Kapitaalmanagement

3.6. KapitaalmanagementEDTF 2EDTF 3

Het primaire doel van kapitaalmanagement is ervoor te zorgen dat het beschikbare kapitaal te allen tijde toereikend is zodat de Volksbank haar strategie kan uitvoeren. De kapitaalbehoefte wordt vastgesteld aan de hand van de strategie, risicobereidheid en de risicopositie van de bank nu en in de toekomst. Vanuit de ‘gedeelde waarde’ houden we daarbij rekening met de vereisten van toezichthouders, verwachtingen van rating agencies, de belangen van klanten en investeerders met voldoende rendement voor aandeelhouders. Daarnaast hanteren we interne normen waaraan moet worden voldaan. Deze passen bij ons streven naar activiteiten met een laag risico.

De gepresenteerde kapitaalcijfers van de Volksbank betreffen de geconsolideerde kapitaalcijfers, aangezien de kapitaalvereisten van toezichthouders en onze interne normen op dit niveau van toepassing zijn.

3.6.1 Ontwikkelingen in 2017

Ontwikkeling Tier 1-kernkapitaalratio en leverage ratio

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

3.339

3.164

Tier 1-kernkapitaalratio (transitioneel)

34,1%

29,2%

Tier 1-kernkapitaalratio (volledig ingefaseerd)

34,3%

29,6%

Leverage ratio (transitioneel)

5,5%

5,2%

Leverage ratio (volledig ingefaseerd)

5,6%

5,3%

De Volksbank heeft een sterke Tier 1-kernkapitaalratio. Deze is gestegen van 29,2% naar 34,1% (respectievelijk van 29,6% naar 34,3% volledig ingefaseerd1). De Tier 1-kernkapitaalratio bleef ruim boven onze doelstelling van ten minste 15% en de CRR/CRD IV kapitaalvereisten.

De verbetering van de Tier 1-kernkapitaalratio is grotendeels het gevolg van de daling van de risicogewogen activa in 2017 (met € 1,0 miljard), en in mindere mate de toevoeging van de winst aan het eigen vermogen met € 103 miljoen.

De totaal kapitaalratio steeg van 33,8% (volledig ingefaseerd 34,3%) naar 35,7% (volledig ingefaseerd 36,0%). Hierbij is de impact van de EBA interpretatie van CRR artikel 82 op de totaal kapitaalratio van -/-3,5%-punt (volledig ingefaseerd -/-3,4%-punt) inbegrepen.

De ‘leverage ratio’, een risico-ongewogen kapitaalratio, is gestegen van 5,2% naar 5,5% (respectievelijk van 5,3% naar 5,6% volledig ingefaseerd).

Ultimo 2017 bedraagt de risico-ongewogen MREL-ratio (Minimum Requirement for own funds and Eligible Liabilities) 8,9%. De MREL-ratio geeft de verhouding weer tussen een eenvoudige bail-inbare buffer om verliezen mee op te vangen en de voor MREL geldende risico-exposure.

Onze MREL-verplichting is momenteel nog niet door de Single Resolution Board (SRB) vastgesteld. De Nederlandse wetgeving inzake de geldigheid van nieuw uit te geven senior (non preferred) notes is vooralsnog niet afgerond. Deze voorgestelde nieuwe vermogenscategorie is preferent aan Tier 2 obligaties maar achtergesteld op gewone (senior) obligaties van niet-preferente niet-achtergestelde schuld. Op dit moment hanteren wij in onze kapitaalplanning het uitgangspunt dat een minimale risico-ongewogen MREL-verplichting van 8% van toepassing zal zijn, die uit kapitaal en senior non preferred notes dient te bestaan. De Volksbank verwacht derhalve in de komende jaren voor ongeveer € 2,0 miljard aan senior non preferred notes uit te geven om aan deze minimale verplichting te voldoen, als deze vereiste daadwerkelijk van kracht wordt en uitgaand van de huidige balans.

Overeenkomstig het in 2016 vastgestelde dividendbeleid stelt de Volksbank voor om een dividend van € 190 miljoen (60% payout ratio) uit te keren ten laste van het jaarresultaat over 2017.

Dankzij onze sterke kapitaalpositie is de Volksbank goed gepositioneerd om de gevolgen op te vangen die voortvloeien uit toekomstige regelgeving. Dit betreft de nadere vaststelling van de leverage ratio en de vertaling in Europese regelgeving van de finale Basel III standaarden van het Baselse Comité voor Bancaire Supervisie (BCBS) voor de berekening van krediet- en operationeel risico waaronder de capital output floor (ook wel ‘Basel IV’ genoemd). Om te voldoen aan de (nog niet vastgestelde) minimale risico-ongewogen MREL verplichting verwacht de Volksbank in de komende jaren senior non preferred notes uit te geven.

Zie voor een gedetailleerde toelichting op de kapitaalpositie paragraaf 3.6.5 Kapitaalstructuur, en op de leverage ratio en MREL 3.6.6 Cijfers, ratio's en trends.

Sterke kapitaalpositie, goed gepositioneerd om de gevolgen op te vangen van toekomstige regelgeving

3.6.2 KapitaalvereistenEDTF 4

CRR/CRD IV-vereisten

Vanaf 1 januari 2018 is de Volksbank op geconsolideerd niveau verplicht te voldoen aan een minimale totale kapitaaleis (Overall Capital Requirement, OCR) van 13,125%, waarvan ten minste 9,625% uit Tier 1-kernkapitaal bestaat. Deze verplichting vloeit voort uit het door de Europese Centrale Bank (ECB) uitgevoerde SREP.

De OCR is gedefinieerd als het niveau waarbij maximaal uitkeerbare bedrag aan dividend (Maximum Distributable Amount, MDA) door regelgeving wordt ingeperkt. De OCR omvat de Pillar 1 kapitaaleis van 8,0%, de Pillar 2 Tier 1-kernkapitaaleis van 2,5% (samen de totale SREP-kapitaaleis (Total SREP Capital Buffer, TSCR)) en de gecombineerde buffereis (Combined Buffer Requirement, CBR) van 2,625% voor 2018. 

