Financiële resultaten

2.8. Financiële resultaten

Resultaten 2017 vergeleken met 2016

Winst- en verliesrekening

in miljoenen euro's

2017

20161

Mutatie

Netto rentebaten

924

938

-1%

Netto provisie en beheervergoedingen

49

57

-14%

Overige baten

55

39

41%

Totaal baten

1.028

1.034

-1%

Operationele lasten exclusief
wettelijke heffingen

560

596

-6%

Wettelijke heffingen

43

46

-7%

Totaal operationele lasten

603

642

-6%

Overige lasten

-

1

-100%

Totaal lasten

603

643

-6%

Bijzondere waardeverminderingen

-24

-68

-65%

Resultaat voor belastingen

449

459

-2%

Belastingen

120

110

9%

Nettoresultaat

329

349

-6%

Reële waardeveranderingen voormalige DBV-hypotheken en verbonden derivaten

13

-1

Dotatie reorganisatievoorziening 2016

-

-24

Totaal incidentele posten

13

-25

Gecorrigeerd nettoresultaat

316

374

-16%

Efficiencyratio2

54,5%

57,6%

Gecorrigeerde efficiencyratio3

55,4%

54,5%

Rendement eigen vermogen (REV)4

9,1%

10,1%

Gecorrigeerd rendement eigen vermogen (REV)5

8,7%

10,8%

Rentemarge (bps)6

1,50%

1,48%

Operationele lasten als % van gemiddelde activa7

0,91%

0,94%

Gecorrigeerde operationele lasten als % van gemiddelde activa8

0,91%

0,89%

  1. De Volksbank heeft de grondslagen voor verantwoording van boeterente uit hoofde van vroegtijdige renteherzieningen van hypotheken gewijzigd, de vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast.
  2. Totale operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen afgezet tegen totale baten.
  3. Totale operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen en de impact van incidentele posten (bruto waarden) afgezet tegen totale baten.
  4. Nettoresultaat afgezet tegen het gemiddelde totaal eigen vermogen op basis van maandeindstanden over de rapportageperiode.
  5. Nettoresultaat gecorrigeerd voor incidentele posten afgezet tegen het gemiddelde totaal eigen vermogen op basis van maandeindstanden over de rapportageperiode.
  6. Netto rentebaten afgezet tegen het gemiddelde totale activa op basis van de maandeindestanden over de rapportageperiode.
  7. Operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen afgezet tegen het gemiddelde totale activa op basis van maaneindstanden over de rapportageperiode.
  8. Operationele lasten gecorrigeerd voor wettelijke heffingen en incidentele posten (bruto waarde) afgezet tegen het gemiddelde totale activa op basis van maaneindstanden over de rapportageperiode.

Stelselwijziging veantwoording boeterente uit hoofde van vroegtijdige renteherzieningen van hypotheken

Onder het oorspronkelijke stelsel verantwoordde de Volksbank boeterente, zowel bij een directe betaling van de boete alsmede bij het uitgesteld ontvangen van de boete via rentemiddeling, over de nieuwe, doorgaans langere, rentevaste periode. IFRS 9 introduceert gewijzigde vereisten ten aanzien van de verantwoording van boeterente. Hoewel de Volksbank initieel van mening was dat het oorspronkelijke stelsel ook onder IFRS 9 kon worden voortgezet, heeft zij geconcludeerd dat er een andere algemeen aanvaarde interpretatie van deze nieuwe vereisten is ontstaan. Deze interpretatie vereist een verantwoording over de resterende oude, doorgaans kortere, rentevaste periode en zorgt daardoor voor een versnelling van de realisatie van rentebaten uit boeterente, inclusief rentemiddeling. Als gevolg van de algemeen aanvaarde interpretatie wordt de oorspronkelijke verwerking niet langer geaccepteerd onder IFRS 9. Hierdoor kan de Volksbank haar eerdere prudente wijze van langzamere realisatie van boeterente over de nieuwe looptijd niet langer toepassen.

