Financiële resultaten

3.9. Financiële resultaten

Resultaten 2018 vergeleken met 2017

Winst- en verliesrekening

in € miljoenen

2018
(IFRS 9)

2017
(IAS 39)

Mutatie

Netto rentebaten

908

924

-2%

Netto provisie en beheervergoedingen

44

49

-10%

Overige baten

6

55

-89%

Totaal baten

958

1.028

-7%

Operationele lasten exclusief wettelijke heffingen

562

560

0%

Wettelijke heffingen

47

43

9%

Totaal operationele lasten

609

603

1%

Bijzondere waardeverminderingen

-12

-24

50%

Resultaat voor belastingen

361

449

-20%

Belastingen

93

120

-23%

Nettoresultaat

268

329

-19%

Reële waardeveranderingen voormalige DBV-hypotheken en verbonden derivaten

-

13

Totaal incidentele posten

-

13

Gecorrigeerd nettoresultaat

268

316

-15%

Efficiencyratio1

58,7%

54,5%

Gecorrigeerde efficiencyratio2

58,7%

55,4%

Rendement eigen vermogen (REV)3

7,6%

9,1%

Gecorrigeerd rendement eigen vermogen (REV)4

7,6%

8,7%

Rentemarge (bps)5

1,47%

1,50%

Operationele lasten als % van gemiddelde activa6

0,91%

0,91%

  1. Totale operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen afgezet tegen totale baten.
  2. Totale operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen en de impact van incidentele posten (bruto waarden) afgezet tegen totale baten gecorrigeerd voor de impact van incidentele posten.
  3. Nettoresultaat afgezet tegen het gemiddelde totaal eigen vermogen op basis van maandeindstanden over de rapportageperiode.
  4. Nettoresultaat gecorrigeerd voor incidentele posten afgezet tegen het gemiddelde totaal eigen vermogen op basis van maandeindstanden over de rapportageperiode.
  5. Netto rentebaten afgezet tegen het gemiddelde totale activa op basis van maandeindstanden over de rapportageperiode.
  6. Operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen afgezet tegen het gemiddelde totale activa op basis van maandeindstanden over de rapportageperiode.

Nettowinst

De nettowinst liet een daling zien naar € 268 miljoen, ten opzichte van € 329 miljoen in 2017 (-19%). In 2017 bevatte het nettoresultaat een bedrag van € 13 miljoen aan incidentele posten, volledig bestaande uit positieve ongerealiseerde waardeveranderingen van voormalige DBV- hypotheken en daaraan verbonden derivaten. Als gevolg van de herclassificatie van de voormalige DBV-hypotheken van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs is deze volatiliteit in de winst- en verliesrekening vanaf 2018 geëlimineerd.

Gecorrigeerd voor incidentele posten daalde de nettowinst met € 48 miljoen (-15%). Deze daling was toe te schrijven aan € 53 miljoen lagere gecorrigeerde baten (-5%), € 6 miljoen hogere totale operationele lasten en een € 12 miljoen lagere netto vrijval van voorzieningen voor leningen.

Het rendement op eigen vermogen bedroeg 7,6%, een daling ten opzichte van 2017 (gecorrigeerd: 8,7%) als gevolg van een lager gecorrigeerd nettoresultaat.

De efficiencyratio bedroeg 58,7% (2017 gecorrigeerd voor incidentele posten: 55,4%). Deze stijging was vrijwel volledig toe te schrijven aan lagere totale gecorrigeerde baten.

Baten

Verdeling baten

in miljoenen euro's

2018
(IFRS 9)

2017
(IAS 39)

Mutatie

Netto rentebaten

908

924

-2%

Netto provisie en beheervergoedingen

44

49

-10%

Resultaat uit beleggingen

3

26

-88%

Resultaat op financiële instrumenten

2

28

-93%

Overige operationele opbrengsten

1

1

0%

Totaal baten

958

1.028

-7%

Reële waardeveranderingen voormalige DBV-hypotheken en verbonden derivaten

-

17

Gecorrigeerde baten

958

1.011

-5%

Rentemarge (bps)

1,47%

1,50%

De totale gecorrigeerde baten daalden met € 53 miljoen tot € 958 miljoen (-5%), voornamelijk gedreven door lagere overige baten en lagere netto rentebaten.