De CBR dient als Tier 1-kernkapitaal te worden aangehouden. De CBR bestaat uit een kapitaalconserveringsbuffer, een kapitaalbuffer voor overige systeemrelevante instellingen (O-SII buffer1) en een contracyclische kapitaalbuffer. De kapitaalconserveringsbuffer is per 1 januari 2018 gelijk aan 1,875% en stijgt tot 2,5% per 1 januari 2019. Per 1 januari 2018 is de O-SII buffer voor de Volksbank gelijk aan 0,75%. Deze buffer zal toenemen tot 1% per 1 januari 2019.
De ‘contracyclische kapitaalbuffer’ voor uitzettingen bij Nederlandse tegenpartijen is momenteel 0%. Deze buffer is bedoeld om banken te beschermen tegen risico’s die ontstaan bij bovenmatige kredietgroei. Voor Nederland stelt DNB elk kwartaal de hoogte van de buffer vast. Deze ligt in principe tussen de 0% en 2,5%2. Volledig ingefaseerd is de totale kapitaaleis voor de Volksbank op basis van het SREP gelijk aan 14,0%, waarvan ten minste 10,5% uit Tier 1-kernkapitaal bestaat.

Onderstaande tabel geeft de kapitaaleisen weer met betrekking tot het Tier 1-kernkapitaal, Tier 1-kapitaal en het totale kapitaal (Tier 1 en Tier 2) per 1 januari 2018. De Tier 1-kernkapitaalratio’s en totaalkapitaalratio’s bevinden zich ruim boven deze minimale kapitaalvereisten.

CRR/CRD IV vereisten per 1 januari 2018

Totaal kapitaal

waarvan Tier 1 kapitaal

waarvan Tier 1-kernkapitaal

2018

20191

2018

20191

2018

20191

Pillar 1 eis

8,00%

8,00%

6,00%

6,00%

4,50%

4,50%

Pillar 2 eis

2,50%

2,50%

2,50%

2,50%

2,50%

2,50%

Totale SREP-kapitaaleis

10,50%

10,50%

8,50%

8,50%

7,00%

7,00%

Kapitaalconserveringsbuffer

1,88%

2,50%

1,88%

2,50%

1,88%

2,50%

Buffer Overige systeemrelevante instellingen

0,75%

1,00%

0,75%

1,00%

0,75%

1,00%

Contracyclische kapitaalbuffer

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Gecombineerde buffer eis

2,63%

3,50%

2,63%

3,50%

2,63%

3,50%

Totale kapitaaleis

13,13%

14,00%

11,12%

12,00%

9,63%

10,50%

  1. Volledig ingefaseerd.

Intern minimumniveau

De Volksbank streeft naar een Tier 1-kernkapitaalratio van ten minste 15,0%, en een leverage ratio van tenminste 4,25%. De doelstelling voor de Tier 1-kernkapitaalratio omvat bovenop de SREP-eis van 10,5% een Pillar 2 Guidance en ruime managementbuffer. Vooralsnog hanteren we deze targets zowel onder huidige regelgeving als op basis van Basel IV. Aankomend jaar onderzoeken we of er aanleiding is om onze interne doelstellingen te herzien, met name op grond van de gecombineerde impact op onze kapitaalratio's van Basel IV, de TRIM (Targeted Review Internal Model) uitkomsten en de impact van IFRS 9 op stress-testing.

3.6.3 Management en beheersingAuditedEDTF 7

In de strategie hebben we de doelstelling verankerd om over een solide kapitaalpositie te beschikken in combinatie met een voldoende Rendement op het Eigen Vermogen (REV) voor onze aandeelhouders. Ten aanzien van het REV hanteert de Volksbank een doelniveau van 8,0%. In het Risk Appetite Statement (RAS) beschrijven we de risicobereidheid van de Volksbank ten aanzien van de eigen kapitaalpositie. Ook hebben we interventieniveaus vastgesteld om een onvoorziene verzwakking van de kapitaalpositie tijdig te signaleren en bij te sturen. De RAS-limieten houden niet alleen rekening met de vereisten vanuit regelgeving, maar zijn ook mede gebaseerd op de inzichten vanuit interne stresstesten, economisch kapitaal en het herstelplan. Uitgangspunt is dat de bank (naast de minimale vereiste hoeveelheid kapitaal) interne buffers aanhoudt om in geval van een ernstig, maar plausibel stress-scenario voldoende gekapitaliseerd te blijven. De omvang van deze interne buffers voldoet tevens aan de minimumeis van de toezichthouder.

Ons kapitaalmanagementproces wordt in volgende afbeelding weergegeven.

Wettelijk vereist kapitaal en MRELEDTF 9

Het wettelijk minimale vereiste kapitaal (regulatory capital) heeft betrekking op de risicogewogen kapitaalratio’s (Tier 1-kernkapitaal, Tier 1-kapitaal, totaal kapitaal) en de verwachte vereiste risico-ongewogen kapitaalratio (leverage ratio). Zoals in paragraaf 3.6.2 Kapitaalvereisten is beschreven, volgen de minimale risicogewogen kapitaalratio’s uit het SREP. In aanvulling op de wettelijk vereiste kapitaalratio’s berekent en rapporteert de Volksbank de MREL op zowel een risicogewogen als ongewogen wijze.

Economisch KapitaalEDTF 7 

De Volksbank maakt ook zelf een interne (economische) inschatting van het vereiste kapitaal. Deze wijkt op twee hoofdpunten af van de wettelijke minimaal vereiste hoeveelheid kapitaal:

  1. We houden bij de berekening van economisch kapitaal rekening met alle risico’s waaruit op basis van interne inzichten materiële verliezen kunnen voortvloeien. Dit betekent dat we bij deze berekening meer risicotypes in ogenschouw nemen dan bij de berekening voor de wettelijke minimaal vereiste hoeveelheid kapitaal.

  2. Onze risicobereidheid vertalen we, mede aan de hand van de gewenste rating (zie ook paragraaf 3.9.7 Credit ratings), in interne kapitaalvereisten. Daarbij hanteren we onze eigen inzichten als leidraad.

We delen de uitkomsten van het economisch kapitaal met de toezichthouder. Dit is onderdeel van het Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Tevens gebruiken we deze uitkomsten bij het bepalen van de interne kapitaaldoelstellingen en onze limietstelling voor specifieke risicotypen, zoals toegepast in de RAS.

StresstestenEDTF 8

De Volksbank voert jaarlijks meerdere stresstesten uit om de robuustheid van de kapitaaltoereikendheid te toetsen, waaronder een stresstest in het kader van het ICAAP. In een stresstest wordt de impact van een extreem maar plausibel macro-economisch scenario op de kapitaalspositie van de bank doorgerekend. Het doel van stresstesten is inzicht te krijgen in de belangrijkste kwetsbaarheden van de bank.

