Specifieke toelichting financiële instrumenten

19. Specifieke toelichting financiële instrumenten

Waarderingsgrondslagen voor reële waarde financiële instrumenten

De reële waarde van financiële activa en verplichtingen wordt bepaald aan de hand van beurskoersen als deze beschikbaar zijn. Beurskoersen worden primair verkregen van handelsprijzen voor genoteerde instrumenten. Wanneer een beurskoers niet beschikbaar is, worden marktprijzen gebruikt van onafhankelijke marktpartijen of andere deskundigen. De Volksbank gaat bij het bepalen van de reële waarde uit van een exit prijs, derhalve worden financiële activa gewaardeerd tegen de biedprijs en financiële verplichtingen tegen de laatprijs.

In markten die minder actief of inactief zijn geworden, kan voor hetzelfde financiële instrument de bandbreedte van de koersen uit verschillende bronnen significant zijn. Het selecteren van de meest geschikte koers voor de waardering vereist inschattingsvermogen door het management.

Voor bepaalde financiële activa en verplichtingen is geen marktprijs beschikbaar. Voor deze financiële activa en verplichtingen wordt de reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze waarderingstechnieken variëren van netto contante waarde berekening tot waarderingsmodellen die gebruik maken van algemeen aanvaarde economische methoden. In de markt waarneembare parameters, wanneer beschikbaar, worden gebruikt als input voor de waarderingsmodellen. Alle gebruikte waarderingstechnieken worden intern beoordeeld en goedgekeurd volgens de governance procedures van de Volksbank.

Overzicht financiële activa en passiva naar waarderingsgrondslag 2017

in miljoenen euro's

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde via W&V - Handelsdoeleinden

Reële waarde via W&V - Overig

Beschikbaar voor verkoop

Totaal

Financiële activa

Kas en kasequivalenten

2.180

-

-

-

2.180

Derivaten

-

264

811

-

1.075

Beleggingen

-

162

-

4.932

5.094

Vorderingen op banken

2.643

-

-

-

2.643

Vorderingen op klanten

47.634

-

1.688

-

49.322

Overige activa

137

-

-

-

137

Totaal financiële activa

52.594

426

2.499

4.932

60.451

Financiële passiva

Derivaten

-

279

973

-

1.252

Schulden aan banken

2.681

-

-

-

2.681

Spaargelden

36.575

-

-

-

36.575

Overige schulden aan klanten

9.973

-

307

-

10.280

Schuldbewijzen

4.457

-

443

-

4.900

Achtergestelde schulden

498

-

-

-

498

Overige verplichtingen

233

-

-

-

233

Totaal financiële passiva

54.418

279

1.723

-

56.419

Overzicht financiële activa en passiva naar waarderingsgrondslag 2016

in miljoenen euro's

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde via W&V - Handelsdoeleinden

Reële waarde via W&V - Overig

Beschikbaar voor verkoop

Totaal

Financiële activa

Kas en kasequivalenten

1.911

-

-

-

1.911

Derivaten

-

223

1.309

-

1.533

Beleggingen

-

831

-

5.139

5.970

Vorderingen op banken

2.918

-

-

-

2.918

Vorderingen op klanten

46.770

-

1.850

-

48.620

Overige activa

148

-

-

-

148

Totaal financiële activa

51.747

1.054

3.159

5.139

61.100

Financiële passiva

Derivaten

-

188

1.673

-

1.861

Schulden aan banken

1.446

-

-

-

1.446

Spaargelden

36.593

-

-

-

36.593

Overige schulden aan klanten

10.526

-

309

-

10.835

Schuldbewijzen

5.170

-

526

-

5.696

Achtergestelde schulden

501

-

-

-

501

Overige verplichtingen

410

-

-

-

410

Totaal financiële passiva

54.646

188

2.508

-

57.342

Toelichting waardering financiële activa en passiva

De volgende methoden en veronderstellingen zijn gebruikt om de reële waarde van de financiële instrumenten te bepalen.

Beleggingen

De reële waarden van aandelen zijn gebaseerd op gepubliceerde koersen van actieve markten of overige beschikbare marktinformatie. De reële waarden van rentedragende waardepapieren, voor zover geen hypothecaire leningen, zijn eveneens gebaseerd op beurskoersen of – indien er geen actieve beurskoersen zijn te verkrijgen – op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Deze contante waarden zijn gebaseerd op de relevante marktrente zoals deze van toepassing is met inachtneming van de liquiditeit, de kredietwaardigheid en de looptijd van de betreffende belegging.

