuld. Is de schuld (het obligo) hoger dan € 1 miljoen, dan moet er elke drie jaar een hertaxatie worden uitgevoerd, is de schuld lager dan is hertaxatie niet verplicht. Een hertaxatie kan ook vanuit het (bijzonder) beheerproces worden opgestart. Zodra we, in het kader van bijzonder beheer, een kredietfaciliteit in behandeling nemen omdat deze in default is verklaard, laten we standaard een hertaxatie uitvoeren. Hertaxatie vindt eveneens plaats als bij controle uit verkregen informatie aannemelijk is dat de waarde van het onroerend goed sterk is gedaald in vergelijking met de algemene marktprijzen.

Bij elke nieuwe verstrekking of materiële wijziging van de kredietfaciliteit is een taxatierapport vereist voor alle meeverbonden onroerende zaken. In geval van nieuwbouw betreft dit een taxatie op basis van bestek en onderliggende documenten zoals een aanneemovereenkomst.

Onderstaande tabel geeft weer op welke manier exposures door zekerheden zijn gedekt per eind 2017.

Voor de gestandaardiseerde risicoklassen betreft de exposure de boekwaarden verhoogd met off-balance verplichtingen. Voor de IRB-risicoklasse particuliere hypotheken betreft het de EAD van de hypotheken op de balans verhoogd met niet uit de balans blijkende verplichtingen.

De garanties bij 'Financiële instellingen' betreffen garanties van regionale of centrale overheden. Het onderpand betreft met name collateral uit hoofde van derivatentransacties.

Garanties bij 'Ondernemingen' betreffen garanties van de overheid voor bijvoorbeeld gezondheidszorginstellingen of woningbouwcorporaties. Het onderpand van de vorderingen op banken bestaat voornamelijk uit financieel onderpand. Het onderpand van de zakelijk kredieten bestaat voornamelijk uit onroerend goed.

We maken geen gebruik van kredietderivaten als vorm van zekerheid.

Door onderpand, garanties en kredietderivaten gedekte exposure 2017

in miljoenen euro's

Exposure at Default

Gedekt door garanties

Gedekt door kredietderivaten

Waarvan gedekt door onderpand

Gestandaardiseerde risicoklassen

Centrale overheden en centrale banken

6.872

-

-

-

Regionale en lokale overheden

2.545

-

-

-

Publiekrechtelijke lichamen

29

37

-

-

Multilaterale ontwikkelingsbanken

289

-

-

-

Internationale organisaties

20

-

-

-

Financiële instellingen

1.471

1.691

-

58

Ondernemingen

745

937

-

1.310

Particulieren exclusief hypotheken

354

-

-

32

Onroerend goed gedekt door hypotheken

390

-

-

1

Exposures in default

64

-

-

2

Items associated with particular high risk

1

-

-

-

Covered bonds

40

-

-

-

Aandelen

17

-

-

-

Overige posten

287

-

-

1

Totaal gestandaardiseerde methode

13.124

2.665

-

1.403

IRB-risicoklassen

Particuliere hypotheken

44.951

12.8791

-

42.9222

Securitisatie

74

-

Totaal IRB methode

45.025

12.879

-

42.922

Totale exposure

58.149

15.543

-

44.325

  1. De omvang van de garantie gerelateerd aan NHG-gegarandeerde hypotheken loopt annuïtair af.
  2. Dit betreft de marktwaarde van de hypothecaire onderpanden tot maximaal de omvang van de vordering. Het bedrag is exclusief onderpandswaarde voor off balance exposures die wel in de EAD zijn opgenomen.