De door te rekenen scenario’s worden opgesteld aan de hand van een uitgebreide risico-identificatie. Naast scenario-analyses, waarbij we de impact van een macro-economisch scenario op de kapitaalpositie van de Volksbank doorrekenen, voeren we ook gevoeligheidsanalyses en reverse stresstesten uit. In een reverse stresstest starten we vanuit een vooraf bepaalde uitkomst (bijvoorbeeld een punt waarop ons bedrijfsmodel sterk onder druk komt te staan), vervolgens bekijken we welke gebeurtenissen naar een dergelijk punt kunnen leiden.

Voor de scenario’s die in een stresstest worden doorgerekend maken we een inschatting van de ontwikkeling van onder andere de werkloosheid, economische groei en de rente. Deze macro-economische variabelen beïnvloeden bijvoorbeeld de rentemarge, de kredietwaardigheid van de uitstaande leningenportefeuille en de reële waarde van de rentedragende beleggingsportefeuille. Dit resulteert vervolgens in een verslechtering van de kapitaalspositie van de bank. Bij het bepalen van de managementbuffers die we meenemen in het interne minimum niveau van de kapitaalratio’s beoordelen we of de kapitaalpositie ook in deze stressscenario’s toereikend blijft.

De uitkomsten van stresstesten liggen mede ten grondslag aan het bepalen en monitoren van de risicocapaciteit en de risicobereidheid van de bank. De reverse stresstest en de kapitaaltoereikendheid onder stress zijn onderdeel van het ICAAP en vormen onder andere input voor het herstelplan.

Rating agencies

De kredietwaardigheid van de bank wordt ook door rating agencies beoordeeld: S&P, Moody’s en Fitch. De rating agencies kijken bij de bepaling van de rating onder meer naar de kapitaalpositie van de bank. Om ervoor te zorgen dat onze kapitaalratio’s aansluiten bij onze ratingambitie, betrekken we de bijbehorende kapitaalvereisten in onze kapitaalplanning. Meer informatie over onze credit ratings is opgenomen in paragraaf 3.9.7 Credit ratings.

Continue kapitaaltoereikendheidstoetsEDTF 9

Capital Adequacy Assessment Report

We toetsen de toereikendheid van ons kapitaal continu, om deze tijdig bij te sturen. De basis hiervoor vormt de kapitaalplanning: die stellen we jaarlijks gelijktijdig met het Operationeel Plan vast. De kapitaalplanning bevat een prognose van onze kapitaalpositie en -vereisten gedurende een tijdshorizon van meerdere jaren. Hierbij betrekken we ook de invloed van toekomstige regelgeving. Maandelijks herijken we deze kapitaalplanning op basis van de meest recente cijfers en kwalitatieve inzichten in het Capital Adequacy Assessment Report (CAAR). Indien noodzakelijk sturen we op basis van deze beoordeling het kapitaal naar het gewenste niveau, door bijvoorbeeld nieuw kapitaal aan te trekken.

Internal Capital Adequacy Assessment Process

Het Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP) behelst het gehele doorlopende kapitaalmanagement proces, gericht op de door de toezichthouders gestelde eisen voor kapitaaltoereikendheid. Jaarlijks stellen we een ICAAP-rapportage op waarin we de toezichthouder informeren over de procesmatige inrichting en uitkomsten van het ICAAP. Op basis hiervan beoordeelt de toezichthouder de kapitaaltoereikendheid als onderdeel van het SREP.

Herstelplan en contingency planning

De planning voor onvoorziene omstandigheden (contingency planning) is onderdeel van het herstelplan. Het belangrijkste doel hiervan is het voorbereiden van de Volksbank op een crisis, zodanig dat we op eigen kracht kunnen herstellen en de continuïteit van de Volksbank kunnen waarborgen.

Contingency planning omvat het opstellen en implementeren van een actieplan waarmee we tijdig maatregelen kunnen nemen zodra de kapitaalpositie (voorzien of onverwacht) verslechtert, bijvoorbeeld als gevolg van financiële marktomstandigheden. Behalve op kapitaalaspecten monitoren we ook op eventuele liquiditeitsproblemen. Signalering van mogelijke kapitaal- of liquiditeitsproblemen vindt plaats door frequente monitoring van ‘early warning indicatoren’. Waardeveranderingen van de indicatoren kunnen duiden op het ontstaan van stress.

Op basis hiervan kunnen we vervolgens het herstelplan activeren. De beschikbare maatregelen uit het herstelplan helpen ons de ratio’s te versterken en op eigen kracht te herstellen. De beschikbare maatregelen hebben een brede scope, en ze hebben betrekking op zowel kapitaal en liquiditeit als op de operationele gang van zaken en communicatie. De keuze van de in te zetten maatregelen – zoals het aantrekken van nieuw kapitaal, het verlagen van de risicogewogen activa, het aantrekken van financiering op basis van onderpand, het inregelen van de back-up voor kritieke systemen of applicaties – is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de verslechterde omstandigheden.

Naast een beschrijving van de beschikbare maatregelen en de voorwaarden om over te gaan tot de inzet ervan, bevat het herstelplan ook een analyse van het verwachte herstel als gevolg van deze maatregelen. Deze analyse is gebaseerd op een aantal (zware) stress-scenario’s waarvoor de effectiviteit van deze maatregelen is beoordeeld (‘recoverability assessment’).

Jaarlijks actualiseren we het herstelplan. We delen en bespreken het met het Joint Supervisory Team (JST) van de ECB.

3.6.4 Ontwikkelingen in kapitaaleisenEDTF 4EDTF 12

BCBS

Op 7 december 2017 is overeenstemming bereikt tussen het Basel Committee on Banking Supervision (BCBS) en de Group of Central Bank Governors and Heads of Supervision (GHOS) inzake de voltooiing van het Basel III international framework for banks. Dit pakket wijzigingen staat ook wel bekend onder de naam Basel IV.

We schatten in, op basis van de balanspositie ultimo 2017, dat door deze wijzigingen onze RWA met circa 35%1 zullen stijgen, en dat onze Tier 1-kernkapitaalratio hierdoor zal dalen met ruim 8%-punt. Het grootste effect komt voort uit de output floor (72,5% met infasering) op basis van de herziene standaardbenadering voor kredietrisico versus de huidige interne rating benadering op basis van PHIRM2. De ingeschatte impact zullen we in de loop van 2018 verder verfijnen.

De volgende stap is dat Basel IV wordt vertaald naar Europese wet- en regelgeving. De Volksbank volgt de ontwikkelingen nauwlettend, met bijzondere aandacht voor de uitwerking in relatie tot particuliere hypotheken. We zullen onze kapitaalplanning aanpassen indien dat nodig is.