Vorderingen op klanten

De reële waarde van de hypotheken wordt bepaald op basis van een contante-waarde methode. De rentecurve, die wordt gebruikt om de verwachte kasstromen van hypothecaire vorderingen contant te maken, is het gemiddelde van de laagste vijf hypotheekrentes in de markt, gecorrigeerd voor rentes die als niet representatief worden beschouwd (‘teaserrates’). Deze rente kan per deelportefeuille verschillen als gevolg van verschillen in looptijd, bevoorschottings-klasse en aflosvorm. Bij het bepalen van de verwachte kasstromen wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige vervroegde aflossingen.

De reële waarde van overige vorderingen op klanten is vastgesteld door middel van het bepalen van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen. Voor de contante waardeberekening is gebruik gemaakt van verschillende opslagen op de rentecurve. Hierbij is onderscheid gemaakt naar aard van de vorderingen en klantengroepen waarop de vordering betrekking heeft.

Derivaten

De reële waarden van bijna alle derivaten zijn gebaseerd op waarneembare marktinformatie, zoals marktrentes en valutakoersen. Voor een aantal instrumenten waarvoor niet alle informatie in de markt waarneembaar is, worden schattingen of aannames gebruikt binnen een netto contante waarde model of een optiewaarderingsmodel om de reële waarde te bepalen. Bij het bepalen van de reële waarde wordt rekening gehouden met het kredietrisico dat een marktpartij zou inprijzen.

Vorderingen op banken

Door het kortlopende karakter van de leningen die onder de vorderingen op banken vallen, wordt de balanswaarde geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde. ­

Overige activa

Door het overwegend kortlopende karakter van de overige vorderingen wordt de balanswaarde geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde. ­

Kas en kasequivalenten

De balanswaarde van de liquide middelen wordt geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.

Achtergestelde schulden

De reële waarde van achtergestelde schulden is geschat op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gebruikmakend van de interestvoet plus een risico-opslag. De risico-opslag is gebaseerd op het door de markt veronderstelde kredietrisico dat houders van deze achtergestelde instrumenten hebben ten opzichte van de Volksbank of de entiteit binnen de de Volksbank groep die de contractuele verplichting heeft, gedifferentieerd naar looptijd en type instrument.

Schuldbewijzen

De reële waarde van de schuldbewijzen is geschat op basis van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, gebruik makend van de interestvoet plus een risico-opslag. De risico-opslag is gebaseerd op het door de markt veronderstelde kredietrisico dat houders van deze instrumenten hebben ten opzichte van de Volksbank.

Schulden aan klanten

Voor direct opvraagbare spaargelden en spaargelden met looptijd wijkt de reële waarde af van de nominale waarde vanwege het feit dat de rente niet dagelijks wordt aangepast en de klant de spaargelden in de praktijk voor langere tijd op de rekening laat staan. De reële waarde is berekend door de rentetypische kasstromen van deze portefeuilles contant te maken met een specifieke disconteringscurve. Voor het spaargeld gedekt door het Deposito Garantie Stelsel (DGS) is de curve gebaseerd op de gemiddelde huidige tarieven van verschillende Nederlandse aanbieders. Voor het spaargeld niet gedekt door het DGS is de Internal Funds Transfer Price-curve (IFTP) van de Volksbank gebruikt.

Schulden aan banken

De reële waarde van de schulden aan banken is geschat op basis van de contante waarde van de toekomstige geldstromen, gebruikmakend van de interestvoet plus een risico-opslag. De risico-opslag is gebaseerd op het door de markt veronderstelde kredietrisico dat houders van deze instrumenten hebben ten opzichte van de Volksbank, gedifferentieerd naar looptijd en type instrument. Voor schulden met een looptijd van maximaal een maand wordt de balanswaarde geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.

Overige verplichtingen

De balanswaarde van de overige verplichtingen wordt geacht een redelijke benadering te zijn van de reële waarde.