Netto rentebaten

De netto rentebaten daalden met € 16 miljoen tot € 908 miljoen (-2%).

Baten uit hypotheken waren lager als gevolg van (vroegtijdige) renteherzieningen in 2017 en 2018 tegen lagere hypotheektarieven. Daarnaast is de nieuwe hypotheekproductie afgesloten tegen lagere tarieven dan die van de hypotheken afgelost in 2018. Deze effecten werden deels gecompenseerd door de beheerste groei van de hypotheekportefeuille.

Lagere rentelasten als gevolg van verlagingen van de rente op spaartegoeden compenseerden de lagere rentebaten uit hypotheken grotendeels.

Rentelasten verbonden aan derivaten voor het managen van het renterisico waren hoger. Deze stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de hoge nieuwe hypotheekproductie en renteherzieningen met een langere rentevaste looptijd en het volledige effect van een in 2017 verbeterd model voor het schatten van vervroegde aflossingen en renteherzieningen.

Ten slotte werden de netto rentebaten positief beïnvloed door het volledig jaareffect van een in 2017 doorgevoerde andere classificatie van door RegioBank betaalde distributievergoedingen1. De lagere netto rentebaten zijn weerspiegeld in een rentemarge die gering daalde tot 147 bps, vergeleken met 150 bps in 2017.

Netto provisie en beheervergoedingen

De netto-inkomsten uit provisies en beheervergoedingen daalden met € 5 miljoen tot € 44 miljoen. Deze daling werd voor €10 miljoen verklaard door een andere classificatie van door RegioBank betaalde distributievergoedingen.
Daarnaast waren de beheersvergoedingen hoger, gedreven door een stijging in het beheerd vermogen en ontvangen provisies inzake een aan het Deposito Garantiefonds ter beschikking gestelde kredietfaciliteit.

Resultaat uit beleggingen

Het resultaat uit beleggingen daalde met € 23 miljoen tot € 3 miljoen, grotendeels als gevolg van lagere gerealiseerde resultaten op vastrentende beleggingen, verkocht in het kader van balansbeheer en optimalisatie van de beleggingsportefeuille. In 2017 waren resultaten uit met name de verkoop van Franse obligaties uit hoofde van risicomanagement relatief hoog, terwijl er in 2018 een negatief resultaat was op de afbouw van posities in Italiaanse vastrentende waarden. Daarnaast is de potentie om winsten te realiseren op de beleggingsportefeuille afgenomen als gevolg van een wijziging van de waarderingsgrondslag van een deel van de liquiditeitsportefeuille van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs.

Resultaat op financiële instrumenten

Het resultaat op financiële instrumenten daalde met € 26 miljoen tot € 2 miljoen. Dit was voor € 17 miljoen toe te schrijven aan positieve reële waardeveranderingen op voormalige DBV-hypotheken en daaraan verbonden derivaten die waren opgenomen in de baten van 2017. Als gevolg van de herclassificatie van de voormalige DBV-hypotheken van reële waarde naar geamortiseerde kostprijs is deze bron van volatiliteit in de winst- en verliesrekening vanaf 2018 geëlimineerd.
Gecorrigeerd voor de fluctuatie in reële waardeveranderingen van voormalige DBV-hypotheken en daaraan verbonden derivaten daalden de resultaten op financiële instrumenten met € 9 miljoen, gedreven door lagere handelsresultaten.

Lasten

Operationele lasten en fte

in miljoenen euro's

2018
(IFRS 9)

2017
(IAS 39)

Mutatie

Personeelskosten

402

381

6%

Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa

21

21

0%

Overige operationele lasten

186

201

-7%

Totaal operationele lasten

609

603

1%

Wettelijke heffingen (overige operationele lasten)

47

43

9%

Gecorrigeerde operationele lasten

562

560

0%

Efficiencyratio

58,7%

54,5%

Gecorrigeerde efficiencyratio

58,7%

55,4%

Operationele lasten als % van gemiddelde activa

0,91%

0,91%

Fte

Totaal aantal interne fte's

2.993

3.231

-7%

Totaal aantal externe fte's

804

714

13%

Totaal aantal fte's

3.797

3.945

-4%

De totale operationele lasten stegen met € 6 miljoen tot € 609 miljoen. Wettelijke heffingen waren met € 47 miljoen € 4 miljoen hoger dan 2017. Hiervoor gecorrigeerd stegen de operationele lasten fractioneel met € 2 miljoen tot € 562 miljoen.