De implementatiedatum van IFRS 9, per 1 januari 2018, is het laatste moment om de verantwoording hierop aan te passen. Aangezien de gewijzigde algemeen aanvaarde interpretatie ook is toegestaan onder IAS 39, biedt dit de Volksbank de mogelijkheid om het gewijzigde stelsel reeds in 2017 toe te passen. De Volksbank heeft hier voor gekozen, om zo optimaal consistent en transparant de impact voor de jaren 2017 en vergelijkende cijfers 2016 te kunnen duiden. Deze stelselwijziging heeft een positieve impact op de netto rentebaten van € 26 miljoen in 2017 (€ 20 miljoen na belasting) en € 27 miljoen in 2016 (€ 20 miljoen na belasting). In combinatie met de positieve impact op het eigen vermogen (eind 2017 € 40 miljoen), resulteerde dit in een stijging van het (gecorrigeerde) rendement op eigen vermogen van 0,5%-punt in zowel 2016 als 2017.

nettowinst

De nettowinst liet een daling zien naar € 329 miljoen, ten opzichte van € 349 miljoen in 2016 (-6%), ondanks een positieve omslag in incidentele posten van € 38 miljoen.

In 2017 waren de incidentele posten € 13 miljoen positief, volledig bestaande uit ongerealiseerde baten op voormalige DBV-hypotheken en daaraan verbonden derivaten. In 2016 bedroegen de incidentele posten € 25 miljoen negatief. Deze bestonden met name uit een dotatie aan de reorganisatievoorziening van € 24 miljoen netto (€ 32 miljoen bruto) in verband met de uitvoering van de plannen ter verbetering van de operationele efficiëntie.

In 2017 daalde de nettowinst, gecorrigeerd voor incidentele posten, met € 58 miljoen tot € 316 miljoen. Dit was hoofdzakelijk toe te schrijven aan een € 44 miljoen lagere netto vrijval van voorzieningen voor leningen. Daarnaast daalden de totale gecorrigeerde baten met € 24 miljoen tot € 1.011 miljoen (-2%).

Op basis van de nettowinst gecorrigeerd voor incidentele posten bedroeg het rendement op eigen vermogen 8,7%, een daling ten opzichte van 2016 (10,8%) als gevolg van zowel een lager gecorrigeerd nettoresultaat als een hoger gemiddeld eigen vermogen.

De efficiencyratio bedroeg 54,5% (2016: 57,6%). Gecorrigeerd voor incidentele posten bedroeg de efficiencyratio 55,4%, ten opzichte van 54,5% in 2016. Deze stijging is toe te schrijven aan lagere gecorrigeerde baten. Gecorrigeerde lasten waren licht lager.

Baten

Verdeling baten

in miljoenen euro's

2017

2016

Mutatie

Netto rentebaten

924

938

-1%

Netto provisie en beheervergoedingen

49

57

-14%

Resultaat uit beleggingen

41

57

-28%

Resultaat op financiële instrumenten

13

-20

-165%

Overige operationele opbrengsten

1

2

-50%

Totaal baten

1.028

1.034

-1%

Reële waardeveranderingen voormalige DBV-hypotheken en verbonden derivaten

17

-1

Gecorrigeerde baten

1.011

1.035

-2%

NETTO RENTEBATEN

De netto rentebaten daalden met € 14 miljoen tot € 924 miljoen (-1%).

Baten uit hypotheken waren lager als gevolg van een groot aantal (vroegtijdige) renteherzieningen, inclusief rentemiddeling in 2016 en 2017. Het aantal reguliere renteherzieningen in 2016 en 2017 werd ook beïnvloed door de hoge hypotheekproductie met een rentevaste looptijd van tien jaar in de periode 2006-2007.

Rentelasten verbonden aan derivaten voor het managen van het renterisico en de sturing van de duration kwamen hoger uit. Dit was voornamelijk toe te schrijven aan de hoge nieuwe hypotheekproductie en renteherzieningen met een langere rentevaste looptijd. Daarnaast implementeerde de Volksbank in 2017 een verbeterd, meer forwardlooking, model voor het schatten van vervroegde aflossingen en renteherzieningen. Dit model toonde een toename in de duration van de hypotheekportefeuille. Om de duration van het eigen vermogen binnen de gewenste bandbreedte te houden, was verdere hedging noodzakelijk.