Hiërarchie reële waardebepaling bij financiële instrumenten

Een belangrijk deel van de financiële instrumenten wordt in de balans opgenomen tegen reële waarde. Daarnaast wordt de reële waarde van de overige financiële instrumenten toegelicht. De volgende tabel verdeelt deze instrumenten over level 1, level 2 en level 3. Er wordt geen levelindeling gegeven van de financiële activa en passiva, waarbij de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde.

Nadere toelichting van de levelindeling

Voor financiële instrumenten die tegen reële waarde op de balans staan of waarvoor de reële waarde wordt toegelicht, wordt deze reële waarde ingedeeld in een level. Dit level is afhankelijk van de parameters die gebruikt worden om de reële waarde te bepalen en geeft verder inzicht in de waardering. Hieronder worden de verschillende levels uiteengezet:

Level 1 – Reële waarde gebaseerd op gepubliceerde koersen in een actieve markt

Van alle financiële instrumenten in deze waarderingscategorie zijn gepubliceerde koersen afkomstig van een beurs, broker of prijsinstelling beschikbaar. Bovendien is bij deze financiële instrumenten sprake van een actieve markt. Hierdoor vormen de koersen een goede afspiegeling van actuele en regelmatig voorkomende markttransacties tussen onafhankelijke partijen. De beleggingen in deze categorie omvatten voornamelijk beursgenoteerde aandelen en obligaties.

Level 2 – Reële waarde gebaseerd op beschikbare marktinformatie

De categorie bevat financiële instrumenten waarvoor geen afgegeven prijzen beschikbaar zijn, maar waarvan de reële waarde is bepaald met behulp van modellen waarbij de parameters bestaan uit beschikbare marktinformatie. Het gaat bij deze instrumenten met name om onderhands afgesloten derivaten. In deze categorie vallen verder beleggingen waarvan prijzen zijn afgegeven door brokers, maar waarvan tevens is geconstateerd dat sprake is van inactieve markten. In dat geval zijn de beschikbare koersen grotendeels onderbouwd en gevalideerd met behulp van marktinformatie waaronder marktrentes en actuele risico-opslagen behorende bij de verschillende creditratings en sectorindelingen.

Level 3 – Reële waarde niet gebaseerd op beschikbare marktinformatie

De financiële instrumenten in deze categorie zijn voor een significant deel bepaald aan de hand van niet in de markt waarneembare aannames en parameters. Dit zijn bijvoorbeeld veronderstelde defaultpercentages behorend bij een bepaalde rating. De level 3-waarderingen van beleggingen (aandelen) zijn gebaseerd op quotes afkomstig uit niet-liquide markten. De derivaten in level 3 zijn verbonden aan enkele hypotheeksecuritisaties en de waardering is deels afhankelijk van de onderliggende hypotheekportefeuilles en bewegingen in risicospreads.

Hiërarchie financiële instrumenten 31 december 2017

in miljoenen euro's

Boekwaarde

Level 1

Level 2

Level 3

Totaal reële waarde

Financiële activa gewaardeerd op reële waarde

Beleggingen

- Reële waarde via W&V: Handelsdoeleinden

162

162

-

-

162

- Voor verkoop beschikbaar

4.932

4.761

154

17

4.932

Derivaten

1.075

-

992

83

1.075

Vorderingen op klanten1

1.688

-

-

1.688

1.688

Financiële activa niet gewaardeerd op reële waarde

Vorderingen op klanten1

47.634

-

-

50.231

50.231

Vorderingen op banken

2.249

-

-

-

2.249

Overige activa

365

-

-

-

365

Kas en kasequivalenten

2.574

-

-

-

2.574

Totaal financiële activa

60.679

4.923

1.146

52.019

63.276

Financiële passiva gewaardeerd op reële waarde

Derivaten

1.252

-

1.083

169

1.252

Schuldbewijzen1

443

-

-

443

443

Financiële passiva niet gewaardeerd op reële waarde

Achtergestelde schulden

498

-

534

-

534

Schuldbewijzen1

4.457

-

-

4.442

4.442

Spaargelden

36.575

-

34.002

3.250

37.252

Overige schulden aan klanten

10.280

-

10.387

-

10.387

Schulden aan banken

2.681

-

2.681

-

2.681

Overige verplichtingen

822

-

-

-

822

Totaal financiële passiva

57.008

-

48.687

8.304

57.813

  1. Een deel van de Vorderingen op klanten en Schuldbewijzen staat gewaardeerd op reële waarde en het resterende deel op geamortiseerde kostprijs.