Wanneer de Basel IV-regels ongewijzigd wordt geïmplementeerd in Europese wetgeving, schatten we dat, op basis van onze balanspositie ultimo 2017, onze Tier 1 kernkapitaalratio van de Volksbank nog steeds boven onze minimum doelstelling van 15% uitkomt. Hierdoor kunnen we zowel ons groeitraject voortzetten als dividend uitkeren.

BASEL IV: HERZIENE STANDAARDBENADERING VOOR KREDIETRISICO-RWA

Het besluit van het BCBS om op termijn (vanaf 2022) de risicogewogen activa op basis van interne modellen te onderwerpen aan een zogenoemde output floor zal naar verwachting leiden tot een aanzienlijke stijging van de risicogewogen activa van de Volksbank. Basel IV schrijft voor dat de totale risicogewogen activa op basis van interne modellen uiteindelijk tenminste 72,5% dient te bedragen van de risicogewogen activa berekend volgens de herziene standaardbenadering. De output floor zal infaseren van 50% in 2022 naar 72,5% in 2027.

De Volksbank past op dit moment de interne modellen benadering toe om de risicoweging van haar particuliere hypotheken te bepalen (gebruikmakend van PHIRM). Als gevolg van de herziene standaardbenadering zal de totale RWA naar verwachting aanzienlijk stijgen.

BASEL IV: VERANDERINGEN IN INTERNE MODELLENBENADERINGEN

De veranderingen in de interne modellenbenadering hebben voor de Volksbank voornamelijk betrekking op floors voor de modelparameters van ons PHIRM model. We verwachten dat het effect op de risicoweging van de particuliere hypotheken van de Volksbank beperkt is.

BASEL IV: GESTANDAARDISEERDE MEETBENADERING VOOR OPERATIONEEL RISICO

Het BCBS heeft besloten het herziene kapitaalraamwerk voor operationeel risico te baseren op één enkele, niet-modelmatige methode: de gestandaardiseerde meetbenadering (Standardised Measurement Approach, SMA). Deze zal vanaf 2022 worden ingevoerd. De Volksbank maakt voor het meten van het operationele risico al gebruik van de standaardbenadering, waarbij de berekening van het kapitaal wordt gebaseerd op de winst- en verliesrekening. Het geschatte effect van Basel IV op de RWA is daarom naar verwachting zeer beperkt.

BCBS CONSULTATIE: BEHANDELING VAN EXPOSURES OP OVERHEDEN

In december 2017 heeft het BCBS een consultatie uitgebracht met betrekking tot de behandeling van exposures op overheden. In de BCBS consultatie wordt onder meer de suggestie gedaan om de huidige voorkeursbehandeling, waaronder 0% risicoweging, van exposures op EU overheden af te schaffen.

De BCBS consultaties bevinden zich nog in een zeer vroeg stadium. Hierdoor is een inschatting van zowel de impact op de RWA van de Volksbank als de implementatietijdslijnen nog niet mogelijk.

IFRS 9

Vanaf 1 januari 2018 is de Volksbank verplicht om de IFRS 9 Classification and Measurement en de IFRS 9 Expected Credit Loss (ECL) impairmenteisen toe te passen. De invoering van IFRS 9 geeft ons de mogelijkheid de classificatie van de voormalige DBV hypotheken in overeenstemming te brengen met onze overige hypotheken. Per 1 januari 2018 worden de DBV-hypotheken geherclassificeerd van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs. Dit heeft een negatief effect op het IFRS eigen vermogen en Tier 1-kernkapitaal van € 119 miljoen (na belasting). Als gevolg van de herclassificatie wordt de huidige volatiliteit in de winst- en-verliesrekening in verband met de DBV-hypotheekportefeuille vanaf 2018 volledig geëlimineerd.

Verder heeft de Volksbank de waarderingsgrondslag van een deel van haar liquiditeitsportefeuille opnieuw beoordeeld. Op basis hiervan heeft de Volksbank besloten dat voor een deel van de portefeuille de waarderingsgrondslag wordt gewijzigd van ‘beschikbaar voor verkoop’ naar geamortiseerde kostprijs. Dit heeft een negatief effect op het IFRS eigen vermogen en Tier 1-kernkapitaal van € 80 miljoen (na belasting). Voor een nadere toelichting op de herclassificaties worden verwezen naar paragraaf IFRS 9 in de jaarrekening.

Tenslotte heeft de overgang naar de verantwoording op basis van het verwachte verlies ingevolge IFRS 9 een stijging van de kredietvoorzieningen voor leningen tot gevolg. Dit heeft een negatief effect op het IFRS eigen vermogen van € 14 miljoen (na belasting) en door de daling van het IRB-tekort een negatief effect van € 11 miljoen op het Tier 1-kernkapitaal. Het verwachte volledig ingefaseerde effect van de herclassificatie van de DBV-hypotheken en de liquiditeitsportefeuille en de stijging van de kredietvoorzieningenniveaus bedraagt per 1 januari 2018 circa -2%-punt op de Tier 1-kernkapitaalratio en –0,3%-punt op de leverage ratio.

Gone concern-kapitaal: MREL

Sinds 1 januari 2016 bestaat (vanuit de BRRD) de verplichting dat aandeelhouders en schuldeisers voor ten minste 8% van de totale verplichtingen bijdragen aan een herkapitalisatie bij resolutie (onder bepaalde condities 20% van de RWA), voordat middelen uit het Europees resolutiefonds kunnen worden aangewend. Om een effectieve toepassing mogelijk te maken, wordt onder de Nederlandse BRRD-wet een minimumvereiste ingevoerd voor toetsingsvermogen en in aanmerking komende verplichtingen (Minimum Requirement for Own Funds and Eligible Liabilities: MREL) als een gemakkelijk bail-inbare buffer om verliezen mee op te vangen in een resolutie.

Begin februari 2017 heeft de SRB ons geïnformeerd dat ze het aanwijzen van de Volksbank N.V. als resolutieentiteit ondersteunt. De MREL-vereiste, de overgangsperiode en de definitie van specifiek voor de Volksbank in aanmerking komende verplichtingen zijn nog niet bekendgemaakt. Deposito’s voor natuurlijke personen en mkb-ondernemingen komen per definitie niet in aanmerking voor de MREL.