Lagere rentelasten als gevolg van verlagingen van de rente op spaartegoeden en de aflossing van relatief dure kapitaalmarktfinanciering compenseerden bijna volledig de lagere rentebaten uit hypotheken en de impact van hogere rentelasten verbonden aan derivaten.

Ten slotte werden de netto rentebaten positief beïnvloed door een andere classificatie van door RegioBank betaalde distributievergoedingen. In 2017 heeft RegioBank haar provisievergoedingsmodel gewijzigd van een spaarsaldo- naar een klantmodel. Hierdoor worden betaalde distributievergoedingen geclassificeerd als provisielasten in plaats van rentelasten. De impact van deze gewijzigde classificatie bedroeg € 7 miljoen. Doordat 2017 een overgangsjaar is, wordt het volledige effect in 2018 zichtbaar. De gewijzigde classificatie heeft geen gevolgen voor de totale baten.

Ondanks de lagere netto rentebaten verbeterde de rentemarge tot 150 bps (148 bps in 2016). Dit is toe te schrijven aan lagere gemiddelde activa, hoofdzakelijk gedreven door de verkoop van beleggingen en een lagere balanswaarde van derivaten.

NETTO PROVISIE EN BEHEERVERGOEDINGEN

De netto-inkomsten uit provisies en beheervergoedingen daalden in 2017 met € 8 miljoen tot € 49 miljoen. Deze daling vloeide voort uit een afname van ontvangen provisies effectenbedrijf als gevolg van de verkoop van SNS Securities in 2016 (€ 4 miljoen) en de gewijzigde classificatie van door RegioBank betaalde distributievergoedingen (€ 7 miljoen). Dit deed de toename van de ontvangen beheervergoedingen, gedreven door een stijging in het beheerd vermogen, meer dan teniet.

RESULTAAT UIT BELEGGINGEN

Het resultaat uit beleggingen daalde met € 16 miljoen tot € 41 miljoen, grotendeels door de afwezigheid van een in 2016 gerealiseerde bate van € 10 miljoen uit de verkoop van een belang in VISA Europe Ltd. Gerealiseerde winsten op vastrentende beleggingen, verkocht in het kader van balansbeheer en optimalisatie van de beleggingsportefeuille, daalden van € 34 miljoen naar € 26 miljoen.

RESULTAAT OP FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Het resultaat op financiële instrumenten liet een verbetering zien tot € 13 miljoen positief, van € 20 miljoen negatief in 2016. Dit was voor € 18 miljoen toe te schrijven aan de reële waardeveranderingen op voormalige DBV-hypotheken en daaraan verbonden derivaten. In 2017 waren deze resultaten € 17 miljoen (bruto) positief, vooral door een hogere swaprente en een positief effect van € 12 miljoen als gevolg van model- en parameteraanpassingen. In 2016 waren de reële waardeveranderingen op voormalige DBV-hypotheken en daaraan verbonden derivaten € 1 miljoen negatief.

Exclusief de fluctuatie in reële waardeveranderingen op voormalige DBV- hypotheken en daaraan verbonden derivaten verbeterde het resultaat op financiële instrumenten met € 15 miljoen. Dit was voornamelijk het gevolg van lagere verliezen uit hoofde van de herwaardering van in eerdere jaren teruggekochte financieringen, vooral omdat een aanmerkelijk aantal hiervan in de tweede helft van 2016 verviel.

Verder was er een hoger resultaat uit hedge-ineffectiviteit van derivaten, voor een deel gerelateerd aan hypotheken. In 2017 was dit resultaat licht positief, in 2016 negatief.