De bovenstaande tabel geeft inzicht in de reële waarde van de financiële activa en passiva van de Volksbank. Hierbij is voor een aantal waarderingen gebruik gemaakt van schattingen. In deze tabel zijn enkel de financiële activa en financiële passiva opgenomen. De balansposten die niet voldoen aan de definitie van een financieel actief of passief zijn niet in deze tabel opgenomen. Het totaal van de hierboven weergegeven reële waarde geeft niet de onderliggende waarde van de Volksbank weer en dient derhalve niet als zodanig te worden geïnterpreteerd.

Hiërarchie financiële instrumenten 31 december 2016

in miljoenen euro's

Boekwaarde

Level 1

Level 2

Level 3

Totaal reële waarde

Financiële activa gewaardeerd op reële waarde

Beleggingen

- Reële waarde via W&V: Handelsdoeleinden

831

831

-

-

831

- Voor verkoop beschikbaar

5.139

5.066

51

22

5.139

Derivaten

1.533

-

1.392

141

1.533

Vorderingen op klanten1

1.850

-

-

1.850

1.850

Financiële activa niet gewaardeerd op reële waarde

Vorderingen op klanten1

46.770

-

-

48.908

48.908

Vorderingen op banken

2.532

-

-

-

2.532

Overige activa

411

-

-

-

411

Kas en kasequivalenten

2.297

-

-

-

2.297

Totaal financiële activa

61.363

5.897

1.443

50.921

63.501

Financiële passiva gewaardeerd op reële waarde

Derivaten

1.861

-

1.614

247

1.861

Schuldbewijzen1

526

-

-

526

526

Financiële passiva niet gewaardeerd op reële waarde

Achtergestelde schulden

501

-

516

-

516

Schuldbewijzen1

5.170

-

-

5.145

5.145

Spaargelden

36.593

-

33.600

3.513

37.113

Overige schulden aan klanten

10.835

-

10.964

-

10.964

Schulden aan banken

1.446

-

1.446

-

1.446

Overige verplichtingen

891

-

-

-

891

Totaal financiële passiva

57.823

-

48.140

9.431

58.462

  1. Een deel van de Vorderingen op klanten en Schuldbewijzen staat gewaardeerd op reële waarde en het resterende deel op geamortiseerde kostprijs.

De reële waarden vertegenwoordigen de bedragen waarvoor de financiële instrumenten op de balansdatum tussen marktpartijen hadden kunnen worden verhandeld in een ordelijke transactie. De reële waarde van financiële activa en passiva is gebaseerd op genoteerde marktprijzen, voor zover deze beschikbaar zijn. Voor het geval dat actieve marktprijzen ontbreken, zijn er diverse waarderingsmethoden gehanteerd om de reële waarde van deze instrumenten te bepalen. De parameters van deze waarderingsmethoden kunnen subjectief zijn en maken gebruik van diverse veronderstellingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de disconteringsvoet en het tijdstip en de omvang van de verwachte toekomstige kasstromen. De mate van subjectiviteit is van invloed op de reële waarde hiërarchie, welke in de paragraaf Hiërarchie reële waardebepaling bij financiële instrumenten wordt behandeld. Waar mogelijk en beschikbaar, maken deze modellen gebruik van informatie die waarneembaar is in de relevante markt. Veranderingen in de veronderstellingen kunnen de geschatte reële waarden significant beïnvloeden. De belangrijkste veronderstellingen zijn in de volgende paragraaf per balanspost toegelicht.
­
Voor financiële activa en passiva waarvan waardering tegen geamortiseerde kostprijs plaatsvindt, is de reële waarde getoond exclusief overlopende rente. De overlopende rente van deze instrumenten valt onder de rubriek overige activa of overige verplichtingen.

Verloop financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde level 3 2017

in miljoenen euro's

Voor verkoop beschikbaar

Vorderingen op klanten

Derivaten activa

Derivaten passiva

Schuld-bewijzen

Openingsbalans

22

1.850

141

247

526

Aankoop/verstrekkingen

-

-

-

-

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via W&V1

-

-12

-56

-76

2

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via eigen vermogen2

2

-

-

-

-

Mutatie lopende rente

-

-

-2

-2

-

Verkoop/afwikkeling

-7

-150

-

-

-85

Eindbalans

17

1.688

83

169

443

  1. Deze worden verantwoord op de regel 'Resultaat financiële instrumenten'.
  2. Deze worden verantwoord op de regel 'Mutatie herwaarderingen reële waardereserve'.