Op 23 november 2016 stelde de EC voor de BRRD te wijzigen. In het BRRD II- voorstel is een EU-brede wijziging van de rangorde van schuldeisers opgenomen door een nieuwe vermogenscategorie in het leven te roepen: niet- achtergestelde niet-preferente schuld (Senior Non Preferred obligaties). Deze zijn achtergesteld aan andere senior obligaties, maar zijn preferent aan Tier 2-obligaties. Bij een bail-in worden allereerst kapitaalinstrumenten aangesproken (achtergesteld), daarna de SNP obligaties, gevolgd door de overige niet-achtergestelde verplichtingen. De EU zal dit voorstel naar verwachting in de komende maanden goedkeuren en een wijziging van de Nederlandse faillissementswetgeving kan in de tweede helft van 2018 worden geïmplementeerd.

Zodra er voldoende duidelijkheid is over het MREL-vereiste, is de Volksbank voornemens om (behoudens ontwikkelingen in de markt en wet- en regelgeving) senior non preferred obligaties uit te geven.

Basel IV impact na 72,5% floor

RWA in miljarden euro's

Basel IV impact op (volledig ingefaseerd) Tier 1-kernkapitaalratio

3.6.5 KapitaalstructuurEDTF 10EDTF 11

De Volksbank heeft een sterke kapitaalpositie, zowel wat betreft risicogewogen kapitaalratio’s als wat betreft leverage ratio. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat Basel IV ten aanzien van de capital floor op basis van de herziene standaardbenadering voor kredietrisico-RWA ongewijzigd wordt geïmplementeerd in Europese wetgeving, schatten we op basis van onze balanspositie ultimo 2017 in dat het beschikbare Tier 1-kernkapitaal boven onze doelstelling uitkomt. Daarmee kunnen wij ons groeitraject voortzetten en uit onze winst dividend uitkeren. Meer toelichting op Basel IV is gegeven in paragraaf 3.6.4 Ontwikkelingen in kapitaaleisen.

Kapitalisatie Audited

CRD IV transitioneel

CRD IV volledig ingefaseerd

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2016

Kapitaalinstrumenten

381

381

381

381

Agioreserve

3.787

3.787

3.787

3.787

Ingehouden winst

329

329

329

329

Overig totaal resultaat

140

180

140

180

Overige reserves

-923

-1.136

-923

-1.136

Eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouder

3.7141

3.541

3.7141

3.541

Niet in aanmerking komende tussentijdse winsten

-226

-223

-226

-223

Niet in aanmerking komend onverdeeld resultaat voorgaande jaren

-20

-

-20

-

Eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouder voor CRD IV doeleinden

3.468

3.318

3.468

3.318

Cashflow hedge reserve

-36

-44

-36

-44

Reële waarde reserve

-20

-54

-

-

Overige prudentiële aanpassingen

-3

-3

-3

-3

Totaal prudentiële filters

-59

-101

-39

-47

Immateriële vaste activa

-14

-15

-14

-14

IRB-tekort2

-56

-38

-62

-47

Totaal kapitaalaftrekposten

-70

-53

-76

-62

Totaal voorgeschreven aanpassingen op het eigen vermogen

-129

-154

-115

-109

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

3.339

3.164

3.353

3.209

Aanvullend Tier 1-kapitaal

-

-

-

-

Tier 1-kapitaal

3.339

3.164

3.353

3.209

Tier 2-vermogensbestanddelen

500

500

500

500

IRB-tekort2

-6

-9

-

-

Impact EBA interpretaties CRR artikel 82

-344

-

-329

-

Totaal Tier 2-kapitaal

150

491

171

500

Totaal kapitaal

3.489

3.655

3.524

3.709

  1. De Volksbank heeft de grondslagen voor verantwoording van boeterente uit hoofde van vroegtijdige renteherzieningen van hypotheken gewijzigd. De vergelijkende cijfers in de prudentiële opstellingen zijn niet aangepast maar gelijk gehouden aan de eerder aan de toezichthouder gerapporteerde cijfers. Hierdoor zijn de vergelijkende cijfers van het totaal eigen vermogen toe te schrijven aan aandeelhouder in de prudentiële opstellingen niet gelijk aan de geconsolideerde financiële overzichten onder IFRS.
  2. Het IRB tekort (shortfall) betreft het verschil tussen het verwachte verlies onder de CRR/CRD IV richtlijnen en de IFRS-voorziening voor particuliere hypotheken. Gedurende de transitionele fase komt deze shortfall (die initieel gelijk verdeeld werd over Tier 1- en Tier 2-kapitaal) voor een steeds groter deel ten laste van het Tier 1-kapitaal.

Bovenstaande tabel geeft de kapitalisatie op geconsolideerd niveau weer. Het Tier 1-(kern)kapitaal op geconsolideerd niveau is gelijk aan het Tier 1-(kern)kapitaal op solobankniveau. De (effectieve) omvang van het Tier 2 kapitaal is op geconsolideerd niveau lager dan op solo-bankniveau als gevolg van EBA regelgeving voor financiële holdings. De ontwikkelingen in de kapitalisatie worden hieronder toegelicht.

Het eigen vermogen steeg in 2017 met € 173 miljoen tot € 3.714 miljoen, als gevolg van een winstinhouding van € 329 miljoen, deels gecompenseerd door de dividenduitkering over 2016 (€ 135 miljoen) en een daling van de reële waardereserve (€ 40 miljoen).

Om het eigen vermogen voor CRD IV-doeleinden vast te stellen, worden de niet in aanmerking komende tussentijdse winsten afgetrokken van het eigen vermogen. Na de winstverdeling door de algemene vergadering van aandeelhouders in april 2017 is de per eind 2016 nog niet in aanmerking komende (tussentijdse) winst van € 223 miljoen, na aftrek van de dividenduitkering van € 135 miljoen, aan het Tier 1- kernkapitaal toegevoegd. Dit bedrag bestond uit de nettowinst over het vierde kwartaal van 2016 (€ 25 miljoen na aftrek van reservering dividend) en het overschot van de dividendreservering over geheel 2016 (€ 63 miljoen).

De nettowinst over de eerste negen maanden van 2017 is, na aftrek van 60% dividendreservering, aan het Tier 1-kernkapitaal toegevoegd (€ 103 miljoen). De nog niet als CRD IV-eigen vermogen in aanmerking komende winst over 2017 bedraagt € 226 miljoen en bestaat uit de dividendreservering over de nettowinst van de eerste drie kwartalen en de volledige nettowinst van het vierde kwartaal 2017. Het niet in aanmerking komende onverdeelde resultaat van € 20 miljoen is gerelateerd aan de wijziging in de grondslag voor boeterente op vervroegde aflossingen van hypotheken.