Lasten

Operationele lasten en fte

in miljoenen euro's

2017

2016

Mutatie

Personeelskosten

381

398

-4%

Afschrijving op (im-)materiële vaste activa

21

22

-5%

Overige operationele lasten

201

222

-9%

Totaal operationele lasten

603

642

-6%

Dotatie reorganisatievoorziening 2016 (personeelskosten)

-

32

Wettelijke heffingen (overige operationele lasten)

43

46

Gecorrigeerde operationele lasten

560

564

-1%

Totaal aantal interne fte's

3.231

3.354

-4%

Totaal aantal externe fte's

714

651

10%

Totaal aantal fte's

3.945

4.005

-1%

De totale operationele lasten daalden met € 39 miljoen naar € 603 miljoen (-6%) voornamelijk door de incidentele dotatie aan de reorganisatievoorziening in 2016 van € 32 miljoen en € 3 miljoen lagere wettelijke heffingen. Exclusief wettelijke heffingen en de incidentele dotatie aan de reorganisatievoorziening daalden de gecorrigeerde operationele lasten met € 4 miljoen tot € 560 miljoen.

De gecorrigeerde operationele lasten 2017 zijn inclusief € 20 miljoen dotaties aan niet-kredietrisico gerelateerde voorzieningen, dit was substantieel hoger dan de € 1 miljoen in 2016.

Van de totale dotaties in 2017 was het merendeel begrepen in de personeelskosten (€ 16 miljoen). Dotaties betroffen onder meer additionele reorganisatielasten (€ 8 miljoen). Daarnaast waren er lasten in verband met bescherming tegen plofkraken, extra lasten als gevolg van een gewijzigd beleid inzake incassobeheer, kosten in verband met het helpen van klanten voor wie hun consumptieve krediet een belemmering vormt om over te stappen naar een andere hypotheekverstrekker en voor het persoonlijk benaderen van potentieel kwetsbare klanten met een aflossingsvrije hypotheek.

Exclusief deze dotaties daalden de gecorrigeerde operationele lasten met € 23 miljoen to € 540 miljoen (-4%). De ingezette efficiency verbeteringen, welke resulteerden in lagere personeelskosten en lagere marketing- en advieskosten, alsmede de afwezigheid van kosten van SNS Securities compenseerden meer dan voldoende de toegenomen kosten voor transactiemonitoring en overige regelgeving en compliance gerelateerde projecten.

Wettelijke heffingen waren € 3 miljoen lager. In 2017 bedroegen deze € 43 miljoen, waarvan € 10 miljoen gerelateerd aan de bijdrage ten behoeve van het resolutiefonds (2016: € 8 miljoen) en € 33 miljoen aan de ex ante bijdrage ten behoeve van het depositogarantiestelsel (2016: € 38 miljoen).

De gecorrigeerde operationele lasten gedeeld door de gemiddelde totale activa steeg van 89 bps in 2016 tot 91 bps door lagere gemiddelde totale activa, hoofdzakelijk gedreven door de verkoop van beleggingen in het kader van balansbeheer en optimalisatie van de beleggingsportefeuille en een lagere balanswaarde van derivaten.

De daling van het totale aantal interne werknemers (fte's) met 123 naar 3.231 vloeide voornamelijk voort uit de eerste effecten van efficiencymaatregelen. Het aantal externe fte's steeg met 63 mede wegens extra activiteiten op het gebied van transactiemonitoring. en het opvangen van een tijdelijk tekort aan medewerkers.

Verdeling bijzondere waardeverminderingen

in miljoenen euro's

2017

2016

Mutatie

Bijzondere waardeverminderingen op particuliere hypotheken

-21

-65

-68%

Bijzondere waardeverminderingen op overige particuliere leningen

6

-1

-

Bijzondere waardeverminderingen op mkb-kredieten

-9

-2

350%

Totaal bijzondere waardeverminderingen op vorderingen

-24

-68

-65%

Risicokosten totale leningen

-0,05%

-0,14%

Risicokosten particuliere hypotheken

-0,05%

-0,15%

Risicokosten mkb-kredieten

-1,10%

-0,27%

Verbeterende macro-economische omstandigheden en de verdere stijging van huizenprijzen hadden wederom een positief effect op de bijzondere waardeverminderingen, met als gevolg een netto vrijval van € 24 miljoen (2016: € 68 miljoen). Ook de voortdurende inspanningen van de afdeling Bijzonder Beheer en de strengere acceptatiecriteria voor hypotheken in de afgelopen jaren droegen bij aan de aanhoudende daling van de voorziene particuliere hypotheken, hoewel meer geleidelijk dan in 2016. De totale netto vrijval van bijzondere waardeverminderingen op particuliere hypotheken bedroeg € 21 miljoen, wat gelijkstaat aan 5 bps van de bruto uitstaande particuliere hypotheken.