Door onderpand, garanties en kredietderivaten gedekte exposure 2016

in miljoenen euro's

Exposure at Default

Gedekt door garanties

Gedekt door kredietderivaten

Waarvan gedekt door onderpand

Gestandaardiseerde risicoklassen

Centrale overheden en centrale banken

6.989

-

-

-

Regionale of lokale overheden

2.761

-

-

-

Publiekrechtelijke lichamen

35

40

-

-

Multilaterale ontwikkelingsbanken

282

-

-

-

Internationale organisaties

-

-

-

-

Financiële instellingen

943

1.715

-

80

Ondernemingen

1.095

992

-

1.787

Particulieren exclusief hypotheken

181

-

-

-

Onroerend goed gedekt door hypotheken

1.002

17

-

1

Exposures in default

93

-

-

-

Covered bonds

-

-

-

-

Aandelen

21

-

-

-

Overige posten

350

-

-

-

Totaal gestandaardiseerde methode

13.752

2.764

-

1.868

IRB-risicoklassen

Particuliere hypotheken

43.447

12.3981

-

40.8522

Securitisatie

51

-

-

-

Totaal IRB-methode

43.498

12.398

-

40.852

Totale exposure

57.250

15.162

-

42.720

  1. De omvang van de garantie gerelateerd aan NHG-gegarandeerde hypotheken loopt annuïtair af.
  2. Dit betreft de marktwaarde van de hypothecaire onderpanden tot maximaal de omvang van de vordering. Het bedrag is exclusief onderpandswaarde voor off balance exposures die wel in de EAD zijn opgenomen.

De volgende tabel toont de onderlinge verhoudingen van de verkregen zekerheden zoals die zijn genoemd in tabel ‘Door onderpand, garanties en kredietderivaten gedekte exposure’.

Concentratie zekerhedenAudited

31-12-2017

31-12-2016

Garanties

26%

26%

Onderpand:

- waarvan vastgoed

72%

71%

- waarvan financieel onderpand

2%

3%

Totaal

100%

100%

Tegenpartijrisico op derivatenposities

De Volksbank voert transacties uit op de geld- en kapitaalmarkt met verschillende financiële instellingen. Dit omvat tevens derivatentransacties die zijn gericht op het afdekken van rente- en valutarisico’s. Daarbij loopt de bank een tegenpartijrisico: het risico dat de tegenpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden.

Om het tegenpartijrisico op derivatentransacties te beperken, handhaaft de bank de volgende risicomitigerende volgorde bij het aangaan van dergelijke transacties:

  • Bij derivaattransacties met financiële instellingen maakt de bank, indien mogelijk, gebruik van clearing via een centrale tegenpartij (CTP). Uitzonderingen zijn type transacties die de CTP niet ondersteunt of zeer kortlopende transacties waarvoor de kosten van centrale clearing erg hoog zijn. Van de derivaten die daarvoor in aanmerking komen, vindt 83% via CTP-clearing plaats, gebaseerd op de nominale waarde;

  • Indien centrale clearing niet mogelijk is, maakt de bank voor derivaattransacties met financiële instellingen gebruik van collateral-overeenkomsten. Dit zijn ISDA-gestandaardiseerde contracten met een vooraf per tegenpartij overeengekomen Credit Support Annex (CSA), waarin de afspraken over onderpanden zijn geregeld. Hierbij mitigeert de bank het kredietrisico op derivaten door middel van het plaatsen en ontvangen van onderpand in de vorm van kasmiddelen en/of liquide effecten. Om tegenpartijrisico af te dekken, is het verstrekken van kasgeld en staatsobligaties van kredietwaardige overheden als onderpand bij derivatentransacties de industriestandaard. Wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, beëindigt de bank de derivaattransacties en beschikt ze op basis van de CSA-collateralovereenkomst over het onderpand ter grootte van de vervangingswaarde van de transacties.

Bijkomende risicomitigerende maatregelen zijn:

  • De Volksbank toetst dagelijks of de marktwaardeontwikkeling van de posities met onderpandafspraken zich verhoudt tot het ontvangen onderpand dan wel te leveren onderpand;

  • De Volksbank wikkelt valutatermijntransacties af via het Continuous Linked Settlement-systeem. Dit is een wereldwijd opererend afwikkelingssysteem dat het settlementrisico beperkt door pay versus payment-betaling en het verrekenen van nettobedragen;

  • De Volksbank volgt de marktsituatie continu om te toetsen of de beschikbare activa nog voldoen aan de eisen om als onderpand te dienen;

  • Een valuationfunctie toetst of de marktwaarde van het onderpand die is gehanteerd aannemelijk is.

De Volksbank is in een aantal ISDA/CSA’s met de tegenpartij overeengekomen dat ze meer onderpand levert wanneer de creditrating van de Volksbank verslechtert.

Stel uw jaarverslag zelf samen