De Volksbank heeft de grondslagen voor boeterente op vervroegde aflossingen van hypotheken aangepast, hierdoor nam de overige reserve toe met € 20 miljoen. Totdat deze IFRS-wijziging door de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AVvA) is goedgekeurd, wordt dit echter weer op het eigen vermogen voor Capital Requirements Directive IV (CRD IV)-doeleinden in mindering gebracht.

Om het CRD IV Tier 1-kernkapitaal vast te stellen, ondergaat het eigen vermogen voor CRD IV- doeleinden een aantal voorgeschreven aanpassingen. Per eind 2017 bedraagt de weging van deze voorgeschreven aanpassingen in de transitionele fase nog 20% in tegenstelling tot 40% eind 2016. Het totaal aan voorgeschreven aanpassingen bedraagt eind 2017 € 129 miljoen (2016: € 154 miljoen) en bestaat met name uit de volgende posten. De cashflow hedge reserve, onderdeel van de reële waarde reserve, daalde met € 8 miljoen naar € 36 miljoen en valt volledig buiten het CRD IV kernkapitaal. Het gedeelte van de reële waarde reserve dat wel onder het CRD IV eigen vermogen valt, daalde met € 32 miljoen van € 136 miljoen naar € 104 miljoen. Eind 2016 werd transitioneel 40% hiervan als voorgeschreven aanpassing afgetrokken (€ 54 miljoen) voor de bepaling van het kernkapitaal, terwijl dit eind 2017 nog 20% was (€ 20 miljoen). Daarnaast steeg de aftrekpost uit hoofde van het IRB-tekort, van € 38 miljoen naar € 56 miljoen.

Per saldo steeg het CRD IV Tier 1-kernkapitaal met € 175 miljoen tot € 3.339 miljoen.

Tier 2-kapitaalinstrumentenAudited

Vervaldatum

Eerste call-optie datum

Nominaal bedrag

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Obligatielening

5-nov-2025

5-nov-2020

500

500

In 2015 zijn achtergestelde Tier 2-obligaties met een nominale waarde van € 500 miljoen geplaatst. De boekwaarde van deze obligaties bedroeg in 2017 € 498 miljoen (2016: € 501 miljoen).

Op 3 november 2017 heeft de European Banking Authority (EBA) een interpretatie gepubliceerd van CRR artikel 82 die gevolgen heeft voor financiële moederholdings met een enkele dochteronderneming en een sterke kapitaalpositie, zoals de Volksholding B.V. In de geconsolideerde kapitalisatie wordt namelijk een afslag toegepast op het door de Volksbank N.V. aan derden uitgegeven Additioneel Tier 1 en Tier 2 kapitaal. Deze afslag hangt samen met het overschot aan aanwezig kapitaal ten opzichte van de minimale kapitaalvereisten.

De rationale achter deze EBA interpretatie berust op de overweging dat het achtergesteld vermogen op het niveau van een dochteronderneming niet volledig kan dienen om risico’s te absorberen die voortvloeien uit de specifieke activiteiten van een holding. Hoewel de Volksholding B.V. geen andere activiteiten heeft dan het houden van de aandelen in de Volksbank N.V., is deze correctie van toepassing op de Volksholding B.V. Hierdoor is de effectieve hoeveelheid Tier 2 kapitaal op geconsolideerd niveau lager dan op solo-bankniveau: ultimo 2017 bedraagt de effectieve hoeveelheid Tier 2 kapitaal € 150 miljoen op geconsolideerd niveau versus € 494 miljoen op solo- bankniveau (beide inclusief aftrek van IRB-tekort van € 6 miljoen). We zullen onderzoeken op welke wijze we de impact van de EBA interpretatie kunnen mitigeren, bijvoorbeeld door aanpassing van de holdingstructuur. De vergelijkende cijfers ultimo 2016 zijn exclusief de impact van de EBA-CRR artikel 82 interpretatie.

3.6.6 Cijfers, ratio's en trendsEDTF 4EDTF 9EDTF 13EDTF 14

Risicogewogen activa (RWA)

Pillar 1 bepaalt de minimale kapitaalvereisten op basis van de RWA voor drie risicotypen: kredietrisico, marktrisico en operationeel risico.

Voor het bepalen van het kredietrisico in de portefeuille met particuliere hypotheken gebruikt de Volksbank een Advanced Internal Rating Based (Advanced IRB of AIRB) model, genaamd PHIRM. Meer informatie over ons interne model is te vinden in paragraaf 3.7.4 Particuliere hypotheken. Voor de berekening van het kredietrisico van overige portefeuilles (waaronder de niet-particuliere hypotheken en uitzettingen bij overheden, ondernemingen en financiele instellingen) en de berekening van het marktrisico en operationeel risico gebruiken we geen interne modellen maar de Standardised Approach (SA). Meer informatie over marktrisico is opgenomen in paragraaf 3.8 Marktrisico, operationeel risico is beschreven in paragraaf 3.10 Niet-financiële risico's.

De volgende tabel toont de risicogewogen activa per risicotype, exposurecategorie en de wijze van berekening.

Risicogewogen activa (RWA) en kapitaaleisAuditedEDTF 16

EAD1

RWA

8% Pillar 1 Kapitaaleis

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2016

Kredietrisico interne ratings benadering

Particuliere hypotheken2

44.951

43.447

6.071

5.913

486

473

Securitisatieposities

74

51

6

4

-

-

Overig

-

-

-

591

-

47

Totaal kredietrisico IRB benadering

45.025

43.498

6.077

6.508

486

520

Kredietrisico gestandaardiseerde benadering

Centrale overheden en centrale banken

6.872

6.989

160

194

13

16

Regionale en lokale overheden

2.545

2.761

-

-

-

-

Publiekrechtelijke lichamen

29

35

6

9

-

1

Multilaterale ontwikkelingsbanken

289

282

-

-

-

-

Internationale organisaties

20

-

-

-

-

-

Financiële instellingen

1.471

943

303

299

24

24

Ondernemingen

745

1.095

652

505

52

40

Particulieren exclusief hypotheken

354

181

265

136

21

11

Onroerend goed gedekt door hypotheken

390

1.002

195

687

16

55

Exposures in default

64

93

65

111

5

9

Items associated with particular high risk

1

-

1

-

-

-

Covered bonds

40

-

4

-

-

-

Aandelen

17

21

17

21

1

2

Overige posten

287

350

156

260

12

21

Totaal kredietrisico gestandaardiseerde benadering

13.124

13.752

1.824

2.222

144

179

Marktrisico gestandaardiseerde benadering

-      Verhandelde schuldinstrumenten

475

2.765

44

88

4

7

-      Aandelen

-

-

-

-

-

-

Operationeel risico

-      Gestandaardiseerde benadering

-

-

1.633

1.672

131

134

Totaal markt- en operationeel risico

475

2.765

1.677

1.760

135

141

Credit Valuation Adjustment (CVA)

-

-

203

334

16

27

Totaal

58.624

60.015

9.781

10.824

781

867

  1. De EAD is de exposure op een tegenpartij op rapportagemoment. Voor de IRB gewogen hypotheken is de EAD gelijk aan de resterende hoofdsom van de hypotheek verhoogd met drie aanvullende rentetermijnen, vertragingsrente en eventuele niet getrokken kredietfaciliteiten.
  2. Voor de bepaling van de RWA van de particuliere hypotheken wordt gebruik gemaakt van een model dat is goedgekeurd door DNB.