De gecorrigeerde operationele lasten zijn positief beïnvloed door een lagere dotatie aan niet- kredietrisico gerelateerde voorzieningen en door verdere efficiencyverbeteringen. Besparingen voortvloeiend uit ons kostenreductieprogramma werden tenietgedaan door additionele kosten gerelateerd aan de toegenomen wet- en regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van transactiemonitoring, risicomanagement en datamanagement alsmede door stijgingen van cao-lonen, inclusief hogere sociale lasten.

De dotatie aan niet-kredietrisico gerelateerde voorzieningen in 2018 bedroeg € 11 miljoen en omvatte een dotatie van € 22 miljoen, opgenomen onder personeelskosten, vrijwel geheel bestaand uit additionele reorganisatielasten. Deze lasten hielden verband met nadere initiatieven om onze bedrijfsvoering te vereenvoudigen en verbeteren.

De dotatie aan de reorganisatievoorziening werd deels gecompenseerd door een vrijval van voorzieningen van € 11 miljoen, opgenomen onder overige operationele lasten. Dit betrof met name voorzieningen voor de compensatie van mkb-klanten onder het Uniform Herstelkader Rentederivaten mkb.

Dotaties aan niet-kredietrisico gerelateerde voorzieningen in 2017 waren € 20 miljoen. Hiervan was het merendeel begrepen in de personeelskosten (€ 16 miljoen). Dotaties betroffen onder meer additionele reorganisatielasten (€ 8 miljoen). Daarnaast waren er lasten in verband met bescherming tegen plofkraken, extra lasten als gevolg van een gewijzigd beleid inzake incassobeheer, in verband met het helpen van klanten voor wie hun consumptieve krediet een belemmering vormt om over te stappen naar een andere hypotheekverstrekker en lasten voor het persoonlijk benaderen van potentieel kwetsbare klanten met een aflossingsvrije hypotheek.

Wettelijke heffingen bedroegen € 47 miljoen, waarvan € 15 miljoen gerelateerd aan de bijdrage ten behoeve van het resolutiefonds (2017: € 10 miljoen) en € 32 miljoen aan de ex ante bijdrage ten behoeve van het depositogarantiestelsel (2017: € 33 miljoen). De toename van de bijdrage aan het resolutiefonds weerspiegelt een hogere bijdrage voor alle Nederlandse banken aangezien de groei van het fonds achterbleef bij de groei van de gedekte deposito’s.

De gecorrigeerde operationele lasten gedeeld door de gemiddelde totale activa bleef stabiel op 91 bps. Vergeleken met eind 2017 daalde het aantal interne werknemers van 3.231 naar 2.993 fte (-7%). Deze daling vloeide hoofdzakelijk voort uit efficiency- en reorganisatiemaatregelen.

Het aantal externe medewerkers steeg van 714 tot 804 fte. Dit was met name gerelateerd aan de opvang van tijdelijke tekorten bij projecten op het gebied van regelgeving en compliance, bij het terughalen van klanten bij incassobureaus en bij het persoonlijk benaderen van potentieel kwetsbare klanten met een aflossingsvrije hypotheek.