Bijzondere waardeverminderingen op overige particuliere leningen bedroegen € 6 miljoen, na een netto vrijval van € 1 miljoen in 2016. Deze omslag was grotendeels toe te schrijven aan parameteraanpassingen van voorzieningenmodellen. Dit omvatte de introductie van minimum dekkingsgraden voor voorziene leningen, lineair oplopend tot 100% voor particuliere leningen met een achterstand van 24 maanden of meer.

De voorziene mkb-kredietportefeuille is in 2017 eveneens verder afgenomen, waarbij de daling groter was dan in 2016. Dit resulteerde in een vrijval van bijzondere waardeverminderingen van € 9 miljoen, vergeleken met € 2 miljoen in 2016. Er waren geen grote defaults in 2017.

Belastingen

OVERZICHT BETAALDE BELASTINGEN IN 2017
De Volksbank heeft € 120 miljoen vennootschapsbelasting verantwoord over het resultaat van 2017. De effectieve belastingdruk bedroeg 27% (2016: 24%), bij een nominaal tarief van 25%. De hogere belastingdruk werd veroorzaakt door correcties die verband houden met de afwikkeling van de belastingaangiftes van de fiscale eenheid met SRH voor het jaar 2014 en de eerste zes maanden van 2015. Deze correcties van in totaal € 8 miljoen hebben met name betrekking op de verrekening van fiscale verliezen tussen SRH en de Volksbank. Deze belasting betreft uitsluitend Nederlandse winstbelasting. De Volksbank heeft geen buitenlandse vestigingen en is daarom geen buitenlandse winstbelasting verschuldigd. Een country-by-country-rapportage is op de Volksbank niet van toepassing.

Naast winstbelasting zijn er andere belastingen die ten laste van de Volksbank komen. Het betreft de volgende belastingmiddelen en -bedragen over 2017:

  • Loonbelasting en premieheffing: € 103 miljoen.
    Dit betreft belasting en premieheffing die worden ingehouden op het salaris van de werknemers maar die als onderdeel van de salariskosten voor rekening komen van en worden afgedragen door de Volksbank.

  • Niet-verrekenbare omzetbelasting: € 44 miljoen.
    De financiële diensten die de Volksbank verleent vallen grotendeels onder een vrijstelling voor de omzetbelasting. Op basis van deze diensten wordt bij de klant geen omzetbelasting in rekening gebracht. De omzetbelasting die bij de bank in rekening wordt gebracht door de leveranciers kan niet worden teruggevorderd van de Belastingdienst. De niet-aftrekbare omzetbelasting leidt aldus tot een verhoging van de kosten voor de Volksbank.

  • Bankenbelasting:
    In tegenstelling tot voorgaand jaar is de Volksbank geen bankenbelasting verschuldigd in 2017, omdat de belastbare som waarover de Volksbank bankenbelasting verschuldigd is onder de doelmatigheidsvrijstelling blijft.

ALGEMEEN FISCAAL BELEID
De Volksbank onderhoudt een proactieve, open relatie met de fiscale autoriteiten. Deze relatie kenmerkt zich door transparantie en wederzijds vertrouwen en is in april 2017 onderstreept door het ondertekenen van de overeenkomst voor Horizontaal Toezicht. We delen informatie over relevante ontwikkelingen die van belang zouden kunnen zijn voor de fiscale positie, alsmede eventuele fiscale discussiepunten en standpunten. De Volksbank past alle relevante belastingwetten en fiscale regelgeving toe, waarbij we rekening houden met de achterliggende bedoeling. Dit houdt in dat we geen fiscaal scherpe koers varen, maar steeds uitgaan van een redelijke uitkomst van de belastingheffing.