De Exposure at Default (EAD) is afgenomen van € 60,0 miljard ultimo 2016 naar € 58,6 miljard. De EAD van de particuliere hypotheekportefeuille groeide van € 43,5 miljard naar € 45,0 miljard. Overige grote stijgingen in 2017 zijn toe te schrijven aan een toename in posities met financiële instellingen van € 528 miljoen en posities met particulieren (exclusief hypotheken) van € 173 miljoen. De EAD voor onroerend goed gedekt door hypotheken onder de gestandaardiseerde benadering daalde van € 1 miljard naar € 390 miljoen, dit werd voornamelijk veroorzaakt door een herclassificatie van posities naar de particuliere hypotheken onder de IRB benadering. Daarnaast daalden de posities in ondernemingen met € 350 miljoen.

Het marktrisico nam af door een daling in de positie in obligaties, geldmarktpapier, handelsposities en derivatenposities met € 2,3 miljard.

De RWA daalden met € 1,0 miljard tot € 9,8 miljard. Deze afname is vooral toe te schrijven aan een vermindering van € 431 miljoen gerelateerd aan de particuliere (niet-mkb) hypotheekportefeuille, berekend volgens de interne rating benadering (IRB approach). De daling vloeide voornamelijk voort uit enerzijds lagere Probabilities of Default (PD’s) en Loss Given Defaults (LGD’s) als gevolg van de verbeterde economische omstandigheden (daling van € 977 miljoen) gecombineerd met een RWA-stijging van € 503 miljoen RWA door de update van het Margin of Conservatism (MoC) model. De volgens de gestandaardiseerde benadering (Standardised Approach, SA) berekende RWA voor kredietrisico, waaronder RWA voor hypotheken aan het mkb, daalden met € 398 miljoen naar € 1,8 miljard. RWA voor operationeel risico, marktrisico en de Credit Valuation Adjustment namen samen af met € 214 miljoen tot € 1,9 miljard.

De gemiddelde risicoweging (RWA density) van particuliere hypotheken daalde van 15,0% ultimo 2016 tot 13,5%. In december 2014 kreeg de Volksbank toestemming om haar IRB-model te gebruiken voor de berekening van de kapitaaleis van haar hypotheekportefeuille. Dit was onder de verplichte voorwaarde om een nieuw MoC-model te ontwikkelen, waarvoor de Volksbank in december 2016 een aanvraag heeft ingediend. In september 2017 heeft de ECB haar finale bevindingen van de beoordeling van het IRB-model medegedeeld. Totdat de in de beoordeling vastgestelde bevindingen zijn opgelost, dient de Volksbank een MoC opslag op PD’s en LGD’s te hanteren. Deze PD en LGD opslag vervangt de tot dan toe gebruikte statische opslag van 10% van het RWA op de hypotheekportefeuille (2016: € 591 miljoen).



Ontwikkeling RWAEDTF 14EDTF 16

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Stand begin van het jaar

10.824

11.513

Kredietrisico gestandaardiseerde benadering:

Ontwikkeling portefeuille

-398

-143

Mutatie CVA kredietrisico

-131

-51

Totale mutatie gestandaardiseerde benadering

-529

-194

Kredietrisico IRB benadering:

Re-risking (calls securitisatieprogramma's)

-

171

Mutatie investorposition securitisatie

2

-44

Modelupdates

-

661

Methodiek en beleid

41

-

MoC impact

503

-

Ontwikkeling portefeuille (inclusief PD en LGD-migraties)

-977

-1.136

Totale mutatie IRB benadering

-431

-348

Marktrisico ontwikkeling

-44

-66

Marktrisico verkoop portefeuille

-

-55

Operationeel risico

-39

-26

Totale mutatie

-1.043

-689

Stand eind van het jaar

9.781

10.824

Kapitaalratio’sEDTF 9

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de kapitaalratio’s in 2017 weer:

Kapitaalratio's

CRD IV transitioneel

CRD IV volledig ingefaseerd

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

31-12-2017

31-12-2016

CRD IV Tier 1-kernkapitaal

3.339

3.164

3.353

3.209

Tier 1-kapitaal

3.339

3.164

3.353

3.209

Totaal kapitaal

3.488

3.655

3.525

3.709

Totaal kapitaal de Volksbank stand-alone

3.833

3.655

3.853

3.709

Risicogewogen activa

9.781

10.824

9.781

10.824

Risico-exposure gedefinieerd door CRR

60.345

60.331

60.350

60.360

Tier 1-kernkapitaalratio

34,1%

29,2%

34,3%

29,6%

Tier 1-kapitaalratio

34,1%

29,2%

34,3%

29,6%

Totaal kapitaalratio

35,7%

33,8%

36,0%

34,3%

Totaal kapitaalratio de Volksbank stand-alone

39,2%

33,8%

39,4%

34,3%

Leverage ratio

5,5%

5,2%

5,6%

5,3%

De transitionele Tier 1-kernkapitaalratio van de Volksbank steeg naar 34,1%, van 29,2% ultimo 2016, gedreven door een toename in Tier 1-kernkapitaal en een daling in risicogewogen activa. De volledig ingefaseerde Tier 1-kernkapitaalratio is gestegen van 29,6% naar 34,3% en bleef daarmee ruim boven onze doelstelling van ten minste 15%.

Rekening houdend met de EBA-interpretatie van CRR artikel 82 steeg de totaalkapitaalratio van 33,8% naar 35,7%. De volledig ingefaseerde totaalkapitaalratio is toegenomen van 34,3% tot 36,0% in 2017.
Zonder de EBA-interpretatie zou de totaalkapitaal ratio 39,2% hebben bedragen (volledig ingefaseerd 39,4%).