Bijzondere waardeverminderingen

in miljoenen euro's

2018
(IFRS 9)

2017
(IAS 39)

Mutatie

Particuliere hypotheken

-8

-21

62%

Overige particuliere leningen

-1

6

-

Mkb-kredieten

-5

-9

44%

Overige zakelijke kredieten en vorderingen op de overheid

1

-

-

Beleggingen

1

-

-

Totaal bijzondere waardeverminderingen

-12

-24

50%

Risicokosten totale leningen

-0,03%

-0,05%

Risicokosten particuliere hypotheken

-0,02%

-0,05%

Risicokosten mkb-kredieten

-0,75%

-1,10%

Sinds 1 januari 2018 zijn we verplicht om kredietvoorzieningen te treffen conform de vereisten van IFRS 9. Voorheen werden uitsluitend kredietvoorzieningen opgenomen voor gerealiseerde kredietverliezen ('incurred loss'). Onder IFRS 9 worden kredietvoorzieningen gevormd op basis van verwachte verliezen ('expected loss'). Binnen IFRS 9 zijn er drie stages die weergeven in hoeverre het kredietrisico op een klant of lening in de loop van de tijd is toegenomen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de 4.6.3 Invoering IFRS 9.

In 2018 was er, onder IFRS 9, een netto vrijval van voorzieningen voor kredietrisico van € 12 miljoen. In 2017 was deze vrijval van € 24 miljoen, onder IAS 39.

De netto vrijval van voorzieningen op particuliere hypotheken bedroeg € 8 miljoen, wat gelijkstaat aan 2 bps van de bruto uitstaande particuliere hypotheken. Deze vrijval was het gevolg van verbeterde economische vooruitzichten in scenario’s gebruikt voor het bepalen van de kredietvoorziening, resulterend in een afname van stage 2-leningen. Daarnaast was er een afname van stage 3-leningen als gevolg van verbeterde economische omstandigheden. De positieve invloed die hiervan uitging werd deels gecompenseerd door een additionele voorziening van € 6 miljoen voor stage 3-leningen die langer dan 5 jaar in default zijn.

In 2017 was de netto vrijval van bijzondere waardeverminderingen op particuliere hypotheken € 21 miljoen dankzij een substantiële daling van voorziene particuliere hypotheken als gevolg van verbeterde macro-economische omstandigheden en een stijging van de huizenprijzen.

De netto vrijval van bijzondere waardeverminderingen op overige particuliere leningen bedroeg € 1 miljoen ten opzichte van een dotatie van € 6 miljoen in 2017. Deze omslag was vrijwel geheel toe te schrijven aan additionele lasten in 2017 in verband met parameteraanpassingen van voorzieningenmodellen. Dit omvatte de introductie van minimum dekkingsgraden voor voorziene leningen, lineair oplopend tot 100% voor particuliere leningen met een achterstand van 24 maanden of meer.

De netto vrijval van bijzondere waardeverminderingen op de mkb-kredietportefeuille bedroeg € 5 miljoen. Stage 2- leningen namen af als gevolg van verbeterde economische vooruitzichten, in scenario’s gebruikt voor het bepalen van de kredietvoorziening, zoals werkloosheid en het aantal faillissementen. Ook stage 3-leningen daalden met name als gevolg van herstel. Deze positieve factoren werden deels tenietgedaan door een additionele voorziening van € 4 miljoen voor stage 3-leningen die langer dan 5 jaar in default zijn.

De afname van de voorziene mkb-kredietportefeuille in 2017 resulteerde dat jaar in een totale netto vrijval van bijzondere waardeverminderingen van € 9 miljoen.

Vooruitzichten

Als gevolg van internationale handelsspanningen, de Brexit en neerwaarts bijgestelde macroeconomische verwachtingen voor een aantal Europese landen, waaronder Duitsland, zal naar verwachting de economische groei in Nederland in 2019 afnemen. De werkloosheid zal niet veel verder kunnen dalen, terwijl de prijsstijging op de huizenmarkt afvlakt en het aantal transacties verder afneemt. Vanwege de zwakkere macro-economische vooruitzichten verwachten we dat het huidige lage renteklimaat in Europa voor de korte tot middellange termijn aanhoudt.

Netto rentebaten zullen hierdoor naar verwachting lager zijn dan in 2018.

In 2019 zal de verwachte daling van de totale operationele lasten de lagere rentebaten vermoedelijk niet volledig compenseren.

Op basis van de bijgestelde macro-economische ramingen verwachten we dat de waardeverminderingen op leningen niet langer een vrijval zullen laten zien, maar wel beperkt blijven.

Alles bijeengekomen verwachten we dat de nettowinst in 2019 licht lager zal zijn dan in 2018.

Stel uw jaarverslag zelf samen