De Volksbank past tevens de relevante internationale belastingverdragen en richtlijnen toe. We onderschrijven de richtlijnen voor belastingen, corruptie en smeergelden die zijn opgesteld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Europese Commissie. Voor wat betreft belastingen gaat het met name om de OESO-richtlijnen voor Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) en het daarop gebaseerde Anti Tax Avoidance Package (ATAP), dat door de Europese Commissie is gepresenteerd. De actiepunten die in deze richtlijnen zijn geformuleerd hebben ten doel het tegengaan van belastingontwijking, waarbij fiscale winsten op kunstmatige wijze worden verschoven naar jurisdicties met een lage of geen belastingheffing.

De Volksbank wil niet investeren en geen leningen verstrekken aan ondernemingen die betrokken zijn bij corruptie en/of betrokken zijn bij financiële, fiscale, milieu en/of sociale schandalen. In het kader van de ‘ken uw klant’- procedures voor zakelijke klanten vormen we ons een oordeel over hun fiscale houding.

FISCAAL BELEID VOOR KLANTEN
De Volksbank hanteert procedures en maatregelen voor de identificatie, verificatie en acceptatie van klanten. Deze voldoen aan geldende Nederlandse en internationale regelgeving. Sinds 2016 registreert de Volksbank het fiscale woon- of vestigingsland van haar klanten. Hiermee voldoet de Volksbank aan de zogeheten Common Reporting Standard (CRS), op grond waarvan een uitwisseling naar belastingdiensten van andere landen plaatsvindt van de gegevens over rekeningen van klanten die in het buitenland belastingplichtig zijn. Naast de CRS, die een wereldwijde toepassing kent, handelt de Volksbank ook in overeenstemming met de Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) op grond waarvan via de Nederlandse Belastingdienst gegevens van klanten moeten worden uitgewisseld met de Verenigde Staten.

De Volksbank verstrekt geen rechtstreekse fiscale adviezen aan klanten.

FISCAAL BELEID VOOR SPECIFIEKE STANDPUNTEN EN TRANSACTIES
In aanvulling op het algemeen fiscaal beleid hanteert de Volksbank de volgende uitgangspunten:

  • Fiscale robuustheid
    Het standpunt of de transactie dient in overeenstemming te zijn met relevante (fiscale) jurisprudentie alsmede (fiscale) wet- en regelgeving, waarbij vooraf afstemming met de fiscale autoriteiten zal plaatsvinden.

  • Substance
    Het dient te gaan om een fiscaal standpunt of een transactie die vanuit een zakelijk, economisch en maatschappelijk oogpunt bezien relevant is, waarmee wordt uitgesloten dat de fiscaliteit een rol van doorslaggevende betekenis speelt.

  • Impact fiscale positie
    Het in te nemen fiscale standpunt of de uit te voeren transactie dient op basis van een redelijke en weloverwogen inschatting vooraf geen aanleiding te geven tot reputatieschade of enige andere materiële negatieve (fiscale) gevolgen.

Vooruitzichten

Naar verwachting zal de economische groei in Nederland in 2018 robuust blijven, alhoewel het groeitempo waarschijnlijk iets afneemt. De hogere inflatie en rentetarieven kunnen een lichte rem op de consumptiegroei zetten. Zowel de groei van de werkgelegenheid als de daling van de werkloosheid neemt naar verwachting iets af. De huizenmarkt blijft solide, maar het aantal transacties kan iets dalen.

Het aantal klanten met een achterstand op hun hypotheek of mkb-lening zal naar verwachting verder dalen. Door de positieve macro-economische ontwikkelingen in combinatie met een aanhoudende stijging van huizenprijzen zullen de waardeverminderingen op leningen naar verwachting beperkt blijven. Echter, een vrijval van voorzieningen voor leningen zoals in 2016 en 2017 wordt voor 2018 niet verwacht. Als gevolg van de implementatie van IFRS 9 verwachten we bovendien dat de bijzondere waardeverminderingen een volatieler beeld zullen tonen.

Netto rentebaten zullen naar verwachting enigszins lager zijn dan in 2017.

De verwachte daling van de totale operationele lasten zal in 2018 naar verwachting niet volledig de lagere rentebaten en de omslag in bijzondere waardeverminderingen van leningen kunnen compenseren. Alles bijeengekomen is de verwachting dat het nettoresultaat in 2018 lager zal zijn dan in 2017.

Stel uw jaarverslag zelf samen