Leverage ratioEDTF 9

De leverage ratio is de verhouding tussen de hoeveelheid Tier 1-kapitaal en de totale risicoblootstelling van een bank. Een minimumniveau voor de leverage ratio moet voorkomen dat banken overmatige schulden opbouwen. Het voormalige kabinet (Rutte II) heeft de ambitie van een minimum leverage ratio voor Nederland van 4% uitgesproken. In het gepubliceerde regeerakkoord van kabinet Rutte III staat dat, zodra Basel IV van kracht wordt, het minimumvereiste in overeenstemming wordt gebracht met het Europese minimumvereiste, dat naar verwachting minimaal 3% zal bedragen, met mogelijk een opslag voor systeemrelevante instellingen.

Onderstaande tabel toont de leverage ratio voor de Volksbank volgens de door de CRR voorgeschreven opbouw van de risico-blootstelling en het vermogen.

Leverage ratio

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Positiewaarden

Afwijking voor SFT's

23

-

Derivaten: marktwaarde

212

310

Derivaten: opslag mark-to-marketmethode

373

272

Buiten de balans: niet opgenomen kredietfaciliteiten

161

186

Buiten de balans: met gemiddeld/laag risico

228

311

Overige activa

59.477

59.406

Vermogensaanpassingen en voorgeschreven aanpassingen

Tier 1-kapitaal – transitioneel

3.339

3.164

Tier 1-kapitaal – volledig ingefaseerd

3.353

3.209

Voorgeschreven aanpassingen (Tier 1 transitioneel)

-129

-154

Voorgeschreven aanpassingen (Tier 1 volledig ingefaseerd)

-115

-109

Risico-exposure gedefinieerd door CRR

Transitioneel

60.345

60.331

Volledig ingefaseerd

60.350

60.360

Leverage ratio

Transitioneel

5,5%

5,2%

Volledig ingefaseerd

5,6%

5,3%

De transitionele leverage ratio steeg van 5,2% ultimo 2016 naar 5,5%, voornamelijk als gevolg van de stijging van het Tier 1-kernkapitaal met € 175 miljoen. De noemer van de leverage ratio (risico-exposure zoals gedefinieerd door de Capital Requirements Regulation (CRR)) steeg licht met € 14 miljoen tot € 60,3 miljard.

De leverage ratio van 5,5% lag ruim boven de vereisten vanuit regelgeving en onze doelstelling van minimaal 4,25%. Onder de huidige regelgeving is de hoeveelheid kapitaal die nodig is om aan het leverage ratio-vereiste te voldoen hoger dan de hoeveelheid nodig om aan de risicogewogen kapitaalratiovereisten te voldoen. Dit is het gevolg van de focus van de Volksbank op particuliere hypotheken, een activiteit met een laag risico en een dienovereenkomstig lage risicoweging. Na implementatie van Basel IV zal de benodigde hoeveelheid kapitaal om te voldoen aan de leverage ratio-doelstelling mogelijk lager zijn dan de benodigde hoeveelheid kapitaal om te voldoen aan de risicogewogen doelstellingen.

MREL EDTF 4

De onderstaande tabel toont de risico-gewogen en de risico-ongewogen MREL-ratio’s van de Volksbank N.V. als resolutie-entiteit. De risico-ongewogen maatstaven tonen het bedrag voor MREL in aanmerking komende verplichtingen ten opzichte van de totale exposure. De risicogewogen maatstaven geven het bedrag weer van de voor MREL in aanmerking komende verplichtingen ten opzichte van de RWA.

MREL

in miljoenen euro's

31-12-2017

31-12-2016

Tier 1-kernkapitaal

3.339

3.164

Tier 2-kapitaal

494

491

Totaal kapitaal

3.833

3.655

Overige in aanmerking komende ongedekte verplichtingen met resterende looptijd langer dan 1 jaar

1.435

1.126

Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen

5.268

4.781

Risico-exposure gedefinieerd door BRRD (MREL)

59.499

59.636

Risicogewogen activa

9.781

10.824

MREL BRRD

MREL (Totaal kapitaal)

6,4%

6,1%

MREL (Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen)

8,9%

8,0%

MREL Risicogewogen activa

MREL (Totaal kapitaal)

39,2%

33,8%

MREL (Totaal kapitaal inclusief overige in aanmerking komende verplichtingen)

53,9%

44,2%

Inclusief het totale kapitaal en alle overige ongedekte verplichtingen die volgens de huidige BRRD voor de MREL in aanmerking komen, bedroeg de risico-ongewogen MREL-ratio 8,9% (2016: 8,0%), waarbij de in aanmerking komende verplichtingen € 5.268 miljoen bedroegen. De stijging ten opzichte van 2016 werd mede veroorzaakt door een toename in senior ongedekte financiering van € 500 miljoen per september 2017 en een toename van de kapitaalpositie met € 178 miljoen. De risicogewogen MREL-ratio bedroeg 53,9% (2016: 44,2%).

De risico-ongewogen MREL-ratio op basis van Tier 1-kernkapitaal en Tier 2-kapitaal (samen € 3.833 miljoen) die beide zijn achtergesteld aan de overige uitstaande verplichtingen bedroeg 6,4% (2016: 6,1%). De overeenkomstige risicogewogen MREL-ratio was gelijk aan 39,2% (2016: 33,8%).

De Volksbank hanteert in haar kapitaalplanning het uitgangspunt dat een minimale risico-ongewogen MREL verplichting van 8% van toepassing zal zijn. Deze dient uit (Tier 1 en Tier 2) kapitaal en senior non preferred obligaties te bestaan. Als deze vereiste daadwerkelijk van kracht wordt, verwachten we gegeven de huidige kapitaalpositie de komende jaren voor circa € 2,0 miljard aan senior non preferred notes uit te geven.

3.6.7 Dividend

De Volksbank heeft voor de dividenduitkering een beoogde bandbreedte vastgesteld van 40%-60% van het gecorrigeerde nettoresultaat1. Overeenkomstig dit beleid heeft de Volksbank in april 2017 een dividend van € 135 miljoen uitgekeerd over 2016, corresponderend met een pay-out van 41% van de toenmalig vastgestelde gecorrigeerde nettowinst.

Gezien de solide kapitaalpositie stelt de Volksbank voor over 2017 een dividend van € 190 miljoen uit te keren aan NLFI. Dit impliceert een dividend pay-out ratio van 60%, aan de bovenkant van de door ons gehanteerde bandbreedte.

Stel uw jaarverslag zelf samen