Verloop financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde level 3 2016

in miljoenen euro's

Voor verkoop beschikbaar

Vorderingen op klanten

Derivaten activa

Derivaten passiva

Schuld-bewijzen

Openingsbalans

27

2.047

207

347

585

Aankoop/verstrekkingen

4

-

-

-

-

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via W&V1

-

-4

-60

-93

21

Ongerealiseerde opbrengsten of verliezen verwerkt via eigen vermogen2

5

-

-

-

-

Mutatie lopende rente

-

-

-6

-7

-

Verkoop/afwikkeling

-14

-193

-

-

-80

Eindbalans

22

1.850

141

247

526

  1. Deze worden verantwoord op de regel 'Resultaat financiële instrumenten'.
  2. Deze worden verantwoord op de regel 'Mutatie herwaarderingen reële waardereserve'.

Onderverdeling financiële instrumenten level 3

in miljoenen euro's

2017

2016

Aandelen

17

22

Derivaten

83

141

Vorderingen op klanten

1.688

1.850

Totaal activa

1.788

2.013

Derivaten

169

247

Schuldbewijzen

443

526

Totaal passiva

612

773

Gevoeligheid van level 3 waarderingen financiële instrumenten

Level 3-financiële instrumenten worden grotendeels gewaardeerd met een netto contante waarde methodiek waarin met behulp van marktdata verwachtingen over en projecties van toekomstige kasstromen teruggerekend worden naar een contante waarde. De modellen maken gebruik van in de markt waarneembare informatie, zoals rentecurves, of niet in de markt waarneembare informatie zoals aannames over bepaalde kredietopslagen of aannames over klantgedrag. In het geval van een level 3 instrument kan de waardering significant wijzigen als gevolg van wijzigingen in deze aannames.

Gevoeligheden niet-observeerbare parameters financiële instrumenten level 3 2017

in miljoenen euro's

Waarderings-techniek

Belangrijkste aanname

Boekwaarde

Redelijkerwijs mogelijke alternatieve aannames

Toename in reële waarde

Afname in reële waarde

Activa

Vorderingen op klanten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

1.688

33

31

Pre-payment rate

1.688

7

7

Derivaten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

83

8

8

Pre-payment rate

83

3

3

Passiva

Schuldbewijzen

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

443

-

-

Pre-payment rate

443

-

-

Derivaten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

169

5

5

Pre-payment rate

169

5

5

Gevoeligheden niet-observeerbare parameters financiële instrumenten level 3 2016

in miljoenen euro's

Waarderings-techniek

Belangrijkste aanname

Boekwaarde

Redelijkerwijs mogelijke alternatieve aannames

Toename in reële waarde

Afname in reële waarde

Activa

Vorderingen op klanten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

1.850

35

33

Pre-payment rate

1.850

8

8

Derivaten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

141

14

14

Pre-payment rate

141

6

5

Passiva

Schuldbewijzen

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

526

3

3

Pre-payment rate

526

-

-

Derivaten

Verdisconteerde kasstromen

Disconteringscurve

247

14

14

Pre-payment rate

247

6

6

Als gevolg van de invoering van IFRS 9 vanaf 1 januari 2018 worden er vanaf deze datum geen hypotheken meer op reële waarde gerapporteerd. Zie voor meer informatie paragraaf 3.8.3 Cijfers, ratio's en trends over de gevoeligheid van de hypotheken op reële waarde in 2017.

Onder de derivaten aan passivazijde van de balans zijn bepaalde contracten opgenomen waarbij met de tegenpartij vaste pre-payment rates zijn afgesproken. Deze contracten zijn niet gevoelig voor veranderingen in de pre-payment rates.

De disconteringsvoet is gebaseerd op de huidige hypotheekrentetarieven voor klanten. Deze tarieven en de vervroegde aflossingen staan in onderling verband met elkaar (d.w.z. een daling van de huidige hypotheekrentetarieven voor klanten zal waarschijnlijk leiden tot een stijging van de vervroegde aflossingen). Het effect van de huidige hypotheekrentetarieven voor klanten en de vervroegde aflossingen op de reële waarde is dus tegengesteld, waarbij een daling in de huidige hypotheekrentetarieven voor klanten zal leiden tot een hogere reële waarde, terwijl een stijging van de vervroegde aflossingen zal leiden tot een lagere reële waarde.

De belangrijkste niet in de markt waarneembare parameters bij de reële waarde bepaling van de level 3-instrumenten zijn de gehanteerde inschatting van vervroegde aflossingen en de verdisconteringscurve. De methode waarmee deze niet-observeerbare disconteringscurve in het waarderingsproces wordt bepaald, wordt beschreven in de toelichting op de accountingmethoden en veronderstellingen voor het bepalen van de reële waarde van de vorderingen op klanten. Met betrekking tot de verdisconteringscurve zijn met name de aannames om de kredietopslag te bepalen niet in de markt waarneembaar. De Volksbank heeft de verdisconteringscurve met 50 bps naar boven of beneden aangepast en de verwachting van vervroegde aflossingen met 1% laten toenemen en afnemen om de gevoeligheid aan te tonen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een directe relatie is tussen de reële waardes van de vorderingen op klanten, de schuldbewijzen en een deel van de derivaten, aangezien deze posities onderdeel zijn van een securitisatiestructuur. Eventuele waardeveranderingen van de vorderingen op klanten, worden daardoor gecompenseerd door waardeveranderingen op de schuldbewijzen en derivaten. De overige level 3-derivaten hebben eveneens betrekking op securitisatietransacties. Ook hierbij geldt dat er sprake is van een relatie tussen de reële waardes. Dit is het gevolg van het feit dat de derivaten van de SPV's (front swaps) die onderdeel zijn van de securitisatieprogramma’s Hermes, Pearl en Lowland door de Volksbank met dezelfde tegenpartijen zijn tegengesloten (back swaps). Hierdoor is de waardeverandering van de front en back swaps altijd vergelijkbaar, maar tegengesteld. De level 3-derivaten die betrekking hebben op de SPV’s van de Holland Homes securitisatieprogramma’s zijn niet door de Volksbank tegengesloten.

De waardering van de hypotheken op marktwaarde gebeurt op basis van de verwachte toekomstige kasstromen, hierbij wordt rekening gehouden met een inschatting voor vervroegde aflossingen. De kasstromen verdisconteren we tegen representatieve klanttarieven uit Nederlandse markt op rapportage datum. Een verandering in de prepayment-aanname van -/-1% heeft een positieve impact op de waarde van de voormalige DBV hypotheekportefeuille van € 7,4 miljoen. Een 1% hogere prepayment-aanname heeft een negatieve impact van € 6,9 miljoen. Daarnaast heeft een lagere verdisconteringsaanname van 0,5% een positieve impact van € 32,4 miljoen en een hogere verdisconteringsaanname van 0,5% een negatieve impact van € 31 miljoen op de waarde van de voormalige DBV hypotheekportefeuille.

In de volgende tabel worden de veranderingen in reële waarde weergegeven die door kredietrisico worden veroorzaakt.

Veranderingen in reële waarde door kredietrisico

Balanswaarde

Geaccumuleerde veranderingen in reële waarde door kredietrisico

Balanswaarde

Geaccumuleerde veranderingen in reële waarde door kredietrisico

in miljoenen euro's

2017

2016

Vorderingen op klanten

1.688

35

1.850

22

Totaal activa

1.688

35

1.850

22

Schuldbewijzen

443

-

526

-2

Totaal passiva

443

-

526

-2

De geaccumuleerde veranderingen in reële waarde als gevolg van kredietrisico in de vorderingen op klanten bedraagt € 35 miljoen (2016: € 22 miljoen). Dit is berekend vanaf 2010, het moment dat de (hypothecaire) vorderingen door de Volksbank zijn opgenomen op de balans. De mutatie als gevolg van kredietrisico in 2017 is € 13 miljoen (2016: € 6 miljoen).

Verschuivingen tussen categorieën

In 2017 en 2016 hebben geen significante verschuivingen plaatsgevonden.

Stel uw jaarverslag zelf samen